Eerst de prijs, dan de wandelvakantie

| Redactie

De bijna 53-jarige Carl Figdor stelde zijn vakantie - wandelen in de Pyreneeën - een paar dagen uit om maandag in het statige NWO-gebouw in Den Haag zijn Spinozaprijs in ontvangst te kunnen nemen. `Ik wist het nieuws al een paar weken, maar mocht het nog niet in brede kring bekend maken. We vieren dit natuurlijk deze week op mijn instituut in Nijmegen. Mijn collega's in Twente zie ik pas in juli weer.'


In die volgorde dus. De nadruk ligt op zijn werk als wetenschappelijk directeur van het Centre for Molecular Life Sciences dat verbonden is aan de Nijmeegse Radbouduniversiteit. In Twente, bij de biophysical engineering group van de faculteit TNW (met Vinod Subramaniam als groepsleider) vervult de celbioloog Figdor met zijn 0,2-aanstelling een wat bescheidener rol. `Ik ben er maar één dag in de twee weken. Meer tijd kan ik niet vrijmaken gezien mijn werk in Nijmegen, waar ik overigens ook af en toe voor de UT werk. Het lijkt weinig, maar vlak het niet uit. Ik focus mij in Twente steeds op één probleem, dat werkt heel effectief. Ik leer fysici en biologen met elkaar praten. Fysici kunnen geen cellen kweken, dat leren ze bij ons. Cellen zijn rare dingen, die soms niet doen wat je wilt dat ze doen. Dat gegeven, daar moeten fysici aan wennen. Die gaan er vanuit dat alles regelbaar is. Omgekeerd leren wij veel van fysici. We hebben ook gezamenlijke promovendi. Daardoor zijn er feitelijk veel meer mensen op dit interdisciplinaire gebied werkzaam dan de omvang van mijn aanstelling doet vermoeden.'

Zijn inbreng in de Twentse groep, waar hij al sedert 1992 werkt, is simpel gezegd het formuleren van een biologisch vraagstuk dat een technologische vernieuwing behoeft. Legt uit: `In feite draai ik de zaken om: niet de technologie op zich, maar de biologie wil ik leidend laten zijn. Hanteer je die volgorde - dus eerst het probleem en dan de oplossing - dan komt de technologische vernieuwing vanzelf.' Als voorbeeld noemt hij de verdere ontwikkeling van de hoge-resolutiemicroscoop, op welk gebied hij samenwerkt met de vorig jaar (van de UT) naar Barcelona vertrokken Niek van Hulst. `Ik verwacht op dit terrein doorbraken. Met Van Hulst zal ik zeker contact houden, of dat nu in Barcelona is of ergens anders.' Figdor prijst zich in dit verband gelukkig met de recente aanschaf van een geavanceerde videoconferencingset waarmee hij gemakkelijk met geloofsgenoten in andere delen van de wereld kan communiceren.

Die ene dag in Twente ervaart Figdor als een verademing, ja vakantie bijna, in die zin dat hij er puur en ongestoord wetenschap kan beoefenen en eventjes niet de leider is van een wereldvermaard onderzoeksinstituut.

U bedoelt eigenlijk, de combinatie van wetenschapper en manager, plus daarnaast ook nog twee werkgevers dienen, is ongehoord zwaar.

`Dat klopt, ik ben er 24 uur per dag mee bezig. Mijn mails lees ik pas `s avonds. Ik stuur het instituut aan, maar ik zou van mijn leven niet alleen maar manager willen zijn, dan zou ik verpieteren. Ik ben in de eerste plaats wetenschapper.' Figdor is het boegbeeld van het instituut dat tevens beschikt over een tweede fulltime wetenschappelijk directeur, een managementteam en een researchraad. `Verder houdt een collega zich volledig bezig met de vertaalslag van het fundamenteel onderzoek naar de klinische disciplines in het ziekenhuis.'

De naam Figdor is Oostenrijks, naar zijn joodse vader. Deze ontvluchtte vlak voor de Tweede Wereldoorlog zijn land om te ontkomen aan de krijgsdienst in het leger van Hitler, trouwde met een Belgische en vestigde zich in Nederland.

Carl Figdor (1953, `s Hertogenbosch) studeerde in 1979 cum laude af in de biologie aan de Universiteit Utrecht. In 1982 promoveerde hij op een onderzoek aan het Nederlands Kanker Instituut, waar hij tot 1994 werkte. In 1992 werd hij benoemd tot hoogleraar celbiofysica aan de Universiteit Twente. In 1994 volgde zijn benoeming tot professor in Nijmegen.

Figdor ontvangt de NWO-Spinozapremie 2006 voor zijn baanbrekende onderzoek naar het gebruik van afweercellen tegen kanker en voor de manier waarop hij fundamenteel onderzoek naar klinische toepassingen weet te vertalen. Figdor paste als een van de eersten ter wereld dendritische celtherapie - het trainen van het eigen afweersysteem om tumorcellen aan te vallen - toe op kankerpatiënten. Dendritisch betekent vrij vertaald vertakt en is afgeleid van het oud-Griekse woord dendron, wat boom betekent. Er was in ruim tien jaar tijd sprake van wisselend succes en dat is ook tevens de grondslag van de wetenschappelijke uitdaging. Het moet beter. Vanaf `97 werden honderd patiënten met agressieve vormen van kanker behandeld. In tien tot twintig procent van de gevallen kon de ziekte tot staan worden gebracht, nam deze af of verdween zelfs geheel. `Het ging om uitbehandelde patiënten, de allerslechtste groep dus. Het probleem is dat de dendritische cellen in de helft van de gevallen niet het beoogde doel - het killen van de tumor- bereiken. Daar moeten we nog veel onderzoek naar doen. In feite beginnen we pas.'

Weet u al wat u met die anderhalf miljoen euro gaat doen, behalve dan het aantrekken van nog meer topwetenschappers uit de wereld om de statuur van uw instituut verder te ontwikkelen, zoals de jury verwacht?

`Nee, eerlijk gezegd weet ik dat nog niet precies. Celmembranen hebben een hogere organisatiegraad dan we dachten. Het zichtbaar maken van cellen in het lichaam, de kennis van waar cellen na vaccinatie in het lichaam uitzwermen, het buiten het lichaam vormen van tumoreiwitten om killercellen te vormen, al dat soort zaken vergt nog heel veel onderzoek. Mijn droom is om samen met fysici en chemici synthetische moleculen te maken die zich gedragen als dendritische cellen. Nu moeten we voor iedere patiënt apart in de cleanroom cellen kweken. Dat alleen al is heel kostbaar, zo'n twintigduizend euro per patiënt. Moleculen die hetzelfde kunnen is een veel goedkopere methode, maar dan gaat het wel om risicovol onderzoek, waar NWO normaal gesproken geen geld in zal steken. Het is dat grijze, moeilijk te financieren gebied, met het oog waarop ook het Nijmeegs Offensief tegen Kanker is opgericht.'

Aan korte- of lange-termijnvoorspellingen waagt Figdor zich niet. `Kanker genezen, althans de agressieve vormen ervan, zal moeilijk blijven. Er zijn altijd weer van die cellen waar je geen greep op hebt. Ik verwacht vooral heil van het onder controle houden van een tumor, zonder dat de patiënt er last van heeft. Zoals bij prostaatkanker, waar bijna iedere man vroeg of laat mee te maken krijgt. Daardoor blijft de kwaliteit van leven in tact. Maar dat is niet eenvoudig en gaat gepaard met complexe behandelschema's.'

Carl Figdor
Carl Figdor

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.