Onze universiteit heeft ruimschoot aan de verwachtingen van de regio beantwoord; naast een belangrijke werkgever verzorgen wij kwalitatief hoogstaand onderwijs en onderzoek; wij zijn de regio overstegen en spelen een belangrijke rol in wetenschappelijk Nederland en veroveren geleidelijk aan een Europese en internationale positie. Vele van onze alumni vervullen belangrijke functies in onze maatschappij. En we zijn van een louter technische universiteit geëvolueerd tot een universiteit met een uniek pallet aan opleidingen die elkaar aanvullen zonder de zoveelste algemene universiteit te worden. Onze voorgangers en wij mogen trots zijn.
Maar de wereld verandert! Natuurlijk, dat heeft ze steeds gedaan. Maar nu gaat het sneller! Misschien, maar dat dachten de Romeinen ook al. Vanzelfsprekend moeten we de verandering goed volgen en meer doen: de verandering initiëren! Het is dus uitstekend dat onder impuls van het college van bestuur thans een grote discussie is gestart over de toekomst van onze universiteit; een debat gestoeld op de academische vrijheid en het wederzijdse respect. Een debat waaraan een wat vreemde vogel, een praktijkhoogleraar(!) een bijdrage wil leveren.
In november 2007 verscheen het Eindrapport Denktank Omgevingsverkenning. De grote waarde van dit document is dat het de basis werd voor de discussie. Het gevaar van het rapport is dat ons zelfvertrouwen dreigt aangetast te worden door de nadruk te leggen op onze zwakten en bedreigingen. We moeten voortbouwen op onze sterkten en de kansen grijpen. En uiteraard moeten we ons niet wentelen in de gelukzaligheid van onze campus die trouwens niet hemels is of kan zijn.
De discussie spitst zich thans toe op het profiel van de UT. Zodra dit duidelijk is gaan we communiceren. Het is echter gewenst eerst de missie van de universiteit te formuleren. Eerst moet immers bepaald worden wat onze missie is en dan komt de uitvoering, ondermeer door de keuze van een profiel. De grote meerderheid van de buitenwereld denkt dat wij onderwijs geven. Voor velen lijkt onderwijs geven hoofdzakelijk ballast te zijn; een hinderlijke plicht die de tijd voor het zo belangrijke onderzoek beperkt. De universiteit lijkt wel eens te draaien rond rankings, publicaties, aantal citaten enz. En dan constateert men dat de kwaliteit van het onderwijs niet bijzonder goed is zonder (gelukkig) ook niet bijzonder slecht te zijn.
Jonge mensen gaan naar de universiteit om verder gevormd te worden tot volwassenen die naast een zo aangenaam mogelijk (relax en chill!) leven ook een bijdrage gaan leveren aan de ontwikkeling van de maatschappij (de kwaliteit van het leven en de waardigheid van de mensen). Deze jongeren geven ons hun vertrouwen, zodat ze na vier tot vijf jaar met de nodige basisvaardigheden en een stuk specialistische kennis in de maatschappij aan de slag kunnen. Daarom is het allereerste vertrekpunt: stel de student centraal, en niet de abstracte term universiteit of de loutere ambitie van professoren.
We gaan daarom eerst vaststellen wat de studenten van ons verwachten en pas dan een profiel formuleren. Maar toch ontkom ik er niet aan hier verder in te gaan op de profielkeuze omdat ik anders buiten de discussie kom te staan. Om het debat vruchtbaar te voeren moet het college van bestuur eerst het veld ontmijnen. Men kan niet stellen: `de UT is een technische universiteit enz.…' en vervolgens gloedvolle pleidooien houden over gelijkwaardigheid, integratie en samenhang. Iedereen weet dat de kop van een stuk en de eerste woorden van een zin de toon zetten. Dus schrappen, ofschoon technisch uiteraard in het profiel zal voorkomen.
