| Na het interview signeerde Luyendijk zijn boeken in de expositieruimte van de Vrijhof. (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Ongeveer 280 mensen kwamen vorige week af op het interview dat Peter Timmerman en Henk Procee van Studium Generale hadden met Joris Luyendijk. Nog eens honderd mensen moesten teleurgesteld worden, voor hen was geen plaats meer in de Agora van de Vrijhof.
De voormalige Midden-Oostencorrespondent schreef in 2006 een boek over de onmogelijkheid van objectieve journalistiek in het Midden-Oosten. Het boek verkoopt nog steeds als een trein en dat verbaast Luyendijk niet. `Het gaat over de media en die raken iedereen. Als ik een soortgelijk boek over de politiek zou schrijven, zou het ook goed verkopen.' Hij zou nog wekelijks een lezing kunnen geven, maar is daar al een tijdje mee gestopt. Alleen in het kader van de Boekenweek trekt hij weer door het land.
Luyendijk sprak tijdens het interview onder andere over hoe het is om in Oost-Jeruzalem te wonen, hoe pr-machines het nieuws proberen te beïnvloeden en welke rol taal in berichtgeving speelt. `Ik ben geen neo-nazi, maar ik spreek niet van een gematigde blanke. Terwijl we iemand wel een gematigde moslim noemen. Alsof de standaard is dat iedere moslim een wilde jihadist is.'
Aan het eind van een vermakelijk interview wordt Luyendijk gevraagd naar een paar tips voor als we naar het journaal kijken. `Als er een item wordt uitgezonden over massale moslimwoede, vraag je dan af waarom je een close-up te zien krijgt met daarop tien mensen en waarom er niet uitgezoomd wordt. Bedenk verder dat als in een krantenbericht staat dat `volgens het ministerie veertig Talibanstrijders zijn gedood', er eigenlijk ook bij moet staan dat de Taliban niet bereikbaar was voor commentaar. Maar echte tips, heb ik niet. Je moet een soort lenigheid ontwikkelen om bij elk bericht de tegenovergestelde invalshoeken te bedenken. Maar dat is moeilijk, het is een beetje zoeken naar de unknown unknown.'