Taalvaardigheid student laat veel te wensen over

| Redactie

Peter de Vries, universitair docent bij de faculteit Gedragswetenschappen, herkent het probleem dat De Jong schetst. `Ik krijg vaak genoeg documenten van studenten onder ogen die wat betreft spelling, stijl en grammatica echt niet kloppen. In een vluchtig mailtje vind ik dat nog niet zo erg, maar zelfs in afstudeerscripties kom ik het tegen. Ik vind dat ik als inhoudelijk begeleider van afstudeerscripties niet de taak heb om de spelling te checken, maar toch streep ik fouten aan. Je wilt graag dat de eindversie van een scriptie foutloos is. Maar spelling en grammatica behoort eigenlijk een gepasseerd station te zijn, iets dat in een eerdere fase voltooid is.'

Op de middelbare school bijvoorbeeld. Maar Eline van Straalen van het Taalcentrum VU, een onafhankelijk communicatiebureau dat de toets aan de Amsterdamse VU uitvoerde, vermoedt dat de docent Nederlands tegenwoordig een erg vol programma heeft. `Er wordt veel van hem verwacht, hij moet veel behandelen. En je moet toegeven dat de huidige studenten kunnen presenteren en debatteren als de besten. Dat is ook wat waard. Toch zou wat meer balans tussen de verschillende vaardigheden niet verkeerd zijn.'

Van Straalen en haar collega's kregen van de VU de opdracht om het taalniveau in kaart te brengen. `Docenten klaagden. Zij komen niet aan de academische vaardigheden toe omdat ze nog met basisvaardigheden aan de slag moeten.' Inmiddels zijn de resultaten bekend. `Het is niet best', aldus Van Straalen. Zij denkt dat het probleem `breder is dan de VU'. `Als ik dezelfde test in Utrecht of Enschede zou afnemen, kreeg ik soortgelijke resultaten. Dit speelt overal en is ook niet nieuw. Vorig jaar waren het de pabo-studenten, toen de rechtenstudenten in Rotterdam. Het sluimert.'

Waar het aan ligt? Van Straalen ziet - naast het overvolle programma op de middelbare school - toch ook een attitudeprobleem. `Veel studenten zeggen: ja, het staat er toch, je snapt het toch? Ze stellen inhoud boven vorm.'

Of de VU in de toekomst alle eerstejaars een verplichte taaltoets zal afnemen, is nog niet bekend. `Het kan zijn dat elke faculteit zelf bepaalt of het nodig is. Ik kan me voorstellen dat het bij een rechtenfaculteit een harder punt is dan bij een exacte opleiding', aldus Van Straalen.

Navraag bij het beleidsbureau van de UT leert dat er geen universiteitsbreed beleid is op het gebied van Nederlandse taalvaardigheid. En ook Josee Ligteringen, lid van de universitaire commissie onderwijs van de UT zegt dat het item tot nu toe niet op de UCO-agenda stond. `De Engelse taalvaardigheid heeft wel onze aandacht. Maar de VU-taaltoets vind ik zeker een signaal en een aanleiding om er iets mee te doen. Op 13 februari is onze volgende vergadering.' Ligteringen is onderwijsmanager bij de faculteit MB en weet dat er in het bachelorprogramma aandacht is voor tekstopbouw, presentatie en samenvatten. `Maar dat is wat anders dan basale taalvaardigheid. Zaken als spelling en grammatica zou je dan in een traject buiten het curriculum om moeten aanbieden.'

Of ligt hier een taak voor het Taalcoördinatiepunt van de UT? Mariëlle Zeijl-Koenders, coördinator Nederlands als Tweede Taal: `Als er belangstelling is om UT-breed een spellingtoets af te nemen, dan juicht het TCP dat zeer toe. We hebben de expertise en de toetsinstrumenten in huis.' Het taalpunt krijgt signalen dat er onder Nederlandse studenten behoefte bestaat aan cursussen Nederlands, vertelt Zeijl-Koenders. `Ik hoor bijvoorbeeld van mijn Duitse leerlingen dat hun Nederlandse studiegenoten er ook nog wel wat bij willen leren. Nu nog geven we alleen Nederlands als Tweede Taal aan buitenlandse studenten en medewerkers, maar we zijn inmiddels bezig met het ontwikkelen van cursussen voor Nederlandse studenten, zoals spelling en academische schrijfvaardigheid.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.