Ontwikkeling
Ja, er zijn armen in India. Zoals er voedselbanken zijn in Nederland. En daklozen in de Verenigde Staten. Maar geeft Nederland daarom ontwikkelingshulp aan de VS? Natuurlijk niet. De Amerikanen willen geen Nederlands geld. En al helemaal geen Nederlandse bemoeienis. Want dat zit er altijd aan vast. Nederlandse hulp is een Trojaans paard. Wij weten er alles van. In 1962 waren wij het eerste land dat Nederlandse hulp ontving. Zogenaamd om ons vooruit te helpen. Maar feitelijk alleen om de export van Nederlandse bedrijven naar India te stimuleren. Gedwongen winkelnering. Vissersschepen van Nederlandse scheepsbouwers. Kunstmest van DSM. En we moesten het nog terugbetalen ook! Jarenlang hebben we ons het leplazarus gewerkt om alleen maar de rente te voldoen. En ondertussen Nederland maar mekkeren over de uitbuiting van de lagere kastes.
Wie ontwikkelingshulp geeft, wordt daar voornamelijk zelf beter van. Daarom willen we best weer praten over ontwikkelingssamenwerking, maar dan in omgekeerde richting. Want wees eerlijk, Nederland kan veel van ons leren. Het land is volledig vastgeroest. Wetten, regels en procedures smoren er iedere ontwikkeling in de kiem. Een vergrijsde babyboom-generatie beschermt zo de zichzelf toebedeelde rechten tegen zijn in loomheid gewassen kroost. Na hen de zondvloed. O ja, Nederland is trots op z'n kenniseconomie. Maar de universiteiten kunnen er zonder Indiërs al niet meer bestaan. En als een Nederlander z'n pc weer eens niet begrijpt, belt hij wanhopig een Indiër. Helpdesk is hedendaags urdu voor ontwikkelingshulp.
Halsema, Rouvoet en Verhagen proberen amechtig een verouderd post-koloniaal onderdrukkingswapen uit de remise te rollen. Onder het mom van help de patiënt platspuiten. Maar wij trappen daar niet meer in. Wij staan inmiddels stevig op eigen benen en draven Nederland in z'n rolstoel zonder pardon voorbij.