De UT als goed doel

| Redactie

Het is een gok, geeft Alfred Stobbelaar, alumni officer en directeur van het Universiteitsfonds toe, alumni actief benaderen en vragen om een donatie. En ja, misschien dat dat een enkeling tegen de borst stuit. `Maar erger is dat iemand op de vraag waarom-ie nooit zijn universiteit financieel gesteund heeft, antwoordt: they didn't ask.'


Alle alumni kregen de afgelopen week samen met het Alumni Magazine een folder met een machtigingskaart in de brievenbus. De begunstigde: Stichting Universiteitsfonds Twente. De alumnus kan zelf kiezen waaraan zijn geld wordt besteed: aan bijzondere leerstoelen, het Twente Scholarship Program voor talentvolle buitenlandse studenten of aan Campus & Studentenleven. `We hebben de afgelopen jaren de band met onze alumni aangehaald', zegt Stobbelaar, zelf alumnus. `Ik denk dat er niets op tegen is om onze alumni dit te vragen. Het fonds heeft een financiële impuls nodig.'

Reacties heeft Stobbelaar nog niet gehad. `Nee, het is nog heel vers. Ik heb wel een paar alumni gesproken, voornamelijk uit mijn eigen vriendenkring. De een reageert positief, een ander doet er een beetje lacherig over. Ik denk ook niet dat we volgende week tonnen op onze rekening zullen hebben. Het is een kwestie van lange adem. De overheid trekt zich terug en we moeten andere bronnen aanboren; de universiteit kan niet meer zonder alumni.'

De innige verbondenheid die bijvoorbeeld Amerikanen voelen met hun universiteit, die cultuur bestaat in Nederland niet, realiseert ook Stobbelaar zich. `In de VS hoor je vaak: ik ben die en die, Harvard. Hier zeg je niet: dag, ik ben Alfred Stobbelaar, Universiteit Twente.' Toch denkt hij niet dat het Universiteitsfonds met de actie een heilloze weg betreedt. `Nee. Als je in je kennissenkring vraagt wie er wel eens iets aan een goed doel doneert, dan zeggen negen van de tien mensen ja. Waarom dan niet het Universiteitsfonds? We zien op lange termijn een goede kans. We moeten de concurrentie met andere goede doelen aangaan.'

Stobbelaar wil de nieuwe generatie studenten meteen vanaf het begin dat ze de campus opkomen, wijzen op het bestaan van het Universiteitsfonds. `Dat studenten jaarlijks een klein bedrag doneren aan het fonds moet normaal worden. Mensen die tijdens hun studietijd doneren, zullen dat daarna meestal blijven doen.'

Als het aan Stobbelaar ligt, worden alumni nog veel meer betrokken bij de universiteit. Alumni kunnen ontzettend veel betekenen voor de UT, denkt hij. Niet alleen verkeren ze in posities die de UT stages en afstudeeropdrachten kan opleveren, ook kunnen ze van doorslaggevend belang zijn bij de werving van nieuwe studenten. `Op een gegeven moment kwam er veel instroom uit een bepaalde hoek in Amsterdam. Dat viel zo op dat we zijn gaan kijken waarom. Bleek daar een enthousiaste alumnus van ons docent te zijn.' Met twintigduizend man vormen alumni ook nog eens de grootste groep UT'ers. `Die moet je koesteren.'

Allemaal leuk en aardig, maar wat is het voordeel voor de alumnus? Stobbelaar: `Naast materiële voordelen die we bieden in de vorm van producten en diensten, is het voor alumni zelf uitermate nuttig om weer in contact te komen met elkaar. Iedereen die in het bedrijfsleven gewerkt heeft, weet hoe belangrijk en nuttig een netwerk kan zijn.'

`Ik verwacht dat de universiteit breed gebruik gaat maken van de diensten van haar alumni. Het is nu aan de stagecoördinatoren en de opleidingsdirecteuren om die contacten om te zetten in stages, contractonderzoek et cetera. Op de lange termijn verwacht ik dat we er financieel wijzer van worden. Maar dan moeten we ook goed laten zien dat we het waard zijn om geld in te stoppen.'

Alfred Stobbelaar: `De UT kan niet meer zonder haar alumni.' (Foto: Arjan Reef)
Alfred Stobbelaar: `De UT kan niet meer zonder haar alumni.' (Foto: Arjan Reef)

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.