Onderwijs, een vak apart

| Redactie

Grote hoorcolleges zijn niet de meest ideale vorm van kennisoverdracht. Daarover zijn EWI-docenten dr. Luís Ferreira Pires (47) en dr. Harry Aarts (47) het eens. Toch geven ze met hartstocht hun vakken. 'De student in de middenmoot of net daaronder, die wil ik zolang mogelijk vasthouden.'

Harry Aarts (links) en Luís Ferreira Pires.
Harry Aarts (links) en Luís Ferreira Pires.
(Foto: Gijs van Ouwerkerk)

Ferreira Pires en Aarts staan regelmatig voor collegezalen met meer dan honderd studenten. Beide docenten volgen de leerboeken en de syllabi nauwgezet en wijzen hun studenten onvermoeibaar op de structuur van hun vakken: de volgorde van de leerstof, het maken van de opgaven, de planning van de werkcolleges en de practica.

Het aandeel van de hoorcolleges in de totale studielast is relatief gering, vertellen ze. Vijf ECTS betekent een studielast van 140 uur. Acht weken hoor - en werkcolleges leveren een student 32 contacturen op. Aarts: `Het leeuwendeel, de resterende 108 uur, moet de student zelf doen. De hoorcolleges zijn lekker relaxed, daar gebeurt het niet.'

Discrete wiskunde, calculus I en II en lineaire algebra zijn de vakken die Aarts zijn studenten bijbrengt. Ze hebben niet ieders directe interesse. Daarom legt hij vaak uit waarom de vakken zo van belang zijn. Hij wil zijn studenten zolang mogelijk het gevoel geven dat ze het kunnen, als ze ervoor werken zoals hij dat voorstaat.

Aarts: `Zonder te vaderlijk te zijn spreek ik vooral de eerstejaars aan op hun verantwoordelijkheid, om zelf thuis te oefenen met de sommen en daar in de werkcolleges op terug te komen. Pas als studenten hun eigen vragen weten te stellen, gaat een lastig vak voor ze leven.' Op alle fronten zijn z'n hoorcolleges gericht op de effectiviteit van de werkcolleges, in het bijzonder voor de studenten in de middenmoot of net daaronder. `Die wil ik vasthouden. Wie ik daarvan kwijtraak, zal het vak niet halen.'

Aarts en Ferreira Pires sturen hun sheets op naar de werkcollegedocenten of zetten deze op TeleTOP. Deze docenten zijn sowieso exact op de hoogte van de werkindeling. Luís Ferreira Pires heeft bij programmeren I te maken met grote verschillen in aanvangsniveau. Veel studenten informatica hebben programmeren van huis uit als hobby. Maar ook studenten BIT, waarvoor programmeren `een gewoon vak' is, moeten de eindstreep kunnen halen.

Ferreira Pires: `Tijdens de hoorcolleges krijg ik soms zeer moeilijke vragen van enthousiaste studenten die geïnteresseerd zijn in nuances en details. De verleiding is groot de colleges op die kant van de populatie af te stemmen. Ik beantwoord hun vragen wel maar het mag niet zo zijn dat de anderen geïmponeerd raken en bang zijn om vragen te stellen op hun niveau. Daarom denk ik erover de samenstelling van de werkcollegegroepen af te stemmen op het aanvangsniveau van de studenten.'

Al snel groeit bij eerstejaars studenten het besef dat de docent niet direct alles weet. Het is maar beter daar eerlijk over te zijn in plaats van te vluchten in onzinnige improvisaties, vindt Ferreira Pires. `Als die worden doorgeprikt is het met je autoriteit snel gedaan. Het is ook de reden dat ik er veel tijd in heb gestoken om zelf programma's helemaal draaiende te krijgen: zelf de code opstellen, de schema's controleren en correct implementeren. Zo kom je niet voor verrassingen te staan en krijg je gevoel voor de grillige details waar het bij programmeren vaak om draait.'

De moeilijke vragen bieden kansen om goodwill op te bouwen, vindt Aarts. `Die zoek ik thuis na, voor mezelf, maar ook omdat ik weet dat de studenten het enorm waarderen als ik die moeite voor ze doe. Ik ga er alleen op in als de tijd het toelaat. Want ik hecht er erg aan dat tijdens de hoorcolleges precies aan bod komt wat in de planning staat, zonder dat ik thema's moet afraffelen.'

De inhoud en werkwijze van de hoorcolleges scherpt Aarts, sinds zijn debuut in 1995, nog altijd aan. Het is een ingebakken, voortgaande bezigheid. `Direct na het hoorcollege schrijf ik op wat een volgende keer beter kan, al is het pas voor het jaar daarop.'

Ook de evaluatieformulieren die studenten invullen, leveren verbeterpunten op. Aarts geeft aan het begin van elk hoorcollege een korte herhaling. Dat is zinvol omdat de studenten tijd moeten krijgen nieuwe stof te laten bezinken door daarover in de werkcolleges opgaven te maken. `Die korte herhaling wordt erg gewaardeerd', weet Aarts. `Toch probeer ik niet te ver door te schieten. Studenten die de stof netjes bijhouden wil ik niet duperen, omdat het herhalen ten koste gaat van de tijd voor nieuwe stof.'

Uit de evaluaties komen soms verrassende punten naar voren. Zo kwam Ferreira Pires erachter dat de eerstejaars heel anders reageerden op de zijpaden die hij tijdens discussies wel eens insloeg, dan hij vooraf had gedacht. `Aan de ene kant vind ik dat bachelorstudenten een kritische invalshoek en het aanbrengen van nuanceringen, moeten kunnen waarderen. Het hoort immers bij een gezonde kritisch-wetenschappelijke instelling. Aan de andere kant merk ik dat ze er onzeker van worden en het opvatten als gebrek aan structuur. Daar ben ik dus een stuk voorzichtiger mee geworden. Hiervoor gaf ik veel hoorcolleges aan kleinere groepen masterstudenten. Daar kan dat wel. De studenten zijn tegen die tijd geestelijk al een heel stuk gegroeid.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.