Wanneer is een vereniging levensvatbaar? Zo luidt de hamvraag voor erkenning door de Student Union. De nieuwe koepelorganisatie voor studentenactivisme beheert de subsidiepot voor alle UT-verenigingen, en wil paal en perk stellen. In kwantitatieve zin betekent dat: twintig leden minimaal en op het geheel minstens 75 procent studenten. Anders geen erkenning.
Cabaretvereniging Contramime haalt de twintigledengrens niet, MSO bestaat voor minder dan driekwart uit studenten. Dat zou betekenen dat deze clubs niet langer in aanmerking komen voor subsidie en dus ten dode opgeschreven zijn. Maar de Union geeft MSO en Contramime een jaar de tijd om op kracht te komen.
Toch voelen de twee verenigingen zich stiefmoederlijk behandeld. Dick Cools van Contramime: `Dit jaar zaten we op zeventien leden. Volgend jaar kan dat nooit dramatisch meer zijn. De Union schuift het probleem voor zich uit. Er moet een structurele oplossing komen. Onze vereniging is klein, maar wel springlevend.'
MSO-voorzitter Joris Kemps, die met te veel burgermuzikanten kampt, voelt zich niet serieus genomen. `Ik vind dat de Union ook naar kwaliteit moet kijken.'
Unionbestuurder Renate Heuseveldt zegt dat ook te doen. `De Union heeft meer verenigingen voorlopig erkend, zeker een stuk of twaalf. Uitzonderingen kunnen we maken, meerwaarde telt. Alleen willen we daar tot volgend jaar mee wachten. Het klakkeloos erkennen van MSO of Contramime zou precedenten scheppen. Onze criteria zijn ons ernst, maar we sturen geen enkele vereniging rücksichtslos van de campus.'