De Promovendus

| Redactie

Als je in het weekend iemand ziet werken in een laboratorium in Langezijds zou dat zomaar Anika Embrechts (28) kunnen zijn. Ze promoveert daar bij de vakgroep MTP (Material Science and Technology of Polymers) van de faculteit Technische Natuurwetenschappen op het gedrag van individuele polymeermoleculen (zie onderaan deze pagina).

Anita Embrechts. Foto: Gijs van Ouwerkerk
Anita Embrechts. Foto: Gijs van Ouwerkerk

Na haar studie chemische technologie aan de UT kwam Anika als promovendus bij deze vakgroep terecht. `Ik had mijn master afgerond bij MTP en de instelling van de groep beviel me goed: de hoogleraar vraagt van zijn promovendi dat ze tijdens hun promotieonderzoek vier tot vijf keer iets publiceren. Dat lijkt heel veel, maar iedereen haalt het.'

De methode waarmee Embrechts werkt vraagt veel tijd. `De meetopstelling is pas na een halve dag stabiel. Vaak stel ik op vrijdag de opstelling in en kom ik tijdens het weekend af en toe langs om een nieuwe meting te starten. Ach, ik vind dat niet erg, het hoort er bij.' Verder zijn voor één meetsessie zo'n 7000 trekproefjes nodig, waaruit 250 meetcurves resulteren. Niet elke meting is bruikbaar: in een groot deel van de gevallen blijkt niet aan een polymeermolecuul getrokken te zijn. Anika bepaalt voor elke meting afzonderlijk of deze bruikbaar is, handmatig achter de computer, een taai karwei. `Mijn voorganger die aan deze opdracht werkte heeft voortijdig moeten afhaken vanwege RSI.'

Wat drijft haar dan toch om met dit onderzoek bezig te zijn? `Het onderzoeksgebied is helemaal nieuw. In veel promotieonderzoek gaat het om het optimaliseren van bestaande technieken, maar ik kan echt nieuwe dingen ontdekken. Als dan blijkt dat je onderzoeksresultaten overeenkomen met voorspelde data geeft dat veel voldoening.'

In haar werk merkt Anika er weinig van dat ze zich als vrouw in een mannenwereld zou bevinden. `Bij onze vakgroep is de verhouding tussen mannen en vrouwen ongeveer gelijk. Volgens mij is het onzin dat vrouwen op dit niveau in de wetenschap gediscrimineerd worden. Dat er veel minder vrouwelijke hoogleraren zijn dan mannelijke ligt ook vaak aan vrouwen zelf. Om hogerop te komen in de bèta-wetenschap moet je veel investeren: promoveren, lange werkdagen en veel reizen. De groep vrouwen die dat wil is gewoon kleiner. Veel vrouwen kiezen na hun promotie voor familie en gezin en willen vaak parttime werken. Verbetering in flexibele arbeidstijden zou wel helpen; daar is het bedrijfsleven vaak beter in dan de universiteiten.'

Wat Embrechts zelf na haar promotie wil gaan doen weet ze nog niet. `Ik word in ieder geval geen postdoc hier. Onderzoek doen is geweldig, maar vergeleken bij andere universiteiten die ik onlangs heb bezocht, krijg je hier weinig ondersteuning. Elders heb je vaak labassistenten of hulp bij computerwerk, hier moet ik bijna alles zelf doen. Misschien ga ik na een postdoc wel onderzoek doen bij een bedrijf.'

Losse polymeermoleculen

Fysische en chemische theorieën voorspellen het gedrag van een materiaal vaak aan de hand van gemiddelden over grote hoeveelheden moleculen. Bij toepassingen van materialen op heel kleine schaal, zoals in nanotechnologie, zijn dergelijke voorspellingen steeds onnauwkeuriger. Embrechts werkt aan een nieuwe theorie die niet uitgaat van het bulkmateriaal, maar van het gedrag van de losse polymeermoleculen. Met een atoomkrachtmicroscoop meet ze de kracht die nodig is om losse moleculen uit elkaar te trekken. Dit geeft informatie over bijvoorbeeld de elasticiteit en de bindingsenergie van het molecuul. Door dit voor een heleboel moleculen te meten ontstaat een statistische verdeling die het gedrag van polymeermoleculen weergeeft. Deze gegevens kunnen dan met de bulkeigenschappen vergeleken worden om zo een beter inzicht te krijgen in het verschil in gedrag van enkele moleculen ten opzichte van de bulk.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.