Volgens de nieuwe studiefinancieringregels die Rutte op stapel heeft staan, kunnen alle studenten hun collegegeld straks lenen bij de overheid. Ook studenten uit de andere EU-landen komen daarvoor in aanmerking. De voor deze groep geldende Raulin-vergoeding wordt daarmee volgens de staatssecretaris overbodig, omdat Nederland met de nieuwe leenmogelijkheid voldoet aan de Europese afspraken over kostencompensatie voor studenten.
De collegevoorzitters van de vijf grensuniversiteiten zijn bang dat hierdoor minder buitenlandse studenten in de toekomst voor Nederlandse universiteiten kiezen. Ze schrijven: `Met de invoering van het nieuwe stelsel van studiefinanciering krijgen de EU-studenten in Nederland niet langer de Raulin-vergoeding, maar kunnen als geboden alternatief gebruik maken van het collegegeldkrediet (dat wil zeggen dat ze het collegegeld mogen lenen van de Nederlandse overheid). Nederlandse instellingen worden zo minder aantrekkelijk voor dergelijke studenten en de instroom zal dus naar verwachting dalen.' En dat in een land dat qua aantal buitenlandse studenten toch al tot een van de laagste in Europa behoort, aldus de collegevoorzitters. Ze noemen de consequenties van het wetsvoorstel enorm, zowel op de korte als op de langere termijn.
De universiteiten vrezen dat een terugloop van het aantal buitenlandse studenten tot een terugval leidt in overheidsfinanciering voor universiteiten, `met in het verlengde de mogelijke verzwakking van de regionale kennispositie'. Op lange termijn zullen de Nederlandse universiteiten, zo voorspellen de collegevoorzitters, verworden tot `regionale, in het beste geval nationale instellingen'. Dat terwijl het streven is `de instroom van talentvolle Europese studenten te vergroten'.
`Wij vinden deze situatie dermate ernstig, dat we u als Kamerlid willen wijzen op de grote verantwoordelijkheid die op uw schouders rust. De verantwoordelijkheid voor de schade die in eerste instantie de Nederlandse universiteiten hiervan gaan ondervinden en in tweede instantie de Nederlandse samenleving.'
Volgens de staatssecretaris maken de universiteiten zich ten onrechte zorgen. Het al dan niet ontvangen van een vergoeding zal volgens hem niet van doorslaggevende betekenis zijn om in Nederland te gaan studeren. Ook wijst hij erop dat de vergoeding zeventig procent van het collegegeld bedraagt, `terwijl studenten straks hun hele collegegeld kunnen lenen'.