| (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Een week lang sluiten zestig tot zeventig wiskundigen uit binnen- en buitenland zich op in UT-hotel de Drienerburght om zich te buigen over zes problemen uit het bedrijfsleven. Van de afvoer van regenwater door de Regge tot het parkeren van NS-treinen. Wie denkt dat de dagen slechts gevuld worden met ellenlange discussies over algebraïsche functies heeft het mis. `Het is vooral een gezellig samenzijn met collega's en tegelijkertijd promoten we de wiskunde.'
Afgelopen maandag was de aftrap van de studiegroep Wiskunde met de Industrie, een jaarlijks terugkerend evenement dat dit jaar op de UT wordt georganiseerd. Zes bedrijven betaalden tweeduizend euro om hun wiskundig probleem onder de aandacht te brengen van deskundigen. In groepen van tien wordt zo'n probleem uitgewerkt en vrijdag (morgen dus) presenteren de onderzoekers hun oplossing voor de vraagstukken.
`Ik vond het probleem van het water wel lollig. Hollandser kun je het niet krijgen', zegt Bob Planqué maandag tijdens de lunch. Hij is wiskundige aan de Vrije Universiteit. Eerder die ochtend heeft het waterschap Regge & Dinkel gevraagd een optimaal model te maken voor de afvoer van het water in de Regge na hevige regenval, bijvoorbeeld door overloopgebieden te creëren. In ieder geval mag het probleem niet worden overgeheveld op een ander waterschap.
`Dit is zo'n probleem waarbij je al heel snel een model in je hoofd krijgt dat je zou kunnen toepassen', valt zijn VU-collega Jan Bouwe van den Berg hem bij. Planqué: `Een week is hiervoor inderdaad wel lang genoeg. Wiskundigen kunnen heel snel zeggen wat wel en wat niet haalbaar is.'
UT-wiskundige Jan Schreuder is het daar niet mee eens. `Voor de meeste problemen verwacht ik geen oplossing, maar eerder een aantal mogelijke alternatieven. De NS hebben bijvoorbeeld al jaren te maken met treinstellen die ze 's nachts zo efficiënt mogelijk moeten parkeren. Dan zou het vreemd zijn als wij in een week het optimale model bedenken. In een week kun je wel aangeven in welke richting de oplossing gezocht moet worden en welke dingen je absoluut niet moet doen.'
Wel of geen directe oplossing, alle drie de onderzoekers hopen dat deze week hen nog wat extra werk oplevert. Planqué: `Je hoopt altijd dat hier lopend onderzoek uit voortkomt.' Van den Berg: `Ik ben nu bijvoorbeeld nog met een artikel bezig over het optimaliseren van het magneetveld bij een MRI-scan, één van de onderwerpen van vorig jaar.'
Volgens Michel Vellekoop, één van de organisatoren van het evenement, zijn de contacten die tijdens Wiskunde met de Industrie worden opgedaan de ideale manier om nieuwe inzichten voor onderzoek op te doen. `En uiteraard heeft de week ook een pr-functie. We willen de industrie laten zien wat de wiskunde allemaal te bieden heeft. Wat de kracht van wiskunde is? Dat het voor heel veel verschillende problemen een oplossing kan bieden. Bovendien hebben wiskundige problemen niet altijd direct een toepassing, maar kunnen ze later toch van groot belang blijken. Toen de oude Grieken zich op de priemgetallen stortten, hadden ze nog geen idee dat die tegenwoordig gebruikt worden om internet te beveiligen.'
`We moeten het stoffige imago van wiskunde verbeteren', vindt ook Schreuder. `Het lukt ons vaak niet de buitenwereld duidelijk te maken hoe nuttig wiskunde is. Dat is ook onze eigen schuld, we zijn te veel gericht op publiceren. Deze week moet vooral heel leuk zijn.'
De Belg Claude Archer van de Brusselse École Royale Militaire sluit zich daar helemaal bij aan. `Welk vraagstuk me het meest aanspreekt? Daar heb ik helemaal nog niet over nagedacht. We hadden het net over elkaars muziekvoorkeur. Het gaat hier om het plezier, het is een uitstapje. Er is hier zelfs een groep uit Polen. Denk je dat die zouden komen als het een saaie bijeenkomst was? Het is hartstikke gezellig om samen met collega's actief te werken aan een concreet probleem. Normaal werk je als wiskundige maar alleen.'