| Anke Christenhusz zit klaar voor het college `Meten en verwerken van signalen' dat ze vanuit huis via de webcam volgt. (Foto: Arjan Reef) |
`Tweeënhalf jaar geleden kon ik ineens geen eten meer binnenhouden en viel ik elke dag een kilo af', begint Anke haar verhaal dat ze al vaak heeft moeten vertellen. `Dat vind ik niet erg hoor. Ik heb liever dat mensen vragen wat ik heb, dan dat ze me alleen maar stom aankijken en er onderling wat over praten.
`Niemand wist in het begin wat me mankeerde. Ik kreeg morfine tegen de pijn, maar het liep zo uit de hand dat ik niets meer kon. Uiteindelijk ontdekten de artsen dat mijn blindedarm geperforeerd was. Ze hebben toen mijn blindedarm en een stuk van de dikke darm weggehaald. De pijn verdween, maar ik kon nog steeds geen eten binnenhouden.
`Ik ben daarna vaak urenlang onderzocht, maar de artsen hadden wat ze bij mij zagen nog nooit gezien. Na elk onderzoek kwam er weer slecht nieuws. Dat was echt heel zwaar. De dokter weet ook niet wat hij ermee moet. Misschien dat in de toekomst iets wordt uitgevonden dat uitkomst kan bieden zegt hij, maar mijn maag en mijn darmen zullen nooit meer werken.'
Anke vertelt gemakkelijk over haar ziekte en dat komt naar eigen zeggen omdat ze er gewoon het beste van wil maken. Maar eenvoudig is dat niet. Ze loopt 24 uur per dag met een infuus dat druppelsgewijs voedingsstoffen in haar darmen brengt. Haar weerstand is zo laag dat ze vaak misselijk is en constant ontstekingen heeft, in haar buik bij de ingang van het infuus, in haar keel of zoals tijdens dit gesprek in haar oren en kaken.
`Op een goede dag slik ik nog steeds een heleboel verschillende medicijnen. Bovendien moet ik om de dag een darmspoeling doen om de resten van het infuus die niet worden opgenomen, weg te spoelen. Ik ga ook elke dag naar de fysiotherapeut om mijn conditie op peil te houden. Het eerste jaar heb ik eigenlijk alleen maar in het ziekenhuis gelegen en ik heb ook in een rolstoel gezeten. Ik moest opnieuw leren lopen, en bewegen is sowieso erg vermoeiend.'
In januari ging het niet zo goed en moest Anke zo'n drie keer per week naar het ziekenhuis. `Dan is alle energie om te studeren wel op.' Desondanks heeft ze al haar vakken, twee heeft ze er niet kunnen doen, met een zeven of hoger gehaald. `Zonder hulp van de opleiding was me dat niet gelukt. Maar het helpt vooral dat ik het zo leuk vind. Op een bepaalde manier haal ik er ook nieuwe energie uit, het beurt me op.'
`Vorig jaar ben ik al begonnen met technische geneeskunde, maar na twee weken moest ik worden geopereerd en toen is het hele jaar niks meer geworden. Dit jaar ben ik opnieuw gaan studeren en toen is ook het idee ontstaan om colleges via de webcam te volgen.' Vanuit haar ouderlijk huis in Oldenzaal heeft ze op die manier contact met de collegezaal. Ze kan de docent zien en horen en via een vriendin die ook in de zaal zit, kan ze vragen stellen. `Dit is echt ideaal, want naar de UT gaan is vaak te vermoeiend. Dat doe ik alleen voor practica en ook dan hou ik het niet langer dan drie à vier uur vol.'
Over haar toekomst is Anke optimistisch. In april gaat ze net als haar medestudenten op stage. `Ik kan niet elke dag werken, maar het is nu zo geregeld dat ik dan vier uurtjes per dag op stage kan. Ik wil na mijn studie ook gewoon aan het werk, al is het dan misschien maar twee à drie keer een halve dag in de week.
`Sommige mensen zeggen dat ik misschien wel te optimistisch ben. Het is natuurlijk ook hartstikke verschrikkelijk, maar ik ben niet iemand die zielig gaat zitten doen op de bank. Ik wil zoveel mogelijk de dingen doen die ik ook had gedaan als ik niet ziek was geweest.'