`De cultuur van het ITC? Er zijn hier wel zeventig verschillende culturen', lacht rector Martien Molenaar. Als het ITC in 2010 als zesde faculteit geïntegreerd wordt in de UT, wil Molenaar deze unieke cultuur behouden.
| Een groep net aangenomen studenten volgt een instructiecollege. |
Vrijwel alle studenten van het ITC komen uit het buitenland, uit zeventig tot tachtig verschillende landen, vertelt Molenaar. Voor het overgrote deel zijn dat landen met een zwakkere economie, vooral uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika. In hun thuisland hebben ze een bachelordiploma gehaald en de meesten werken al een paar jaar voor lokale bedrijven of overheden.
`Dat is meteen al een verschil met een universiteit', geeft Molenaar aan. `We zijn een instituut voor capacity building. Wij willen organisaties versterken en dat doen we door werknemers op te leiden. Het onderwijs op een universiteit daarentegen bereidt jongeren voor op een maatschappelijke carrière.'
Ook het arbeidsethos verschilt nogal van de gemiddelde Nederlandse student. Molenaar: `Onze masteropleidingen duren achttien maanden. Daarin doen de studenten 118 ECTS, net zoveel als aan universiteiten in twee jaar wordt gehaald. Er is een hoge werkmoraal, ze maken al gauw vijftig tot zestig uur per week, en dat in een voor hen compleet nieuwe omgeving.' Dat is volgens de ITC-rector ook wel nodig, want na ruim anderhalf jaar gaan zij weer terug naar het thuisland.
| Koffiepauze in het restaurant |
Molenaar schetst het ITC als een `mix van etniciteiten', een haast ideale vorm van de multiculturele samenleving. `Alle culturen hier vormen samen een heel eigen gemeenschap. Dat gaat vrij goed. Spanningen komen nauwelijks aan de oppervlakte, ook niet als er in de thuislanden van onze studenten politieke conflicten heersen. Natuurlijk liggen er gevoeligheden, maar de studenten gaan daar onderling heel professioneel mee om.'
`Die internationale cultuur willen we heel graag behouden, ook als we als faculteit worden ingebracht in de UT. Tegen mijn medewerkers heb ik gezegd dat als ze 1 januari 2010 wakker worden, er niets veranderd is behalve dat er een nieuwe werkgever op hun loonstrookje staat', aldus Molenaar. Voor het ITC ziet hij als belangrijk voordeel van de fusie dat zijn instituut wordt ingebed in het universitaire bestel. `Als je wilt samenwerken met buitenlandse universiteiten helpt het als je zelf ook universiteit bent. Bovendien krijgen we dan ook toegang tot Nederlandse subsidiegevers, zoals NWO.'
| Eén van de apparaten uit het Geo Science Lab, een magneet om metalen uit grondmonsters te scheiden. |
Op onderzoeksgebied wordt er nu al veel samengewerkt en volgens Molenaar zal dat geïntensiveerd worden. Het ITC is gespecialiseerd in het verzamelen, beheren en visualiseren van geo-informatie en vindt zijn oorsprong in de kartering. Geografische gegevens kunnen daarbij worden gekoppeld aan bestuurlijke processen. Voorbeeld: `Stel je hebt van een bepaald gebied gegevens over stromingsgebieden en de kwaliteit van dijken. Als je dat koppelt aan de economische activiteit en bevolkingsdichtheid in de regio, kun je schadeschattingen maken voor het geval het gebied overstroomt en kijken wat je moet doen om de schade te minimaliseren.'
| Martien Molenaar |
`Ons onderzoek richt zich hoofdzakelijk op de ontwikkelingslanden, maar die kennis is ook relevant voor de Europese markt. Ik hoop dat er meer uitwisseling komt met het UT-onderzoek en -onderwijs. Door de samenwerking zullen we ook geheel nieuwe programma's beginnen, bijvoorbeeld op het gebied van informaticatoepassingen in geografische databases.'
Masteropleiding: Environmental System Analysis and Management
`Ik heb in Bolivia een baan als milieukundig ingenieur en kan aan het ITC verder leren dankzij een beurs uit het Netherlands Fellowship Programme. In deze studie probeer ik milieuproblemen vanuit het perspectief van verschillende sociale actoren te bekijken. We hebben bijvoorbeeld net een casestudy gedaan naar een nationaal park in Kenia waar problemen waren met het vee dat de inheemse bevolking daar houdt. In de zomer heerst er namelijk een watertekort en dan gaat het vee het nationaal park in. Daardoor ontstaat er voor het wild een tekort aan voedsel. Wij hebben toen geïnventariseerd hoeveel wild daar rondloopt en hoeveel zij moeten eten om te kunnen overleven. Met gegevens over de vegetatie van het gebied kun je dan ook richtlijnen maken waar de inheemse bevolking haar vee kan laten grazen zonder dat de voedselvoorziening van de olifanten in gevaar komt.'
