Cultuur

| Redactie

In het kader van de cultuurestafette houdt theatersportvereniging Pro Deo donderdag 8 juni in het Amphitheater van de Vrijhof een theatersportwedstrijd. Twee teams met elk vier spelers improviseren, dagen elkaar uit en vragen het publiek om input. Theatersportbeoefenaars Hugo Woldendorp (studie BIT), Wendy Garnier (psychologie) en Philip Chimento (TN) staan volgende week op het podium.

Theatersport, kwestie van voelsprieten

`Theatersport is een combinatie van een theatervoorstelling en een wedstrijd,' zegt Chimento. Twee teams spelen om beurten twee scènes en proberen daarmee te scoren bij de jury of de stem van het publiek te winnen. De spelers dagen elkaar uit en ook het publiek moet actief meedoen.' Woldendorp vult aan: `Toeschouwers roepen onderwerpen en wij bouwen er een scène omheen. Dit gaat volgens raamwerken. Zo spelen we bijvoorbeeld dezelfde scène drie keer achter elkaar maar telkens in een andere emotie.' Het onverwachte is exact wat Woldendorp zo leuk vindt aan theatersport. `Ik laat me graag verrassen, kom maar op met die carte blanche. Dan weet het publiek in ieder geval zeker dat we écht improviseren en niets voorbereiden.'

Een team heeft vaak verschillende soorten spelers, vertelt Chimento. `Je hebt opzetters, die beginnen de scène. Zij krijgen steun van `hulpspelers' die inspringen en met nieuwe ideeën en gedachten komen. En je hebt spelers die de scène mooi kunnen afsluiten.' Volgens Chimento is een team goed wanneer spelers van elkaar kunnen zien wat ze van plan zijn. Dat maakt hij zelf ook wel eens mee. `Je voelt gewoon dat je teamgenoot een ingeving heeft en naar voren wil stappen.' Woldendorp: `Het is dan de kunst om die speler de ruimte te geven, je eigen bedenksels te laten varen én weer in te spelen op de nieuwe situatie. Je moet dus voelsprieten hebben. Snel met nieuwe ingevingen komen en deze ook spuien. Tijd om na te denken is er niet.' Het rappe tempo levert vaak blunders op. `Maar die zijn zo ongeveer inherent aan theatersport,' constateert Woldendorp. `En je moet je soms écht inhouden om niet de slappe te krijgen,' zegt Garnier.

Tijdens de wedstrijd beoordeelt een uit drie rechters bestaande jury elke scène op basis van techniek, inhoud en amusement. Garnier: `Kijk je naar techniek dan moeten bijvoorbeeld alle aangedragen spullen en voorwerpen uit de eerste scène ook in het tweede en derde stuk terugkomen. Inhoudelijk moet het verhaal kloppen. Wie is wie, waar zijn ze of wat stellen ze voor? Dat moeten de spelers duidelijk definiëren. Tot slot beoordelen de rechters of het spel het publiek heeft geraakt. Is er veel gelachen of raakten de mensen in de zaal ontroerd? Elk onderdeel krijgt een cijfer van een tot vijf en vaak is het zo dat het publiek door te applaudisseren de allerlaatste scène beoordeelt.'

Voor meer informatie over de theatersportwedstrijd: www.prodeo.utwente.nl.

De uit drie rechters bestaande jury beoordeelt donderdag 8 juni iedere scène op techniek, inhoud en amusement. (Foto: Maurits Diephuis)
De uit drie rechters bestaande jury beoordeelt donderdag 8 juni iedere scène op techniek, inhoud en amusement. (Foto: Maurits Diephuis)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.