Koeweit en Qatar hebben veel baat bij e-learning

| Redactie

In de lerarenopleidingen in Koeweit en Qatar kan men profiteren van de voordelen van e-learning. Dat is de stelling van Amal Alhammar (36) die vrijdag haar proefschrift verdedigt. Volgens haar kan de slimme inzet van technische hulpmiddelen in het onderwijs in landen in de golfregio het best van onderaf starten.


Alhammar hoopt dat de traditionele manieren van onderwijs zich langzaam maar zeker moderniseren, een proces waarmee ze zelf in Koeweit een begin gaat maken. In 2002 kwam Amal Alhammer naar Nederland om zich te verdiepen in moderne technische hulpmiddelen in het onderwijs. Op een congres van de Public Authority for Applied Education & Training aan de universiteit van Koeweit, kwam ze in aanraking met iemand van de afdeling instructietechnologie van de UT-faculteit Gedragswetenschappen. `Ze vertelden me dat op de UT een vacature voor een promovendus was', zegt Amal Alhammar. `Dat was een aantrekkelijk aanbod. Faciliteiten als TeleTop, e-learning en geautomatiseerde cursusmanagement systemen zijn in landen in de golfregio nog erg onbekend. Toch zijn ze de moeite waard om, zeker in het hoger onderwijs, te introduceren en hun effect vast te stellen.'

Om in Nederland aan de slag te kunnen met deze ambitieuze vraagstelling, vergde de nodige flexibiliteit van het gezin van Amal. Allereerst kon ze rekenen op de onvoorwaardelijke steun van haar man. Ook haar kinderen - waarvan de oudste nu dertien is, en de tweeling vijf - moesten zich vaak aanpassen aan een nieuw huis, een nieuwe school en ze kampten, net als Amal, regelmatig met heimwee naar familie en eigen cultuur. `Dit project was een kans om mijn persoonlijke ambitie waar te maken. Aan de andere kant is het ook een vorm van ontwikkelingshulp. Ik denk dat we in Koeweit en Qatar goed kunnen profiteren van moderne onderwijsmiddelen door ze op een slimme en verantwoorde manier in te zetten.'

In haar promotieonderzoek richtte Alhammar zich vooral op de inzet van elektronische portfolio's door leraren in opleiding. Hierin kunnen studenten hun studievoortgang bijhouden en zo laten zien hoe zij hun kennis en vaardigheden door de jaren heen opbouwen. Van dergelijke systemen bestaan papieren versies, maar ze worden steeds vaker en uitgebreider ondersteund met computersoftware. De meest geavanceerde systemen zijn web-gebaseerd en bezitten zoveel functionaliteit dat ze in westerse landen zijn uitgegroeid tot een stevig onderwijsinstrument op zich.

De UT-hoogleraren Jef Moonen en Betty Collis begeleidden Alhammar in haar studie naar de toepasbaarheid van deze instrumenten in de Golfregio. Daarbij testte ze de inzet ervan in lerarenopleidingen zoals die plaatsvinden op de universiteiten van Koeweit en Qatar. Actieve gebruikers van deze computerondersteunde onderwijssystemen bleken aantoonbaar beter te scoren op meerdere, vooraf opgestelde leerdoelen dan hun collega's die andere portfolio-instrumenten hanteerden.

Alhammar: `In deze twee landen is kapitaal het punt niet. Toch horen we mondiaal gezien bij de landen in ontwikkeling. Dat er geld beschikbaar is wil nog niet zeggen dat men dat gaat inzetten voor moderne leermiddelen. Ik probeer niet om de onderwijsorganisaties in mijn land te overtuigen van deze middelen, maar wel de mensen die ermee werken. Het gaat erom dat studenten en faculteitsmedewerkers ermee gaan werken en al doende tot zichtbare resultaten komen. Op die manier raken de bestuurders vanzelf overtuigd van het nut.'

Veel onderwijsbestuurders schrikken nog terug voor het gebruik van nieuwe technologie, vooral als die op internet is gebaseerd. `Techniek is ook een cultureel onderwerp', stelt Alhammar. `Anders dan in Nederland heeft niet iedereen overal en altijd toegang tot internet. Sommige faciliteiten ontbreken en vaak ook wordt de toegang van bovenaf geblokkeerd. Daarom moeten we laten zien dat we deze technologie verantwoord kunnen inzetten en dat deze bovendien leidt tot aantoonbaar betere resultaten.'

Direct na haar promotie gaat Alhammar aan de universiteit van Koeweit aan de slag als docent in de educatietechnologie. `Als faculteitsmedewerker heb ik een goede uitgangspositie om met het portfoliosysteem te gaan werken en dat op afdelingsniveau in te zetten. Daar is in Koeweit zeker belangstelling voor, net als in Qatar waar docenten projecten gaan opzetten in het primaire en secundaire onderwijs.'

Graag komt Amal nog eens naar Nederland terug, maar dan als bezoeker. Door de drukke werkzaamheden van de afgelopen jaren heeft ze niet veel meer van Nederland gezien dan Enschede, Hengelo en Arnhem. `De familie, zoals mijn moeder en mijn zus, is speciaal overgekomen voor mijn promotiebijeenkomst van aanstaande vrijdag. We willen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bezoeken, en volgende week misschien nog twee dagen naar Duitsland. De mensen hier zijn vriendelijk en spreken bijna allemaal Engels wat voor iemand van buitenaf van groot belang is. En... iedereen is hier erg actief: door de week met werken en in het weekend met andere dingen. Dat is in onze cultuur wel anders. Daar begint de werkdag om zeven uur in de ochtend en loopt zonder pauze door tot een uur of half drie. Daarna wordt het vrijwel onwerkbaar, omdat de temperatuur kan oplopen tot vijftig graden Celsius.'

Amal Alhammar
Amal Alhammar

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.