Betere training voor militairen op missie

| Redactie

Trots toont Bas Rietjens (28) zijn proefschrift. `Vers van de pers,' glimlacht-ie. Volgende week donderdag promoveert hij bij de sectie internationaal management van de faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie op zijn onderzoek naar de samenwerking tussen militaire en civiele actoren in complexe noodsituaties. Die verloopt niet altijd soepel.


Om in de praktijk te ervaren hoe de samenwerking tussen militairen en lokale autoriteiten verloopt, verbleef de promovendus vorig jaar juli vier weken bij het Nederlands provinciaal reconstructieteam in de Afghaanse provincie Baghlan. `Hoofddoel van die missie was het stabiliseren van de veiligheid in de regio en het lokale gezag ondersteunen,' legt de onderzoeker uit. `Dit doen militairen door bijvoorbeeld politieagenten op te leiden en mijnen te ruimen. Echt soldatenwerk, zeg maar. Daarnaast ontplooien ze ook andere projecten met als doel een concrete bijdrage te leveren aan de wederopbouw,' vertelt Rietjens. `Ze zijn betrokken bij de bouw van moskeeën, scholen en dammen en overleggen hiervoor met de lokale autoriteiten. Het gevolg is dat militairen ter plekke in een nieuwe rol komen en te maken krijgen met de inrichting van het land. Dit vergt andere, meer sociaal getinte, capaciteiten.'

Rietjens constateert dat die civiel-militaire samenwerking niet altijd even soepel verloopt. Militairen gaan vaak ad hoc te werk; naar eigen inzicht en ongestructureerd. Elke missie doet het weer anders, waardoor prioriteiten verschuiven, budgetten steeds een andere bestemming krijgen en de lokale autoriteiten steeds weer op een andere manier betrokken worden bij de activiteiten.'

De promovendus adviseert daarom een betere training van militairen met duidelijke richtlijnen over de uit te voeren werkzaamheden. `Ook is het handig de lokale commandant meer macht te geven. Deze kan dan per situatie bepalen welke militairen nodig zijn en welke naar huis kunnen. Vanuit Den Haag is dit een stuk moeilijker te sturen.'

Dat militairen vaak ad hoc te werk gaan, blijkt bijvoorbeeld uit de keuze van de projecten. Dat gebeurt naar persoonlijk inzicht. Rietjens: `Door het uitvoeren van bepaald reconstructiewerk in de buurt van het basiskamp, proberen sommige militairen good will te kweken bij de bevolking waardoor hopelijk de kans op aanslagen vermindert. Andere militairen vinden juist dat zij moeten voorzien in de behoefte van de bevolking in heel de regio, bijvoorbeeld door het leveren van schoon drinkwater.' Deze persoonlijke benadering zorgt volgens Rietjens voor een oneerlijke verdeling van middelen en een telkens wisselende focus van de hulpverlening. `Een goede overdracht en het doen van evaluaties zijn daarom essentieel.'

Een ander probleem dat een goede samenwerking in de weg staat, is de onafhankelijkheid die humanitaire organisaties nastreven. `Zij trekken hun handen af van de projecten die de militairen ontplooien, omdat ze niet met hen geassocieerd willen worden.' Bovendien zijn de militairen vaak maar enkele maanden ter plaatse en verblijven humanitaire organisaties doorgaans lange periodes in een gebied. Dat maakt de samenwerking er niet beter op.

Tot slot raadt de onderzoeker aan lokale actoren beter te betrekken bij projecten. `Daarmee valt meer draagvlak te creëren voor wederopbouwactiviteiten.' En het voorkomt overbodig werk. `In Kaboel waren vrouwen zes uur in de weer met het halen van water. Nederlandse militairen bouwden voor hen een waterpomp in het dorp. Deze werd stelselmatig gesaboteerd en kapot gemaakt. Wat bleek? Voor de vrouwen was het waterhalen een sociaal onderhoud en reden het dorp uit te gaan.'

Rietjens heeft veel respect voor militairen op missie gekregen. `Ze zijn enorm gedreven, maken lange dagen en willen echt iets neerzetten in de periode dat ze er zijn. Voor buitenstaanders is het vaak makkelijk om kritiek te leveren, maar de omstandigheden ter plekke vragen vaak om een groot aanpassingsvermogen en flexibiliteit.'

Promovendus Bas Rietjens showt vol trots zijn onderzoek. (Foto: Arjan Reef)
Promovendus Bas Rietjens showt vol trots zijn onderzoek. (Foto: Arjan Reef)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.