Dynamiek, drive, optimisme

| Redactie

Als verse voorzitter van het Innovatieplatform Twente maakt Arie Kraaijeveld (64) de komende weken een rondje langs de velden om te kijken hoe de zaken er in Twente voor staan. `Ik wil zien of de ondernemers nog wel in de bus zitten'. De van oorsprong chemicus - hij studeerde in 1968 af bij scheikunde aan de VU in Amsterdam - begon zijn loopbaan voor de klas. Later werd hij conrector en vervulde

Als verse voorzitter van het Innovatieplatform Twente maakt Arie Kraaijeveld (64) de komende weken een rondje langs de velden om te kijken hoe de zaken er in Twente voor staan. `Ik wil zien of de ondernemers nog wel in de bus zitten'.

De van oorsprong chemicus - hij studeerde in 1968 af bij scheikunde aan de VU in Amsterdam - begon zijn loopbaan voor de klas. Later werd hij conrector en vervulde hij vele bestuursfuncties, zoals het huidige voorzitterschap van het Platform Bèta Techniek. Een paar vragen aan de uit Haarlem afkomstige bestuurder.

De nieuwe IPT-voorzitter Arie Kraaijeveld.
De nieuwe IPT-voorzitter Arie Kraaijeveld.
(Foto: Gijs van Ouwerkerk)

Waarom heb je de functie van IPT-voorzitter geaccepteerd?
`De uitvoeringsfase van de Twentse Innovatieroute is nu aangebroken. We gaan projecten doen en dat vind ik buitengewoon leuk. Mijn voorganger Wim Meijer heeft het pad geëffend, de partijen bij elkaar gebracht. Op dat fundament probeer ik nu een huis te bouwen.'

Wat ga je doen?
`Stimuleren! Ik maak nu stevige rondes en voer gesprekken met verschillende technologische kringen om te kijken of de ondernemers nog wel in de bus zitten. Ik kom namelijk uit die ondernemerswereld, daar zitten mijn vrienden, en ik wil nagaan of ze nog meedoen. Ook probeer ik verbindingen te leggen, over boundaries heen, tussen de betrokkenen. Maar eerst moet ik me inwerken. Ik breng het netwerk in kaart: wie kent wie en wie mag wie niet? Heel belangrijk!'

Welke kant gaat het op met de route?
`Er liggen nu zo'n zestien projecten voor beoordeling op tafel. Dat gaat `samsam', maar het primaat van het IPT ligt bij de ondernemers. Het moet niet zo zijn dat de overheid de sleepboot met geld is en dat de rest op de wal staat en dat het altijd 5 december is: zie ginds komt de sleepboot met geld weer aan. Zo werkt het natuurlijk niet!'

Wat heb je met Twente?
`Ik kwam veel in deze regio. Ik was vanaf 1998 tot 2005 voorzitter van FME-CWM (Federatie voor de Metaal- en Elektrotechnische industrie, later gefuseerd met de Contactgroep Werkgevers in de Metaalnijverheid, red.). Ik heb tientallen bedrijven bezocht in deze regio. Echt iets specifieks heb ik niet met Twente, maar er is geen enkele reden om in deze fantastische regio met zoveel potentie niet de kansen te pakken die er liggen.'

Kansen zoals?
`De UT is bijvoorbeeld de enige technische universiteit die zo veel spin-offs heeft voortgebracht. Dat spoor moeten we goed blijven volgen. Belemmeringen hierin ruimen we op, zodat die startende bedrijfjes als een soort zonnestelsel van satellieten om de universiteit groeit.'

Wat vindt u van de UT?
`Vanuit mijn maatschappelijke drive constateer ik dat Twente wat achterblijft in vergelijking met Delft en Eindhoven. De UT vindt het moeilijk om het aantal technische studenten te verhogen. Toen ik twee weken geleden bij jullie collegevoorzitter Anne Flierman was, heb ik hem gevraag hoe ik kan helpen om die werving van studenten op te krikken.'

Daar heeft u vast wel ideeën over.
`Dat is ook helemaal niet moeilijk. Je kunt zo bij de collega's zien hoe zij het doen. Het is puur landjepik. Ik heb als voorzitter van het Platform Bèta Techniek álle aanpakken van álle universiteiten in kaart. We werken met belastinggeld, dus niets is geheim. Het is aan de UT om hier gebruik van te maken. Wij geven handreikingen én ook nog geld, maar ik kom het niet brengen.'

Hoe ondernemend is volgens u de UT?
`Voor het gros van de studenten dat hier in Twente komt, zal de universiteit een tussenstation zijn: niets meer dan een toerustingsfactory: een omgeving waar jongeren toegerust worden voor de rest van hun leven. Dat kan een waaier van functies zijn, maar het worden in ieder geval ondernemende mensen, want ik zit nu in een regio waar een goede bekende van mij, Harry van den Kroonenberg, de eerste rector was die het begrip ondernemende universiteit gebruikte. Ik weet nog hoe hij hierom verguisd werd. Toch prijkt het woord nog steeds bij de entree. Die dynamiek, dat ondernemende, moet weer flink wapperen. Ik zou het mooi vinden, als ik over een aantal jaren langs de UT rijd en zie dat de `o' vier maten groter is geworden.'

Wat verwacht u van de technici in deze regio?
`Dat ze collectief optimistisch zijn en bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, wat niet langer een monomane, autonome zaak van de wetenschapper is.'

Dat collectieve optimisme is er in uw ogen niet?
`Ik vind dat er een vrij negatieve deken over het land hangt. Ik heb een aangeboren en geprogrammeerde chip voor negativisten. Als ik er één tegenkom, zeg ik: ga jij je hersenen eens spoelen én je mond! Mensen hebben soms niet meer in de gaten dat ze zo klagen. Ze moeten beter om zich heen kijken en beseffen dat we het hier écht goed hebben.'

Dus met een flinke dosis optimisme gaat u aan de slag?
`Zeker. Maar ik zoek ook combinaties van technische knowhow, over verschillende groepen heen, het echte multidisciplinaire werk. Dat is essentieel. Studenten worden daarvoor ook opgeleid. Ik ben als wetenschapper natuurlijk een prul geworden. Ik ben veel meer een bestuurder, maar technici kunnen iets wat vele anderen niet kunnen. Ze zijn scherper en exacter in hun denken. Ze kunnen in maatschappelijke discussies meedraaien. Banken, consultancy en verzekeraars staan allemaal voor de deur om ze op te nemen. Sommige hoogleraren vinden het vreselijk dat die alumni niets meer met de opleiding doen, maar kennelijk is die toch zo puik, dat ze overal in de maatschappij aan de slag kunnen. En weet je wie dat leuk vindt? De jongere zelf. Daar draait het toch om?'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.