Het project startte tijdens een Comeniusnascholing over het Science Across the World-programma in het Italiaanse Perugia rond het thema 'Biodiversiteit'. Science Across the World is een internationaal programma (sinds 1990, voor leerlingen van tien tot zestien jaar) dat staat op twee pijlers: kant-en-klaar lesmateriaal (voor vier tot zes lesuren) en een database met 4000 partnerscholen, waarmee onderzoekresultaten uitgewisseld en besproken kunnen worden. Ook veel Nederlandse scholen doen mee. Het lerarenopleidingsinstituut ELAN van de Universiteit Twente vertegenwoordigt het programma in Nederland.
Science Across the World past volgens Carelsen goed in vernieuwend onderwijs. Het programma is laagdrempelig en vergt weinig inspanning van docent en school. Trefwoorden zijn internationalisering, zinvol gebruik van ICT en vakkenintegratie (bijvoorbeeld natuurwetenschappen met MVT, Moderne Vreemde Talen).