Een nieuwe baan bij een nieuwe werkgever. `Maar het voelt vertrouwd', zegt Luizink (31) terwijl ze poseert voor de foto. `Ik heb hier natuurlijk gestudeerd.' Wijzend naar gebouw de Hogekamp, in haar tijd nog `gewoon' EL/TN: `Daar boven heb ik jaren gezeten. En ook in mijn vorige baan had ik veel met de universiteit te maken. Daarom voelt het ook niet alsof ik van buiten kom.'
Het is voor het eerst in de geschiedenis van de UT dat een wetenschappelijk instituut een vrouwelijke zakelijk directeur krijgt, zo meldde het UT-persbericht dat haar benoeming begin april aankondigde. `Ik heb direct voorgesteld om die zin te schrappen', zegt Luizink even later in het Theatercafé van de Vrijhof. `Ik vind het niet echt iets om trots op te zijn dat je pas in 2006 de eerste vrouw op zo'n post benoemt. Maar ook van mezelf is het helemaal geen verdienste.' Dan vindt ze het eerder leuk dat ze al op betrekkelijk jonge leeftijd zo'n functie in mag vullen. `Dat is wél aan mezelf toe te schrijven, aan de dingen die ik heb gedaan.'
Niet dat ze haar carrière zo strak plande. `Welnee, als ik bij mijn afstuderen in 1998 al had bedacht dat ik zo'n positie wilde, dan was ik misschien heel krampachtig gaan doen. Op de UT blijven hangen bijvoorbeeld.'
In plaats daarvan koos ze na de UT voor een baan bij KPN Research. `Dat deden in die tijd veel natuurkundigen. Ik hield me er bezig met ontwikkelingen van het glasvezelnetwerk, deed berekeningen aan technisch-economische scenario's.' Na een tijdje in die baan begon het te kriebelen. `Mijn vriend, ook een alumnus, en ik wilden samen naar het buitenland. Hij kon voor zijn werk worden uitgezonden naar Costa Rica en ik ben gaan kijken of ik daar voor KPN iets zou kunnen doen.' Luizink legde een aantal contacten in Costa Rica en schreef een eerste projectvoorstel. `Gelukkig keurde KPN mijn plannen goed. Best bijzonder, want ik werkte er nog maar een jaar. Maar het was in de tijd van de ict-hype, er kon vrij veel.' En dus vertrok ze voor KPN International Consultancy naar Costa Rica. In eerste instantie om de telecommarkt in Zuid-Amerika te verkennen en later ook om de Costaricaanse PTT te adviseren over de aanleg van een glasvezelnetwerk.
Twee jaar later, in 2001, keerde ze terug naar Nederland, getrouwd én hoogzwanger. `Na een mooie tijd in het buitenland was het ook goed om weer terug te zijn. Je moet je voorstellen dat ik pas vierentwintig was toen ik naar Costa Rica ging. De mensen daar zagen me als een rijke westerse die door een groot bedrijf was uitgezonden. Dat schiep de nodige afstand en dat vond ik niet leuk. Ik wilde weer als gelijke worden behandeld.'
Op dat moment stond ze op een breekpunt in haar carrière vertelt ze. `Ik had me in Costa Rica vooral beziggehouden met het ontwikkelen van projecten, vanaf nul iets opbouwen. Dat verkennende en het nemen van initiatieven was me goed bevallen. Tegelijkertijd dacht ik: als ik nog in de techniek verder wil, dan moet ik dat nu doen. Je kunt niet te lang uit je vakgebied zijn.' Een paar maanden werkte ze voor een spin-off van de UT, maar al snel trok ze haar conclusies. `Ik wilde toch door in een ontwikkelfunctie en ben gaan zoeken naar een geschikte organisatie. De Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij (nu Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland) zou wel wat kunnen zijn, dacht ik. Ik heb gebeld en toevallig stond er net een vacature open waarop ik kon solliciteren.' Glimlacht: `Timing is vaak best handig.'
Het klinkt alsof het haar in de schoot werd geworpen. `Het kwam goed uit. Maar ik heb natuurlijk zelf het initiatief genomen.'
Bij Oost NV werd ze verantwoordelijk voor het ondersteunen van samenwerkingsverbanden ter versterking van de regionale economie. `Ik fungeerde als intermediair tussen overheid, kennis en bedrijven. Een echte netwerk- en ontwikkelfunctie. Het is leuk om op allerlei niveaus met mensen te werken. Met de hoge bazen, maar ook met de mensen die `het echte werk' uitvoeren. Het maakt me daarin niet uit wie welke status heeft, daar ben ik geloof ik niet zo gevoelig voor.'
In dat werk kwam ze regelmatig met de UT in aanraking. `Ik was bijvoorbeeld betrokken bij de ontwikkeling van de business accelerator bij Impact en de technology accelerator bij Mesa+. Ook had ik veel te maken met het Innovatieplatform Twente.'
Begin dit jaar kwam ter sprake dat Kees Eijkel, technisch-commercieel directeur van Mesa+ wellicht directeur Innovation Lab zou worden. Of zij geen oren had naar zijn functie. `Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Het is een mooie baan bij een prachtig instituut. En voor mij een logische stap, alles past.'
Wat kan de UT van haar verwachten? Voorzichtig: `Het is natuurlijk eerst zaak dat de continuïteit wordt gewaarborgd. Ik zal de lopende zaken overnemen en daar zal wel veel tijd overheen gaan.' Ze wil niet, nu ze amper begonnen is, al allerlei dingen gaan roepen. `Er staan natuurlijk zaken op het programma zoals de verhuizing van Mesa+ naar de nieuwe locatie en grote projecten die om opvolgers vragen. In de UT-brede commercialisatie waar Kees Eijkel nu verantwoordelijk voor wordt, zullen we als Mesa+ een rol gaan spelen.' Maar Luizink wil eerst iedereen binnen het instituut leren kennen. `Ik wil er vooral zijn voor de wetenschappers. Wat zijn de belangrijkste onderzoekslijnen? Wat kan ik voor hen betekenen?' Als commercieel directeur wordt ze het gezicht naar buiten. `In de regio ken ik veel mensen, maar voor Mesa+ zijn natuurlijk contacten nationaal en internationaal ook heel belangrijk. Die zijn grotendeels nieuw voor mij.'
Hoe staat de UT-vlag er bij in de regio? Wordt de universiteit op handen gedragen? `Moeilijke vraag', zegt Luizink. `De UT is heel belangrijk voor de regio. Veel bedrijven weten goed hun weg binnen de universiteit te vinden en die zijn ook tevreden. Lastiger is het verschil in snelheid; een bedrijf vraagt op korte termijn een antwoord en daar is een universiteit niet op ingesteld. Spin-offbedrijven kunnen daar een rol in spelen en dus een deel van die schakel vormen.'
Ze verheugt zich het meeste op het deel uitmaken van een team. `In mijn vorige baan was ik intermediair. Ik probeerde een project van de grond te krijgen maar als dat eenmaal was gelukt ging iemand anders het werk doen. Nu hoor ik zelf bij één van de partijen en vertegenwoordig ik een mooie club. Ik denk dat Kees z'n instituut nog wel zal missen!'
![]()
Miriam Luizink: …alles past… (Foto: Arjan Reef)