Technologische topinstituten zijn niet genoeg om de economie te redden. Behalve technologie zijn ook creativiteit en kennis van de markt vereist. Bèta's hebben de hulp van gamma's nodig.
Dat meent Joop Sistermans, voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) en lid van het Innovatieplatform. Samen met de Delftse hoogleraar Innovatiemanagement Guus Berkhout leverde hij in het Financieele Dagblad kritiek op de TTI's: `De vraag is of een technologisch topinstituut wel de meest effectieve oplossing is als het eigenlijke doel innovatie is.'
De topinstituten zijn fantastisch, licht Sistermans desgevraagd toe, maar de kennis moet ook de markt op. `Goede kennis is bijna overal ter wereld te vinden. De economie die het gaat winnen zal er vooral creatiever mee omgaan dan de concurrenten. Voor die creativiteit hebben we gammawetenschappers nodig.'
`Je ziet het al gebeuren in het topinstituut voor voedselwetenschappen', zegt hij. `Overgewicht bij kinderen, suikerziekte bij ouderen, dat zijn onderwerpen waarbij bèta en gamma moeten samenwerken om innovatie te bereiken. Dat kunnen ze niet alleen. Die creatieve kant krijgt te weinig aandacht. We zouden `topinstituten voor innovatie' moeten maken, in plaats van technologische topinstituten.'
Werkgeversorganisatie VNO-NCW reageert verbaasd op de kritiek. `Niemand heeft bezwaar tegen gamma's', zegt Joke van den Bandt, secretaris technologiebeleid. `Gamma's kunnen gewoon binnen de TTI's aan de slag, zoals bij voedselwetenschappen. De topinstituten brengen bedrijven en universiteiten samen om de richting van het onderzoek te bepalen. Dat kan meer omvatten dan alleen technologisch onderzoek. Maar de echte innovatie, de vertaling naar nieuwe producten en diensten, gebeurt uiteindelijk in bedrijven - en niet in topinstituten.'