Veilig is nog niet werkbaar

| Redactie

Vanaf half maart hebben we een nieuw beveiligingssysteem op de UT. Goed zo! Meer veiligheid is altijd goed voor eerlijke mensen. Maar wat bedoelt de heer Tom Koppen, directeur van het facilitair bedrijf, precies met meer veiligheid? Noch in het UT-Nieuws, noch in het bijsluitertje van het nieuwe pasje staat op welke manier het veiliger wordt. De diefstal van beamers en laptops gebeurt toch doorgaans overdag met open deuren? En wat levert die nieuwe veiligheid ons op? Trouwens, we hadden toch al jaren een pasjessysteem, waar we niet ontevreden mee waren?


De nieuwe situatie is dat iedereen die langer wil doorwerken, de keuze heeft om dat toch maar niet te doen, of naar een pasjespunt te lopen. Voor collega's die dat vergeten, betekent dit straf, namelijk....... blokkering van de kaart. Wij wisten het al lang: wetenschappers zijn potentiële misdadigers.

Neem nou de manier waarop dit systeem aangeprezen wordt. `Wij zijn binnenkort de best beveiligde universiteit buiten kantooruren'. Aha, meneer Koppen denkt en werkt netjes binnen kantooruren en kan zich waarschijnlijk maar nauwelijks voorstellen dat niet bij iedereen om precies zes uur de stamppot staat te dampen. Pech toch, voor deze mensen. Het begrip `kantooruren' associeer je al snel met een universiteit. `Overdag blijft deze `veilige' situatie hetzelfde: alle gebouwen blijven vrij toegankelijk'. Dat is verrassend. De boeven komen overdag niet meer! Dit schijnen Koppen en zijn collega's nu al te weten.

Gelukkig is de situatie `s avonds helemaal onder controle. UT'ers die andere personen binnenloodsen worden gestraft met blokkering van hun kaart en moeten zich melden voor een gesprek. Of moet ik zeggen verhoor? Natuurlijk zal niemand zich vergissen, want om precies 17.50 uur klinkt een geweldige ding-dong en schalt een luide stem door alle gangen en kantoren dat het voor iedereen tijd is om zich te laten registreren óf het gebouw zo snel mogelijk te verlaten. Samen met de zekerheid van tachtig observerende camera's krijg ik daarbij het enge gevoel van een dystopia ergens tussen Huxley en Orwell.

Het is de vraag of het facilitair bedrijf capabel is om zo'n technische uitdaging als deze probleemloos uit te voeren. Donderdagavond hoorde ik de eerste collega al door de gangen roepen: `Mijn kaartje doet het niet. Ik kan tot morgenavond niet naar buiten, noch naar binnen'. En wat kost dit grapje eigenlijk? Hoeveel geld wordt er verspild en dus niet voor onderzoek gebruikt?

Dat wij een ondernemende universiteit zijn hoor en lees ik overal. Maar willen we ook nog een onderzoekende universiteit zijn en wanneer dan?

Geachte heer Koppen, ik verzoek u vriendelijk om u in het openbaar bij collega's en studenten te verontschuldigen voor dit ongerief en er voor te zorgen dat het systeem beter en anders zal gaan functioneren. Zodat er voor alle betrokkenen, een veilige, maar vooral werkbare situatie ontstaat.

Jörg Krywkow, onderzoeker bij de vakgroep waterbeheer, faculteit CTW.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.