Ongetwijfeld een beladen datum voor de faculteit, 13 oktober. Hoe kijkt u als decaan terug op deze dag vorig jaar?
Van der Meer: ‘Met gevoel voor understatement, die hele week – en eigenlijk de hele aanloop – was niet leuk. Zulke reorganisaties komen bijna niet voor binnen onze universiteit. En hoe professioneel we het ook hebben aangepakt, dit zijn dingen die je niet wil.’
Wat voor gevoelt hangt er nu, een jaar later, in de faculteit?
Timmerman: ‘Ergens zit die pijn er nog wel bij mensen. Dat is ook niet gek, want zoiets heeft veel impact.’
Van der Meer: ‘Daar kijken we niet van weg. In de wandelgangen voel ik nog steeds wel gevoelens van onzekerheid. We moeten dat vertrouwen en toekomstperspectief weer terug zien te vinden. Maar daar is absoluut sprake van. Ik zie dat men weer meer vooruitkijkt, met meer positiviteit.’
Vorig jaar hoopte u zoveel mogelijk van de mensen die met ontslag bedreigd werden te kunnen herplaatsen. In hoeverre is dat gelukt?
Van der Meer: ‘Ik kan niet ingaan op individuele gevallen, maar meer dan de helft van de mensen is herplaatst. Daar ben ik de collega’s van de andere diensten en faculteiten erg dankbaar voor. Een ander deel tekende een vaststellingsovereenkomst. Met enkele mensen loopt het proces nog.’
Onderdeel van de reorganisatie was een nieuwe departementsstructuur en een nieuwe inrichting van de ondersteuning. Staat dat nu als een huis?
Timmerman: ‘Laat ik het zo formuleren: het huis staat, maar we moeten het interieur nog inrichten. We hebben nu vier wetenschappelijke afdelingen en vier ondersteunende (ten opzichte van eerder achttien, red.). Dat maakt het organisatorisch gezien een stuk overzichtelijker. Dat zien we nu ook fysiek terug in het gebouw, na een verhuizing afgelopen zomer zijn alle afdelingen beter geclusterd. Nog niet elke afdeling is even ver met de nieuwe opzet. De afgelopen tijd werkten we hard aan een nieuwe structuur in afdelingen, meetings en evaluaties. Ook hebben de afdelingshoofden veel meer verantwoordelijkheid. En we zetten meer in op samenwerking.’
Van der Meer: ‘Dat teamgevoel is met name sterker geworden. We hadden onlangs een dag met het faculteitsbestuur en alle afdelingshoofden. Ik merkte daar dat dit echt een team aan het worden is. Dat is belangrijk: we moeten allemaal denken in het faculteitsbelang, niet aan het belang van je afdeling. Want die belangen kunnen natuurlijk botsen.’
In de laatste managementrapportages schrijft de faculteit weer zwarte cijfers. Is ITC vrij snel weer financieel gezond geworden?
Timmerman: ‘We verwachten dit jaar inderdaad al een kleine plus, maar dat komt door incidentele resultaten. Het doel is en blijft om vanaf 2029 weer een licht positief resultaat te noteren, ongeacht allerlei incidentele meevallers. Want daar mag je je niet op blindstaren. En je kunt er helemaal geen beleid op voeren. Momenteel liggen we nog steeds op koers voor een licht positief resultaat in 2029.’
Er bereikten ons ook zorgen van jonge onderzoekers op tijdelijke contracten, met name postdocs, die hun kwetsbare positie nog kwetsbaarder zagen worden door de bezuinigingen en reorganisatie. Is er voor hen weer meer perspectief nu?
Van der Meer: ‘Onder druk van de reorganisatie konden we beter aan verwachtingsmanagement doen en uitspreken wat ze wel of niet kunnen verwachten van deze faculteit. Wanneer er ontslagen vallen, is er op dat moment gewoonweg weinig ruimte voor iemand om door te stromen vanuit zo’n tijdelijk contract. Zo realistisch moeten we zijn met elkaar. In de toekomst hebben ze het voordeel dat ze nu bekend zijn binnen de organisatie. Dat biedt hopelijk weer goede kansen als er nieuwe vacatures komen. Voor promovendi zat het anders. Zo’n 10 procent ondervond directe gevolgen van de reorganisatie. In hun geval was het een ander begeleidingsteam, maar ze bleven doorwerken aan hun eigen onderwerp.’
Wat zijn de voornaamste lessen die geleerd zijn het afgelopen jaar?
Van der Meer: ‘Geleerd is een groot woord, maar communicatie is het belangrijkste: je moet eenduidig, transparant en open zijn. Al helemaal in zo’n onzekere en moeilijke situatie. Wat daarbij lastig was – en dat is zo’n andere les – is het besluitvormingsproces. Je moet in dit traject de balans vinden tussen traagheid en draagvlak aan de ene kant en snelheid en daadkracht aan de andere kant. Tussen de aankondiging van de reorganisatie en het doorvoeren zat ongeveer een half jaar. Dat was een erg frustrerende periode, een soort vacuüm waarin we misschien wel iets wilden delen, maar het niet mochten. Er komt overigens nog een officiële evaluatie.’
Is de faculteit nu gewapend tegen politieke keuzes? Want die leidden eigenlijk deze reorganisatie in…
Van der Meer: ‘We hadden te maken met een heel extreem kabinet. Maar we hebben altijd te dealen met de minister die we krijgen. Ook al ben je het inhoudelijk niet met de bewindspersoon eens, je moet wél in gesprek blijven. Dat is me weleens verweten rondom de reorganisatie, dat ik in dialoog wilde blijven. Nu is het nog steeds opletten met een minderheidskabinet, want zij moeten over elk begrotingsstukje onderhandelen. Maar er is momenteel in ieder geval geen discussie over onze basisfinanciering. En de beurzen en korte cursussen die we moesten schrappen, ook op dat vlak begint het er weer beter uit te zien.’
Wat is de komende tijd belangrijk voor de faculteit?
Van der Meer: ‘We willen meer deelnemen aan grote programma’s volgens het Dutch Diamond-principe: grootschalige samenwerkingen tussen kennisinstellingen, overheden, het bedrijfsleven en de maatschappij. Dus geen projecten, maar grote programma’s waarin meerdere afdelingen van de UT samenwerken. Daarvoor staat nu alles goed voorgesorteerd binnen ITC. Daarnaast blijft ons accent liggen op – ik noem het maar weer – lifelong learning.’
Timmerman: ‘We hebben maandelijks nu 25 duizend deelnemers op ons platform Geoversity. 12 procent van de aanmeldingen die we binnenkregen aan nieuwe studenten had een cursus gevolgd via ons platform. Dat zijn positieve cijfers. We blijven Geoversity doorontwikkelen.’
Van der Meer: ‘De wereld verandert continu, dus dat is business as usual. Belangrijk is dat we in onze cultuur als faculteit niet meer een familie zijn met een bedrijfsgevoel, maar een bedrijf met een familiegevoel: de organisatie goed op orde hebben en daarnaast oog houden voor elkaar.’