Hoofdpijn krijgt hij er van, het opruimen van zijn kamer valt hem zwaar. `Het is bijna je leven wat je wegdoet. Ach, dat klinkt misschien wat al te dramatisch, maar toch.' Uit de vergeelde stapels vist hij een verouderd curriculum vitae. Als we dan toch in het verleden duiken, dan is dat rijtje jaartallen een mooie wegwijzer.
De twee A4-tjes vertellen het verhaal van een Twentse jongen uit een textielgezin die via zijn vader een betrekking als boekhouder in een textielfabriek krijgt. Maar de textielfabrieken gaan failliet en de jonge Bram zoekt zijn heil in een meubelfabriek, als inkoper van hout. Maar ook met dat bedrijf gaat het al snel bergafwaarts. `Dat zal toch niet allemaal aan mij hebben gelegen', lacht Van der Meer (62).
En dan verrijst daar de THT. `Wij, jongens uit de textiel, waren blij met de komst van de hogeschool. Ik reageerde op een vacature voor hoofdinkoper. Ze zochten iemand van rond de veertig, ik was 23, maar solliciteerde toch. Voor hoofdinkoper bleek ik te licht, maar wel mocht ik literatuurinkoper worden voor de bibliotheek. Daar had ik nou werkelijk nooit bij stilgestaan, dat zulke functies bestonden.'
Van der Meer zet in zijn nieuwe baan relaties op met boekhandels en zorgt dat de leveringen naar de jonge THT op gang komen. Hij inventariseert welke handboeken de faculteiten nodig hebben en als het budget het toelaat dan schaft hij mooie collecties aan bij gespecialiseerde boekhandels.
Een paar jaar later zet de hogeschool hem in bij het automatiseringsproces van de bibliotheek, hij wordt secretaris van het 3TH-overleg over automatisering. Van der Meer diept uit de gesorteerde stapels in zijn kamer een ouderwetse bundel op met de titel `Principes van computers'. Een cursus, die hij begin jaren zeventig volgde. `We begonnen met het automatiseren van de inkoop en de tijdschriftenregistratie. Dat ging met ponskaarten die we dan lieten inlezen in het Rekencentrum.' Het was niet helemaal zijn ding. `Ik zag al snel dat anderen er veel beter in waren. Bovendien nam de THT op een gegeven moment afscheid van de IBM mainframes, de programmeertaal die ik me eigen had gemaakt werd niet langer gebruikt.'
Hij krijgt dan de kans om zich te bekwamen in het `echte bibliotheekwerk', op de afdeling documentatie. `We legden volgens een bepaalde logica lijsten van literatuurgegevens aan over een bepaald vakgebied. Datzelfde deden we met tijdschriftartikelen. Dat waren kaartsystemen die handmatig werden bijgehouden door drie fulltime medewerkers.'
In die tijd werd een zorgvuldige documentatie als zeer belangrijk beschouwd, vertelt Van der Meer. `Dat kwam door de Koude Oorlog. De Russen lanceerden in 1957 totaal onverwacht de Spoetnik. De Amerikanen waren verbijsterd, hoe was het mogelijk dat hen dit was ontgaan. De wereld van de informatie stond compleet op z'n kop. Regeringsinstituten en universiteiten moesten zich gerichter bezighouden met documentatie, met het ontsluiten van de literatuur, ook de buitenlandse. Want de informatie over de Spoetnik was in het Russisch gewoon beschikbaar. Documentatie kreeg toen een enorme impuls.'
Van der Meer klimt gestaag omhoog. Hij wordt hoofd van de centrale bibliotheek in de Vrijhof en de laatste jaren is hij als hoofd bedrijfsvoering verantwoordelijk voor alle processen in de bieb, zoals de inkrimping van het aantal decentrale bibliotheken. `Deze functie is erg allround. Ik ben echt in het vak gegroeid.' Zijn laatste kunstje: de tijdelijke verhuizing van de Vrijhof naar Langezijds. `Prachtig vind ik dat, om zo'n operatie te coördineren.' Als de bibliotheek in de Vrijhof straks is omgetoverd tot modern studielandschap (`een omgeving waarin men geïnspireerd wordt') gaat de collectie weer terug. `Wel jammer dat ik dat mis', zegt Van der Meer spijtig.
Vanaf 1 juli gaat hij vooral veel sporten. En zich bezighouden met zijn hobby geschiedenis. `Ik ben erg geïnteresseerd in de Eerste Wereldoorlog en heb een fascinatie voor slagvelden. Die enorme verspilling en dat extreem gewelddadige boeit me.' Van der Meer bezocht in de loop der jaren dan ook een groot aantal voormalige slagvelden in Europa. Op zijn verlanglijstje staat nog een reis naar Gallipoli in Turkije, waar de geallieerden in 1915 probeerden een doorbraak door de Dardanellen te forceren. `Daar wil ik graag een keer naar toe.'
![]()
Bram van der Meer:…slagvelden… (Foto: Arjan Reef)