`Met microreactoren kun je chemische reactieprocessen heel gecontroleerd laten verlopen. Dat maakt ze een veelbelovende toepassing,' vertelt Ankoné, inmiddels werkzaam als procestechnoloog bij Akzo Nobel. De traditionele materialen voor zo'n microreactor, silicium en glas, hebben beperkingen. Daarom zocht de leerstoel Membraantechnologie naar alternatieven. Ankoné ontwikkelde een productiemethode om microreactorchips te maken van polymeren, van plastic dus.
`Het echt revolutionaire is dat we poreuze chips kunnen maken,' zegt hij. `Het chipmateriaal laat daardoor bijvoorbeeld gassen door, terwijl een vloeistof gewoon in de chip blijft. Alsof je een reactie uitvoert in een membraan.' De techniek om dunne polymeerlagen te maken met kanaaltjes erin, was al ontwikkeld binnen zijn leerstoel. Ankoné maakte daarmee niet alleen een complete microchip, maar bewees ook het werkingsprincipe. De resultaten publiceerde hij met zijn begeleiders Jorrit de Jong en Rob Lammertink in het tijdschrift Lab on a Chip.
Voor veel mogelijke toepassingen van de poreuze mircochip is schaalvergroting nodig. `Er komt nu één druppel per minuut uit, dus dat schiet niet op,' zegt Ankoné. `Maar ook voor kleinere systemen zou je een chip van polymeren kunnen gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan een lab-on-a-chip om metingen in een druppel bloed te doen.'
Tot op de dag van de uitreiking van de KIVI NIRIA afstudeerprijzen (voor de beste afstudeerwerken in technisch hbo en wo), had Ankoné geen idee of hij een kans maakte om te winnen. `Ik kende de andere inzendingen niet. Pas vlak voor de uitreiking kon ik hun posters bekijken. En die waren ook goed.' Hij had zich dus nog niet rijk gerekend. Wat hij gaat doen met de geldprijs van 2500 euro? `Ik heb eerlijk gezegd nog geen idee. Het arbeidscontract heb ik trouwens afgewezen, want mijn huidige baan bevalt me prima.'
![]()
Bouke Ankoné (links) met zijn begeleider Jorrit de Jong, na de prijsuitreiking.