`Sociale uitsluiting kan heel snel gaan'

| Redactie

Luitenant-kolonel Ine Voorham, directeur van de stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, promoveert morgen (18 mei) aan de faculteit Gedragswetenschappen op een onderzoek naar de oorzaken van sociale uitsluiting. Ze ondervroeg daarvoor tweeduizend cliënten van het Leger des Heils. `Wat me nog steeds verbaast is dat we een samenleving vormen en daar mensen - bewust of onbewust - buiten laten staan.'


Het was voor haar niet een thema dat toevallig uit de lucht kwam vallen, vertelt Voorham. Een congres van het Leger des Heils in 2000 had hetzelfde thema, maar ook in haar werk heeft ze vaak te maken met sociale uitsluiting. `Bij onze cliënten zie je niet alleen materiële tekorten, maar ook dat ze gewoonweg geen deel uitmaken van de samenleving.'

Hoe zou je sociale uitsluiting kunnen definiëren?

`Dat begrip heeft zich nog niet volledig uitgekristalliseerd. Sommigen kwalificeren het als een moderne vorm van armoede. Maar, het is meer dan een tekort aan goederen. Het is het niet mee kunnen, mogen en soms ook niet mee willen doen.'

Eén van de elementen die sociale uitsluiting bepaalt is de wijze waarop de samenleving naar bepaalde groepen mensen kijkt, zegt Voorham. `In 2001, 2002 en 2003 hebben we onderzocht hoe Nederlanders oordelen over mensen die met een bepaalde problematiek te kampen hebben. Ik kan je zeggen dat die opvattingen behoorlijk veranderd zijn tussen 2001 en 2003.' Onbekend maakt onbemind, stelt ze. `Mensen weten heel weinig over hoe het kan gebeuren dat je zo in de problemen raakt; hoe het kan dat je zó hard onderuit gaat. Maar als de calamiteiten zich in een hoog tempo opstapelen en je sociale netwerk is teer, dan kan het heel snel gaan.'

Uit Voorhams onderzoek blijkt dat de mate van sociale uitsluiting mede wordt bepaald door de omstandigheden waaronder iemand wordt opgevoed. Ook de leeftijd waarop iemand zelfstandig gaat functioneren, van school gaat en het vermogen om relaties aan te knopen en te onderhouden zijn voorspellers. Wie slachtoffer is van geweld, intimidatie of seksueel misbruik of met criminaliteit in aanraking komt, loopt ook een groter risico.

Voorham, die al vanaf haar achttiende bij het Leger betrokken is, onderscheidt een viertal actoren die invloed kunnen uitoefenen op sociale uitsluiting: de `uitgeslotene' zelf, de samenleving in haar totaliteit, de hulpverlenende instanties en de overheid. In haar proefschrift doet ze een aantal suggesties. Meer betaalbare, goede huurwoningen en de ontwikkeling van `zorgarrangementen' voor huisvesting, woonvaardigheden en financiën zijn daar voorbeelden van, net als het eenvoudiger toegankelijk maken van advies- en meldpunten kindermishandeling. Maar daarmee ben je er niet, waarschuwt ze. Het vraagt ook een maatschappelijke mentaliteitsverandering. `Als je iets wilt doen aan sociale uitsluiting, dan zullen alle vier de actoren samen in beweging moeten komen.'

Ine Voorham: `Als de calamiteiten zich in een hoog tempo opstapelen en je sociale netwerk is teer, dan kan het heel snel gaan.'
Ine Voorham: `Als de calamiteiten zich in een hoog tempo opstapelen en je sociale netwerk is teer, dan kan het heel snel gaan.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.