Naam: Edzo Klawer
Leefttijd: 23 jaar
Studie: biomedische technologie
Sport: roeien
Club: DRV Euros
Wedstrijd Varsity
Datum: 6 april
Locatie: Amsterdam Rijnkanaal Houten
| De Oude Vier van Euros met Edzo Klawer (slag), Aat van den Bos, Tom Muilwijk, Bram Bicknese (boeg) en stuurvrouw Kirsten Voncken. Foto Gijs van Ouwerkerk. |
Edzo Klawer roeit in de Oude Vier op de Varsity. Komt een droom uit?
`Ja zeker weten. Ik zie de Varsity als de Olympische Spelen van Nederland. Een geweldige wedstrijd waar enorm veel prestige aan kleeft, zeker voor studenten.'
Maar het is een eeuw geleden dat Euros `m won?
`In 1995, met Niels van Steenis. OK, die zege mag dan een tijdje achter ons liggen, maar iedereen binnen de vereniging draagt die overwinning in zijn hart. Er hangt een prachtige foto van die historische zege in ons clubgebouw.'
En naast die foto zou een foto van Edzo Klawer, Aat van den Bos, Tom Muilwijk en Bram Bicknese niet misstaan?
`Daar gaan we voor. Samen met onze stuurvrouw Kirsten Voncken.'
Hoe realistisch is een Twentse zege?
`We zijn zeker niet kansloos. Alleen Rotterdam is met vier jongens uit de Holland Acht zwaar favoriet. Maar ook die kunnen een slechte dag hebben.'
Maar is een slechte dag bij vier Oranjeklanten een probleem?
`Je weet nooit hoe het gaat en eerlijk gezegd voelen wij ons een beetje gepiepeld door de bond. Want wij wilden ook met onze eigen Simon Glazenborg uit de Holland Acht de Varsity roeien. Maar dat is ons verboden.'
Verboden?
`Over Glazenborg zegt de bond geen risico's te willen lopen voor de Holland Acht. Ze zijn bang dat Simon bijvoorbeeld een verkeerde slag aanleert. In het geval van Rotterdam was het allemaal geen punt omdat de complete Rotterdamse delegatie deel uitmaakt van de Holland Acht. Dat is het verschil.'
Dat is je reinste competitievervalsing?
`Het zit ons ook niet lekker, maar we zetten die frustratie straks gewoon om in energie.'
Waarom moeten de andere finalisten straks rekening houden met Euros?
`Een serie aan redenen. Omdat wij al maandenlang met elkaar roeien; omdat we precies van elkaar weten hoe we roeien; omdat we bijzonder veel power aan boord hebben; omdat we negen keer in de week trainen; omdat we in een moordend tempo kunnen roeien en omdat we Bram de sloper aan boord hebben.'
Bram de sloper?
`Bram Bicknese. Die jongen is zo ontzettend sterk dat hij zijn eigen krachten niet kent. Hij drijft bij tijd en wijle onze materiaalman tot wanhoop omdat hij met zijn lompe kracht de ene na de andere boot sloopt. Maar de boot waarmee we de Varsity mogen roeien is Brambestendig. Die krijgt hij niet stuk.'
Jullie roeien in de boot met de naam Niels van Steenis, maakt dat extra krachten los?
`Misschien wel. Een prachtige naam en een prachtige boot van het beste materiaal. Het is voor ons een voorrecht daarin te mogen roeien.'
Ken je de Varsity?
`Nou en of. Ik kom er elk jaar. De Varsity is het podium waar je je moet laten zien. Twee jaar geleden won ik de finale in de lichte acht. Dus ik weet wel hoe het voelt een onderdeel op de Varsity te winnen, maar die zege valt natuurlijk in het niet bij het prestigieuze hoofdnummer, de Oude Vier. Want op die afstand moeten we het laten zien. Dat is dé wedstrijd.'
Kun je trainen op de Varsity?
`Heel lastig. De wedstrijd is een kilometer langer dan een normale wedstrijd van twee kilometer en omdat je tijdens de race nergens iets kan laten liggen, roei je alsof het om een wedstrijd gaat over twee kilometer. In die laatste kilometer ga je dood en dan moet je toch door.'
Dan ga je dood?
`In die laatste kilometer denk je alleen nog maar “wat een rotsport”. Waarom heb ik ooit voor deze sport gekozen. Je armen en je benen schreeuwen het uit van de pijn en dan opeens hoor je de aanwijzingen van de stuurvrouw boven je vermoeidheid uit en geef je nog één keer alles.'
En dat kan je opbrengen?
`Dat moet je opbrengen, het kan ook. Want ergens in je lijf zit toch nog een geheim vakje met energie. Na de finish valt alles van je af en zit je steenkapot, maar mentaal voelt dat juist waanzinnig goed.'
Hebben jullie een motto, een leus of zoiets?
`Vlak voordat we aan de race beginnen kijken we elkaar allemaal diep in de ogen en weten we één ding zeker. We gaan sterven van vermoeidheid en we delen de pijn. Maar we doen het voor de club en voor de stad.'