Impact van een windpark op de zeebodem

| Redactie

Door de aanleg van een windpark voor de kust kunnen pijpleidingen op de zeebodem bloot komen te liggen of zelfs gaan zweven. Dat komt doordat rond zo'n park de zandbodem vaak daalt. Onderzoeker Henriët van der Veen van de vakgroep waterbeheer ontwikkelde een model waarmee ze kan voorspellen hoe de Noordzeebodem er over honderd jaar uitziet rondom een windpark of een zandwinput. Vorige week promoveerde ze op dit onderwerp.

Henriet van der Veen. Foto: Arjan Reef
Henriet van der Veen. Foto: Arjan Reef

De stroming in de Noordzee zorgt ervoor dat sediment op de zandbodem wordt verplaatst. Als de stroomsnelheid hoger is, zal meer sediment worden meegenomen, bij een lagere stroomsnelheid wordt juist meer sediment afgezet. `Bij een windpark wordt de stroming afgebogen waardoor tussen de windturbines de stroomsnelheid lager ligt en er meer zand wordt afgezet. De bodem komt dus omhoog. Om het park heen ontstaan schuurgaten doordat de stroming daar juist krachtiger is', legt Van der Veen uit.

Voor zandwinputten geldt het omgekeerde. De stroming wordt aangetrokken door het gat, waardoor de put nog dieper wordt. Eromheen neemt de stroming juist in kracht af en wordt er dus meer sediment afgezet. Zo ontstaat rondom een zandwinput vaak een patroon van zandbanken en troggen.

Bij afbeelding uit computermodel (kleur):
Bij afbeelding uit computermodel (kleur):
De donkerblauwe kleur voor de Engelse kust geeft aan dat als daar een zandwinput van 6 km2 wordt aangelegd, dat invloed heeft op meer dan 200 km2 van de zeebodem. Voor de Nederlandse kust heeft het effect op een zeebodemoppervlakte van zo’n 20 tot 40 km2.

Hoe die zandbanken en troggen rond windparken en winputten over honderd jaar eruitzien, kan Van der Veen voorspellen. Daarvoor koppelt ze ze kaarten van de Noordzee aan morfologische modellen die patronen van stroming en de vorming van zandbanken beschrijven. Wat de gevolgen zijn voor de zeebodem als er een kunstmatig (tulp)eiland voor de kust komt, voorspelt het model echter niet. Van der Veen: `Het model berekent nu alleen veranderingen bij relatief kleine verstoringen. Bij een windpark staan de palen vaak wel een halve kilometer uit elkaar, een heel eiland is een veel grotere ingreep op de waterweerstand.'

De levensduur van een windpark is gemiddeld dertig jaar, terwijl het model van Van der Veen een eeuw vooruitkijkt. `Toch is het heel nuttig', meent de bedenker ervan. `De Noordzee is niet zo leeg als hij lijkt, er is volop scheepvaart, visserij, er staan boorplatforms en er zijn militaire oefenterreinen. Bovendien is niet elke plek voor windenergie geschikt. De locaties voor windparken zullen daarom vaak hergebruikt worden.'

`Informatie over hoe de zeebodem verandert is van groot belang bij het bepalen van de locatie van een windpark. De verschillen worden niet zo groot dat de palen van windturbines zullen omvallen. Maar in en op de zeebodem liggen ook allerlei pijpleidingen', haalt Van der Veen een voorbeeld aan. `Die liggen niet heel diep. Als de bodem op die plekken veel erodeert, kunnen de leidingen gaan zweven en dan zijn ze een stuk kwetsbaarder.'

In de Noordzee constateerde Van der Veen grote verschillen tussen de Britse en de Nederlandse kust. `Als je voor de kust van Engeland een windpark of een zandwinput aanlegt, zal die een veel grotere invloed op de zeebodem hebben dan een park voor de Nederlandse kust. Daarmee wil ik niet zeggen dat je die windturbines beter bij Nederland neer kunt zetten. Er zijn natuurlijk veel factoren die plaatsing van een windpark bepalen, maar als je louter kijkt naar de effecten op de zeebodem dan is een park voor onze kust wel een stuk gunstiger dan aan de Engelse kant van de Noordzee.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.