Het kantoor van Dionysia Loman en Frances Leusink is een gezellige boel. Stapels papieren op de bureaus, talloze souvenirs bovenop de kast en aan de muur. `Allemaal cadeautjes', vertelt Leusink. Chinese vazen, Matrouska poppen, boten, beeldjes en schilderijen sieren de kamer. `Studenten nemen écht van alles voor ons mee,' lacht Leusink. `Bovendien laten ze ons ook weten hoe het ze vergaat na hun verblijf in Nederland,' zeggen de dames, wijzend op een prikbord vol foto's en geboorte- en trouwkaarten.
Leusink en Loman vormen het uitvoerende koppel voor internationale studentenzaken binnen GW. In 1993 besloot de faculteit te investeren in internationalisering van haar opleidingen. Drie jaar later kwam er een aparte dienstverlening voor de buitenlandse student: Dionysia Loman begon met haar werk. `De eerste stroom buitenlanders kwam van buiten Europa,' vertelt ze. `Een moeilijke groep, want de cultuurverschillen zijn aanzienlijk. Ik heb de meest rare vragen gehad, variërend van `hoeveel liter melk geeft een koe' en `jagen jullie op tijgers?' Kijk, sommige internationale studenten komen écht rechtstreeks uit de rimboe. Ik heb ze wel eens opgepikt van Schiphol, gekleed in een veel te groot pak, vaak geleend en met slechts een plastic zak in de hand. Meer hadden ze niet.'
In 2001 kwam Frances Leusink er bij en samen zagen de dames al heel wat nationaliteiten langskomen. Geanimeerd vertellen ze over hun werk dat, naar eigen zeggen, alles behalve saai is. `De deur staat altijd open en de aanloop van studenten is enorm. Ze komen langs om gewoon even hallo te zeggen, maar ook om problemen te bespreken.' Het is duidelijk: de buitenlandse student weet het koppel te vinden. Zelfs voordat studenten naar Nederland komen, hebben ze via e-mail al contact met de medewerkers. Loman: `Een van onze studenten heeft er bijvoorbeeld zes jaar over gedaan om naar Nederland te komen. Hij kreeg steeds maar geen beurs toegewezen. Uiteindelijk heeft-ie een lening afgesloten en kwam alsnog. Dan is het heel bijzonder om oog in oog te staan met zo'n persoon.'
De service gaat ver. Het duo haalt studenten op van Schiphol en voorziet ze zonodig van proviandpakketten voor de eerste dagen. De faculteit organiseert ook een veertiendaagse introductie. `Dan leggen we onder andere ons onderwijs- en cijfersysteem uit. Dat is belangrijk omdat wij werken met een beoordeling van één tot tien, en een zes bij ons dus voldoende is. Vaak genoeg zijn studenten in tranen bij ons binnengelopen, omdat ze zich diep schaamden voor een behaalde zes.' Verder helpen de twee medewerkers de studenten met allerlei praktische zaken. Loman: `Dan komen ze bijvoorbeeld met een stapel post. Wij helpen dan sorteren.' Leusink: `Of ze laten dolblij een envelop van de postcodeloterij zien in de veronderstelling dat ze miljoenen hebben gewonnen. Dat moet je ze toch even uit de droom helpen.'
![]()
Dionysia Loman (links) en Frances Leusink in hun met souvenirs gevulde kantoor. (Foto: Maurits Diephuis)