Ik neem aan dat het overbodig is nog nieuwe argumenten aan te dragen tegen de louter technische universiteit; dat kan alleen een droom zijn van kamergeleerden en betekent gewoonweg het einde van onze universiteit; het is de sloop van wat in bijna vijftig jaar is opgebouwd. Maar we moeten ook geen algemene universiteit willen zijn. De tijd van superspecialisatie (oogkleppen) en algemeen (geen diepgang) is voorbij. En daarom die unieke combinatie van techniek, maatschappij en gezondheid! We zitten op een gouden berg zonder het te beseffen. We hebben alles in huis om ons te onderscheiden en uniek te zijn, maar we moeten inderdaad zorgen voor meer samenhang en integratie. Wat kunnen we doen voor en met de studenten? Wat kunnen we beter doen tussen de faculteiten en de instituten?
Onze dierbare studenten zijn mede het product van het middelbaar onderwijs en wij moeten daar geen wonderen van verwachten. Het feit dat hun algemene ontwikkeling op een laag niveau staat (`Zwitserland grenst aan Noorwegen') geeft ons de kans daar iets aan de doen. Daarom zullen we universiteitsbreed vier vakken doceren: geschiedenis, creativiteit, organisatie en ethiek. We zetten de studenten van de diverse faculteiten bij elkaar, laten ze in gemengde werkgroepen functioneren zodat ze elkaar kunnen `bevruchten'. Tevens zien we strenger toe op de keuze van de minor. Maatschappijstudenten moeten in staat zijn een door techniek of gezondheid geïnspireerde minor te volgen en omgekeerd. Onlangs had ik het genoegen de studiereis van STRESS (de studievereniging van Bedrijfskunde en technische bedrijfskunde) naar Dubai te mogen meemaken. Fantastisch! Deze studiereizen kunnen nog interessanter worden als men de deelnemers recruteert uit de verschillende kernen van onze universiteit. Samengevat: er zijn heel veel mogelijkheden om onze studenten met een `rijker' diploma de maatschappij in te sturen.
In diverse discussies rond het profiel blijkt dat er op onderzoeksgebied veel meer wordt samengewerkt tussen de diverse faculteiten en instituten dan men wel denkt. Deze samenwerking moet worden uitgebreid en er moet over worden gecommuniceerd. En als we nu eens alles wat we onderzoeken en toepassen onder één groot allesomvattend thema plaatsen: `Het redden van onze planeet'. Onze generatie heeft de planeet aarde op de rand van de ondergang gebracht. Het is onze plicht om samen met de nieuwe generatie het tij te keren. Is er iets mooiers en uitdagenders te bedenken?
Nog een woord over de communicatie. In de bovenbouw van het vwo is de naamsbekendheid van de UT lamentabel. Slechts 4% top of mind, 17% spontaan en 34% geholpen. De cijfers zijn zo slecht dat ze ongeloofwaardig zijn. Er is hoe dan ook een groot probleem. Op een universiteit waar communicatiewetenschap gedoceerd wordt moeten voldoende mensen zijn met theoretische kennis en praktische ervaring om deze naamsbekendheid binnen het jaar spectaculair te verbeteren. Er hangt uiteraard een serieuze prijskaart aan. Overigens mogen we geen taboes hebben en het woord `Twente' in onze naam ter discussie stellen.
Vanuit diverse kanten worden thans nieuwe definities geformuleerd voor het profiel van onze universiteit. Ik doe ook een poging: `De UT is een ondernemende universiteit die door de unieke en nauwe samenwerking van haar drie kernen (techniek, bestuur en gezondheid) een substantiële wil leveren, door onderwijs en onderzoek, aan de verbetering van de kwaliteit van het leven, het bevorderen van de waardigheid van alle mensen en het redden van onze planeet.'
Begraaf de onzalige gedachte van `wij zijn een technische universiteit'. Immers: `Errare humanum est, perseverare diabolicum'.
Prof.mr. J. Troch, hoogleraar Corporate Governance, faculteit Management en Bestuur