Externe beoordelingen bevestigen wat Campus Coalitie voorzag: de kwaliteit van het UT-onderwijs is de laatste jaren teruggelopen. Dat is simpelweg het gevolg van de bezuinigingen op het onderwijs, die door opeenvolgende colleges de laatste jaren zijn doorgevoerd.
De ondergeschikte rol van het onderwijs in het beleid van de UT, bijvoorbeeld ook in het personeelsbeleid, doet de rest. Overigens waren dat bewuste keuzes. De verantwoordelijke bestuurders beargumenteerden dat met uitspraken als: `Onderwijs volgt onderzoek', `Onderwijs kost wat je erin stopt', `Een verband tussen kosten en kwaliteit van onderwijs is nooit aangetoond' en `Studenten moeten gewoon meer zelf doen'.
Inmiddels lijkt het ook tot de bestuurders doorgedrongen dat kennisoverdracht mensenwerk is en dat computers daarbij aantrekkelijke hulpmiddelen zijn, maar docenten niet kunnen vervangen. Het `dreigement' van de minister om kwaliteit ook in de bekostiging van het onderwijs een rol te laten spelen, heeft de bestuurders helemaal wakker geschud.
Het zal echter een hele klus worden om de relatief goede positie van de UT in kwaliteitsbeoordelingen te heroveren. Het college wil nu prioriteit geven aan een intern kwaliteitsbewakingssysteem voor het onderwijs, waar de u-raad overigens al jaren om vraagt. Een kwaliteitsbewakingssysteem kan op den duur tekortkomingen aan het licht brengen, maar brengt ook extra werk (dus menskracht) met zich mee. En die extra menskracht is juist nodig in het onderwijs zelf.
Het college zal zijn intenties ten aanzien van onderwijs dus moeten omzetten in daden. Het onderwijs wordt aan de UT al jaren stiefmoederlijk bedeeld en deze trend moet krachtdadig doorbroken worden om weer elan en aantrekkingskracht voor het onderwijs te creëren. De UT vindt opdrachten van derden belangrijk en slaat deze activiteiten niet aan voor de centrale kosten van de UT. Deze opdrachten betreffen vooral tweede en derde geldstroom onderzoek en in mindere mate postinitieel onderwijs. Die activiteiten betalen dus niet mee aan de UT-overhead, de kosten voor het bestuur en centrale diensten. Deze moeten volledig betaald worden uit de directe rijksbaten én uit de collegegelden (ook de hoge collegegelden van niet-Europese studenten). Probleem is dat de minister steeds meer onderzoeksbudget overdraagt aan `derden' zoals NWO. Door het UT-systeem is de `belastingaanslag', nu zo'n 30%, op het onderwijs (relatief) steeds groter. Er zijn twee mogelijkheden om hier wat aan te doen: òf alle inkomstenbronnen betalen mee aan onze overhead òf alle derde partijen die prestaties van de UT inkopen hebben geen 30% afdracht. Gezien de `marktsituatie' en het maatschappelijk belang is het college niet voor het eerste. Maar als je voor de laatste aanpak kiest, doe het dan wel consequent: de inkomsten van de UT van een groot aantal afnemers, de studenten en hun collegegeld, moeten dan ook direct (zonder inhouding) aan het primaire proces ten goede komen.
CC roept het college op om op deze wijze structureel 2,5 miljoen ofwel 5% extra voor het onderwijs uit te trekken. Geld dat hard nodig is om het onderwijs structureel te verbeteren! Dus CvB: geen woorden, maar daden!