De minister van Onderwijs heeft haar reductieplannen voor wiskunde iets bijgesteld na de actie `Lieve Maria'. Bezorgde wiskundestudenten in Nederland schreven haar dat ze met hun VWO-kennis de universitaire wiskunde niet aankunnen. `Voor die actie verdienen de studenten absoluut een compliment,' zegt Jeurnink. `De teruggang in het aantal uren is iets minder dan de minister oorspronkelijk had voorgesteld. Maar nog veel belangrijker is het nieuwe keuzevak wiskunde D.'
Het keuzevak biedt kansen die nodig zijn om de wiskunde een gezicht te geven, denkt Jeurnink. `In de Tweede Fase moeten alle leerlingen alles leren, en het liefst nog zelfstandig ook. Maar goede wiskunde vereist een zekere diepgang. Daar moet je leerlingen bij helpen, op attenderen. Dat past helaas niet zo in de filosofie van de Tweede Fase.' Of het gebrek aan diepgang helemaal terug te draaien is, betwijfelt Jeurnink. `Tegenwoordig hebben veel docenten in de bovenbouw geen universitaire opleiding gevolgd.'
Het gebrek aan echte, uitdagende wiskunde op school en het imago van de wiskundeopleiding (`moeilijk') doen de instroom geen goed. Hoewel Jeurnink denkt dat het dieptepunt voorbij is, blijft de instroom mager. `We zitten in Twente op een instroom van dertig studenten per jaar, maar twintig jaar geleden hadden we er tachtig. Het is een landelijk probleem. En een maatschappelijk probleem. Het is slecht voor de Nederlandse kenniseconomie dat de techniek zo weinig afstudeerders levert.'
De opleiding toegepaste wiskunde van de UT probeert het imago van de studie te verbeteren door leerlingen direct te benaderen, bijvoorbeeld met masterclasses, een Mathrace en de Twentse Wiskunde Estafette. Dat helpt, zegt Jeurnink. `Maar je kunt met een wiskunde-estafette niet echt de diepte in gaan. Met wiskunde D hopen we dat wel te kunnen. Daarom denken we uitgebreid mee aan de invulling van het nieuwe vak. Samen met het instituut voor de lerarenopleiding én wiskundedocenten.'