Joris Timmermans (29), Nederland
Promovendus: Water Resources and Management
`Hoe ik als Nederlander hier terecht ben gekomen? Ik heb natuurkunde gestudeerd aan de UT en wilde graag promoveren en toen vond ik dit op mijn weg. Veel mensen kunnen nog wat van de cultuur van het ITC leren. Hoe hier moslims, katholieken, boeddhisten en andere religies samenleven, is fantastisch.
Ik doe onderzoek naar evapo transpiration van gewassen. Planten verdampen water, net als de bodem. Als je weet hoeveel water een plant verdampt kun je ook meten in welke staat die plant zich bevindt. Dan weet je dus of je hem moet besproeien of misschien wat extra kunstmest moet strooien. Dat kunnen we allemaal met satellieten meten, onder andere door gebruik te maken van de reflectie van licht. In Nederland hebben we allemaal relatief kleine veldjes met gewassen, maar in Amerika zijn de plantages soms enorm. Dan is het handig als je voor elk gedeelte kunt zien wat de status van het gewas is zonder dat je er op je tractor helemaal heen hoeft te rijden. De gegevens van de satelliet krijg je gewoon op je computer. In Spanje draait zelfs een project waarbij de beelden rechtstreeks naar mobieltjes kunnen worden gestuurd.'
Farhang Sargardi (37), Iran
PhD: Urban and Regional Planning and Geo-information Management
`Mijn onderzoek focust zich op agricultural planning. In Iran werk ik in de regio Isfahan en dat is tevens het gebied voor mijn casestudie hier aan het ITC. Het is de bedoeling dat ik een langetermijnplanning maak voor de inzet van hulpbronnen in dit district. Dat kunnen natuurlijke hulpbronnen zijn zoals water, maar uiteraard ook arbeid en kapitaal. Deze productiefactoren moeten optimaal gebruikt worden en ik onderzoek hoe je ze op een ideale manier kunt combineren. Hoe je tot die ideale combinatie komt? Goede vraag, maar dat ben ik dus juist aan het uitzoeken. Het is in ieder geval een heel mathematisch project.'
Chinmay Kurane (24), India
Masteropleiding: Geoinformatics
`Na mijn bachelor in computer science in India ben ik direct naar het ITC gekomen voor een vervolgopleiding van anderhalf jaar. Het eerste jaar bestaat hier uit veel colleges, maar de laatste vijf maanden ben ik met mijn eigen onderzoek bezig geweest. Ik doe een testcase met de Dutch national atlas. De kaarten in deze atlas worden vooral gebruikt door professionals, meestal wetenschappers. Ik kijk hoe de informatie op deze kaarten, met zowel sociale, economische, ecologische als geografische gegevens, beschikbaar kunnen worden gemaakt voor een breder publiek. Als je de informatie integreert in een programma als Google Maps wordt het al veel toegankelijker. Met behulp van internet tools kun je die data selecteren die voor jou van belang zijn. Gewone mensen interesseert zo'n atlas op het eerste gezicht misschien weinig, maar er staat voor veel mensen toch nuttige informatie in. Als vogelspotter bijvoorbeeld wil je graag weten hoe de ecologische grenzen opschuiven. Dan weet je namelijk dat als de opwarming van de aarde doorzet, je over een paar jaar noordelijker moet zoeken naar bepaalde vogels.'
PhD: Urban and Regional Planning and Geo-information Management
`Het project waar ik aan werk, kent een soort sandwichformule. De helft vindt hier in Nederland plaats en het andere deel doe ik in Wuhan, waar ik werk aan de universiteit. Het onderzoek richt zich op de integratie van watermanagement in regional planning. In Wuhan is sprake van een razendsnelle urbanisatie. De regionale planologen houden daarbij echter geen rekening met de gevolgen voor de waterhuishouding, zoals tekorten en vervuiling van water. Er zijn daar veel meren, rivieren en wetlands en die lijden onder de expansie van de stad. Mijn doel is om de planologen te betrekken bij dit probleem en ze op een meer duurzame manier te laten nadenken over urbanisatie. Zij zijn gewend om het vooral vanuit technologisch oogpunt te benaderen, maar ik wil duurzaamheid in de planologische processen integreren. Of dat lukt? Dat is niet eenvoudig, want je zult het concept, de manier van denken, moeten veranderen.'