Nieuwe rookstoptherapie effectiever én goedkoper

| Redactie

De RookStopTherapie die aio Lieke Christenhusz (faculteit gedragswetenschappen) ontwikkelde voor patiënten met rookgerelateerde longziekten is niet alleen effectiever, maar ook kostenbesparend. `Een beter resultaat hadden we ons niet kunnen wensen', vertelt Christenhusz die morgen promoveert.

De RookStopTherapie (RST), die psychosociale en farmacologische ondersteuning biedt, is feitelijk een combinatie van elementen uit al bestaande therapieën. Een behandeling bestaat uit individuele bijeenkomsten, groepsmeetings en telefonische hulp, gecombineerd met een geneesmiddel. Het slagingspercentage van 22 procent is hoog, maar de therapie is intensief en dus duurder dan reguliere zorg.

Een jaar lang volgde de promovenda twee groepen COPD-patiënten: mensen met chronisch obstructief longlijden. De ene groep volgde het reguliere LMIS-programma (minimale interventie strategie voor longpatiënten), de andere de RST.

Christenhusz: `We hebben vervolgens per groep de gezondheidskosten, zoals ziekenhuisopnames, EHBO-bezoeken en medicijnen, bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal personen. Daaruit bleek dat een gemiddelde RST-patiënt, ondanks de duurdere therapie, veertien euro goedkoper was.' Dat komt, zegt de promovenda, doordat het percentage stoppers hoger ligt (dertien tegen 22 procent) en daardoor het aantal ziekenhuisopnames en exacerbaties, acute verergeringen van de klachten, bij RST'ers afneemt.

Christenhusz' ideaalbeeld is dat patiënten straks op basis van een vragenlijstje de therapie krijgen die het beste bij ze past. `LMIS is geschikt voor mensen met een positieve attitude, mensen die echt achter een stoppoging staan. Je moet zeer gemotiveerd zijn. RST is zwaarder geschut, maar voor iedereen geschikt.' Een bijkomend positief effect van deze tweedeling: met het wegvallen van onvoldoende gemotiveerde stoppers zal het slagingspercentage bij LMIS stijgen en ook deze therapie aan kosteneffectiviteit winnen.

Christenhusz promoveert morgen, 24 maart. Over een paar jaar wil ze de groep patiënten met wie ze heeft gewerkt nogmaals onder de loep nemen om de langetermijneffecten van haar therapie te bestuderen. Ze heeft inmiddels een subsidievoorstel ingediend voor onderzoek naar de mogelijkheden om patiënten die niet volledig willen of kunnen stoppen met roken, in ieder geval te laten minderen. `Verminderen vergroot de kans dat iemand een stoppoging onderneemt, althans bij de algemene populatie. Helemaal niets doen werkt zeker niet. Op het moment dat iemand mindert, houd je hem alert.'

Lieke Christenhusz
Lieke Christenhusz

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.