| Bij baby Jentl wordt een kleine afwijking geconstateerd |
Op een maandagmiddag in januari gaat Marjon Witting voor de eerste keer polshoogte nemen bij een consultatiebureau van de thuiszorgorganisatie Carinova in Raalte. Daar zijn ze in november 2007 begonnen met de proefimplementatie. Witting is benieuwd hoe de screening van de baby's in de praktijk verloopt. `In deze fase van het project wordt de jeugdverpleegkundige door een praktijkbegeleider `getraind' in het maken van echo's', vertelt ze.
In de wachtkamer van het consultatiebureau in Raalte zitten drie jonge vrouwen met hun baby op schoot. Uit de aangrenzende kamer klinkt gehuil. Bernadette Tersteeg, jeugdverpleegkundige, opent de deur. De drie maanden oude baby Tygo is aan de beurt. De moeder van Tygo legt hem, op aanwijzing van de verpleegkundige, op zijn linkerzij op een groot kussen. Tersteeg maakt zijn luier los en smeert een dikke klodder gelei op het heupje. Gryt van der Meer, praktijkbegeleider, houdt de handelingen van de verpleegkundige nauwlettend in de gaten als ze met de echokop over de heup van de baby rolt, op zoek naar een goed beeld van de heupkom. `Ja, deze is scherp'. Met een simpele druk op het voetpedaal wordt het beeld vastgelegd. Nu nog even de andere heup en klaar. Baby Tygo geeft geen kik, ondanks de voor hem, ietwat rare, zijwaartse ligging. `U mag hem weer aankleden', zegt Tersteeg. `We zullen zo de uitslag bekend maken.'
Van der Meer en Tersteeg bekijken samen nauwkeurig de beelden en maken vervolgens een berekening aan de hand van een aantal meetpunten. `Bij een normaal heupgewricht past de heupkop goed in de heupkom', legt Van der Meer uit. `Als de heupkop niet voldoende overdekt wordt door de heupkom is er sprake van heupdysplasie. Staat de heupkop helemaal buiten de kom dan betekent dat een ernstige heupafwijking, oftewel heupluxatie. Als je dit niet tijdig behandelt, krijgt het kind moeite met lopen en staan.' Bij Tygo blijkt dat zijn heupen prima in orde zijn. De verpleegkundige vertelt het goede nieuws aan zijn moeder.
Helaas heeft de volgende baby, een meisje dat Jentl heet, minder geluk. Op de echo constateren de twee een kleine afwijking. `Niet groot, maar wel genoeg om er in ieder geval een orthopeed naar te laten kijken', vindt Van der Meer. `In dit soort gevallen moet je het zekere voor het onzekere nemen.' De moeder van Jentl knikt, daar lijkt ze het helemaal mee eens te zijn.
Bij de twee volgende baby's, Anouk en Stan, laat de echo weer een mooi plaatje zien. Er zijn geen afwijkingen. Maar Stan heeft het niet echt naar zijn zin tijdens de echo. Hij huilt hard en is niet te troosten. `Het is een heel beweeglijk kind en nu moet hij stil liggen, dat vindt-ie natuurlijk niks', zegt zijn moeder en aait het hoofdje van haar kind. Als dan ook de echo een paar keer over moet, laat Stan merken dat hij het goed zat is en zet het op een krijsen. De verpleegkundige laat zich er niet door afleiden. Ze moet een scherpe echo maken en dat lukt uiteindelijk.
`Het is wel hard doorwerken, gemiddeld moeten we op een middag zo'n zeventien baby's screenen', vertelt Tersteeg. `Voor elke baby nemen we tien minuten de tijd. Dat lukt, als alles direct goed gaat. Als de echo over moet, of we constateren een afwijking, dan ben je toch snel al meer tijd kwijt.'
Promovenda Marjon Witting heeft ondertussen van een afstandje staan kijken naar de screening. `Dit is voor mij de eerste keer, interessant om te zien dus.' Ze vertelt dat er twee echoapparaten zijn die op verschillende consultatiebureaus in Salland en Utrecht momenteel worden gebruikt. `Het is de bedoeling dat de jeugdverpleegkundigen en consultatiebureauartsen uiteindelijk zelfstandig de echo's uitvoeren. Daar worden ze nu voor getraind. Tijdens de hele onderzoeksperiode worden de echo's ook nog ter controle aan een kinderradioloog voorgelegd.'
Op consultatiebureaus worden baby's nu alleen nog lichamelijk onderzocht op een heupafwijking. Het lichamelijke onderzoek is te beperkt, want niet alle heupafwijkingen worden opgespoord en soms blijkt er niets mis te zijn terwijl kinderen wel zijn doorgestuurd naar het ziekenhuis. Van 1998 tot 2003 vond daarom al het zogenaamde Soundchec onderzoek plaats, een interventiestudie naar de effecten en kosten van echografische screening op heupafwijkingen. Daaruit bleek dat een echo het beste bij een drie maanden oude baby kan worden gedaan. `Het aantal gemiste gevallen was op die leeftijd het laagst en er werden weinig kinderen ten onrechte doorverwezen.'
De huidige proefimplementatie valt onder de noemer Soundchec 2 en moet de haalbaarheid en kosten van de echografische screening op de leeftijd van drie maanden in de jeugdgezondheidszorg in kaart brengen. Daarvoor worden nog tot april 2009 zo'n 4600 baby's gescreend. Witting: `Alle ouders ontvangen een uitnodiging, de oproep is vrijwillig. Het is dus even afwachten wie uiteindelijk wel of niet komt. Maar gemiddeld komen twee van de twintig kinderen niet.'
`Natuurlijk doe je aan zoiets mee', vindt de moeder van Stan, terwijl ze haar zoon weer in de Maxi Cosi plaatst. `Je wilt toch voorkomen dat je kind later last krijgt van zijn heupen? Het is wel zo dat ik in eerste instantie een afspraak had op een werkdag. Om hiervoor vrij te nemen, vond ik overdreven. Dus heb ik de afspraak verzet, dat kon gewoon.'
De UT richt zich in dit onderzoek specifiek op de haalbaarheid van de implementatie. Witting is de enige promovenda die vanuit de UT betrokken is, zij wordt begeleid door universitair docent Magda Boere-Boonekamp. `Het is een bijzonder project', zegt ze, als we het consultatiebureau uitwandelen. `Uiteindelijk is het de bedoeling dat de echografische screening net zo'n gebruikelijke test wordt als de hielprik en de neonatale gehoorscreening. Mooi dat ik daar als promovenda aan mee mag werken.'