Focus op aantrekkelijk werkgeverschap

| Redactie

Hoe wordt de UT een werkgever waar talenten graag willen werken? En hoe ontwikkelt en behoudt deze universiteit haar belangrijkste kapitaal? Die vragen staan centraal in de nieuwe personeelsnota voor de periode 2008-2012. De nota stelt drie thema's centraal. Binnenkort staat het werkstuk op de agenda van de universiteitsraadvergadering. Kritiek is er al.

Het thema aantrekkelijk werkgeverschap richt zich op het van buiten aantrekken van talenten. Drijfveren als reputatie, faciliteiten en profilering van de UT worden ingezet om toppers naar de universiteit te halen. De aanscherping van het profiel speelt een belangrijke rol. Aantrekkelijkheid van de UT wordt, zo heet het in de nota, in de eerste plaats bepaald door haar reputatie, plus die van haar medewerkers, en haar profiel. Aandachtspunten bij dit thema zijn onder andere: effectieve en actieve talentscouting, benutting van regionale samenwerkingsverbanden, de 3TU-federatie, en internationale netwerken en alumni. Nieuw is de functie van recruiter.

Stimulerend werkgeverschap gaat over het ontwikkelen en behouden van het menselijke kapitaal binnen de UT. Daarbij wordt gestuurd op ontwikkeling en mobiliteit van medewerkers door opleiding, training, promotie, functieroulatie, levensfasebewust personeelsbeleid en loopbaangesprekken. Talentontwikkeling is hier een belangrijk issue. Niet alleen dus het binnenhalen, maar ook het behouden van (top)talent. Dat komt in toenemende mate uit het buitenland. Het komende jaar zal nadere besluitvorming en uitvoering van talentbeleid plaatsvinden, zo staat in de nota.

Het thema organisatieontwikkeling richt zich op de ontwikkeling van de organisatie en op de gewenste cultuurverandering op basis van veranderende eisen van de omgeving. Medewerkers moeten in staat zijn en bereid om zonodig andere taken te doen dan waarvoor zij zijn aangenomen. Een onderdeel van organisatieontwikkeling die al in gang is gezet, is de verdere professionalisering van de bedrijfsvoering en het optimaliseren van de planning & controlcyclus.

`Het klinkt allemaal zo klinisch', luidt het commentaar van raadslid Herman Poorthuis, die de nota personeelsbeleid van a tot z doorspitte. `Ik stelde me veel voor van deze nota, maar ben toch een beetje teleurgesteld.' Poorthuis, die voor de Campus Coalitie in de raad zit, heeft als portefeuille personeel, strategie en internationalisering.

De personeelsontwikkelingen binnen de UT volgt hij op de voet. Hij mist in deze nieuwe nota `een visie'. `Als je kijkt naar het rapport van de denktank Coonen (omgevingsverkenning, eind vorig jaar, red.), dan staat daar een stevig stuk over het toekomstig personeelsbeleid. Maar deze nota is daar geen antwoord op.'

Waar Poorthuis graag antwoord op zou willen, is de vraag waarom deze universiteit niet aantrekkelijk (genoeg) is en hoe ze dat wel zouden kunnen worden. Hij haalt daarbij een artikel aan over promovenda Anika Embrechts, dat vorige week in UT-Nieuws verscheen. `Zij geeft het antwoord, volgens mij. Anika vertelt dat ze op de UT geen postdoc wil worden, omdat - vergeleken bij andere universiteiten - je maar weinig ondersteuning krijgt bij het doen van onderzoek. Elders heb je vaak labassistenten of ict-ondersteuning, op de UT moet je bijna alles zelf doen', verwoordt Poorthuis. `Daar moeten wij als UT dus op insteken. Zó kunnen wij ons onderscheiden en een aantrekkelijke kant laten zien. Wetenschappers zouden hier graag moeten komen, omdat ze een goede ondersteuning krijgen.'

Ook betreurt Poorthuis het dat `de werkdruk' niet echt naar voren komt in de nota, terwijl dat juist door alle onvervulde vacatures een hot item is. `De werkdruk gaat heel geleidelijk omhoog door vertrekkende collega's. Je ziet het om je heen gebeuren. Het bewijs dat het fout gaat, is er al. Voor allerlei klussen worden tegenwoordig externe bureaus ingeschakeld. Neem nou deze nota. Die is dus door een extern persoon geschreven. Dat kan toch niet? Stukken op beleidsniveau laten opstellen door een extern bureau vind ik echt een dooddoener.'

Dat die beleidsstukken daarnaast slecht naar de achterban worden gecommuniceerd, is ook een probleem binnen deze universiteit, meent Poorthuis. `Bovendien duurt het te lang voordat zaken indalen. Het invullen van de vacatures bijvoorbeeld is een veel te langzaam proces. En op beleidsniveau gebeurt te weinig. Door de openstaande vacatures blijft teveel geld over. Bij de faculteiten blijkt dat meer dan de 8 miljoen te zijn, dan verwacht. Het mag duidelijk zijn dat de zaken niet op orde zijn binnen de UT.'

Poorthuis bespreekt zijn zorgen over de nota personeelsbeleid deze week met collegevoorzitter Anne Flierman tijdens een interne commissievergadering van de universiteitsraad.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.