Schaamte is, om dat punt maar meteen gemaakt te hebben, geen nutteloze, vervelende eigenschap. Sterker nog, een lichte vorm van schaamte is noodzakelijk om aan te voelen: nu dreig ik te ver te gaan, zegt Hoogendoorns begeleider, bijzonder hoogleraar gezondheidspsychologie Joost Baneke. `Het is noodzakelijk voor groepsvorming, alleen hogere zoogdieren kennen het.' Hoogendoorn: `Schaamte is ook noodzakelijk voor morele ontwikkeling.'
Baneke leidt een langlopend onderzoeksproject over schaamte en zijn colleges over persoonlijkheidsleer brachten student Hoogendoorn op het idee om niet alleen naar sekse te kijken, maar ook naar religiositeit. Maar liefst 954 vwo-, havo- en vmbo-leerlingen van drie scholen in Haaksbergen, Enschede en Utrecht - de meesten vijftien of zestien jaar oud - vulden haar vragenlijst in.
Uit eerder wetenschappelijk onderzoek bleek dat er duidelijke sekseverschillen in schaamte voorkomen, maar Hoogendoorn denkt dat die conclusie een gevolg was van de ondervraagde populatie. In haar scriptie schrijft ze: `Onderzoek naar schaamte is vooral gedaan bij forensische populaties en populaties met voornamelijk psychopathologische problemen, waarbij men te veel of juist te weinig schaamte zou kunnen verwachten. Dit alles kan een vertekend beeld opgeleverd hebben.' Dat is de reden waarom Hoogendoorn voor haar onderzoek gebruik maakte van een min of meer doorsnee niet-klinische populatie.
Haar conclusie als het om sekseverschillen in schaamte gaat? Die bestaan, stelt ze. `Over de gehele groep valt bij de meisjes een duidelijk verhoogd schaamtegevoel waar te nemen ten opzichte van de jongens'. Waar vrouwen het gevoel van schaamte accepteren, hebben mannen veel meer de neiging die schaamte af te weren om het zelfbeeld in stand te houden. Ook concludeert Hoogendoorn dat schaamtegevoelens toenemen naarmate het opleidingsniveau hoger is, zeker bij jongens. Onder vwo-leerlingen is van een sekseverschil geen sprake meer.
Allemaal reuze interessant, aldus Baneke en Hoogendoorn, maar het opvallendst vinden zij dat islamitische meiden zich minder vaak schamen dan hun niet-gelovige klasgenoten. `Wij vermoedden dat het schaamtegevoel bij moslima's groter zou zijn dan bij niet-religieuze meiden. Begrippen als eer, schaamte en trots zijn in die cultuur toch belangrijker dan in de onze. Maar het leuke was: juist het tegengestelde bleek. Ze geven aan dat ze trots zijn en oprecht leven naar de regels van de Koran.' Baneke vult aan: `En zolang ze zich goed gedragen, hoeven ze zich niet te schamen.'
Opvallend is wel dat jonge moslima's aangeven zich vaker depressief te voelen. Hoogendoorn: `Dat zou je omgekeerd verwachten, aangezien er een positieve correlatie lijkt te bestaan tussen schaamte en depressiviteit. Waar dit aan ligt? Uit de antwoorden blijkt in ieder geval dat moslima's vinden dat ze te weinig respect krijgen en zich vaker gediscrimineerd voelen.'
Hoogendoorn, van oorsprong biochemisch analist, heeft de smaak van onderzoek doen goed te pakken. Ze hoopt op een promotieplaats. `Ik zou dit onderzoek graag verder uitdiepen.'
![]()
Lida Hoogendoorn met haar begeleider Joost Baneke. (Foto: Arjan Reef)