| Janneke Bekhof: ‘Bij mij staat niet per definitie het geloof centraal.’ Foto: Arjan Reef |
Sinds kort heet ze Bekhof-Smit, vertelt ze vrolijk, maar ze blijft haar meisjesnaam gebruiken. `Zo stel ik me altijd voor. Ik ben ook al zó lang Janneke Bekhof.' In het Theatercafé van de Vrijhof vertelt de nieuwe dominee - brede lach, roze blouse, lippen gestift - enthousiast dat ze afgelopen september in het huwelijksbootje stapte met de uit Hengelo afkomstige Ariën Smit. Voor hem verhuisde ze in 2006 naar Twente. `Ik was vijf jaar predikant in het Friese Augustinusga geweest. De geslaagde fusie tussen de Hervormde en de Gereformeerde Kerk daar was als een kroon op mijn werk. Ik vond dat toen mijn taak er op zat. De gemeente verdiende een nieuwe dominee.'
En dus zegde ze de baan op, pakte haar boeltje en trok bij haar nieuwe liefde in. `Gedurfd? Als dingen goed voelen, durf ik alles! Ik ben niet zo rationeel.' Bekhof gunde zichzelf een maand om te wennen. Via het uitzendbureau ging ze bij Essent aan de slag en later als secretaresse bij een advocatenkantoor. `Niets voor mij. Ik miste het contact met mensen, de emotie en beleving. Het was allemaal zo zakelijk.' Dus werd ze spreker op uitvaarten. `Dat is super. Mensen zitten zó met hun handen in het haar en ik kan ervoor zorgen dat het afscheid warm en mooi wordt. Soms valt het zwaar. Maar als ik gesproken heb, zit ik zingend in de auto op weg naar huis. Mijn taak zit er dan op. Hoe ik dat zo makkelijk kan? Het is niet mijn verdriet en ik ben de professional.'
Bekhof groeide op in het Friese Drachten. Van huis uit is ze hervormd. `We waren thuis niet zo heel streng. Ik ging tot en met mijn studietijd niet naar de kerk.' Lacht: `Daar vond ik niets aan.' Toch koos ze voor de studie theologie in Groningen. `Dat leek me gewoon de leukste opleiding. Ik roep ook altijd: ga theologie studeren als je niet weet wat je wilt en géén rechten! Het is zo'n geweldige, brede opleiding. Met veel sociale wetenschappen, geschiedenis en taal. De eerste vier jaren hadden niets te maken met de kerk. Het was min of meer ook verboden om te zeggen: Ja maar, in de kerk beweren ze dit. Dat was not done.'
De tweejarige kopstudie die nodig is om als voorganger een kerkdienst te mogen leiden, deed ze er voor de zekerheid maar achteraan. `Ik ken mezelf: als ik het niet meteen doe, gebeurt het nooit.' Ze liep stage in Hilversum en deed daar alles in de kerk. `Heel intensief, maar zo geweldig! Het bleek gewoon helemaal mijn ding. Het zijn de mensen die dat teweeg brengen. Zij delen hun levensverhaal met je. Dat is heel privé en dierbaar.'
De mens, dat is Bekhof's uitgangspunt. `Bij mij staat dus niet per definitie het geloof centraal. Het draait om de mens. Hoe redt-ie zich wanneer iets dramatisch gebeurt? Klopt dan het wereldbeeld dat je altijd hebt gehad nog wel? Of moet dat worden bijgesteld?'
Hierin zit volgens Bekhof de aansluiting met het geloof. `De vraag `waarom' verbindt de mens en het geloof. Natuurlijk krijg je niet meteen antwoord, maar de zoektocht is spannend.'
Bekhof is ervan overtuigd dat veel dingen ook gewoon op je pad komen. `Zoals de predikantfunctie in Vroomshoop die ik sinds kort vervul. Het is een tijdelijke baan, nog tot september van dit jaar. Daarna heb ik tijd om vier dagen per week op de UT te zijn.'
Over haar nieuwe baan: `Ik kreeg een telefoontje. Of ik interesse had. Het klonk als een enorme uitdaging. Aan Arent, de interim-studentenpastor, vroeg ik of er onder de studenten veel vraag is naar een pastor. Nee, was zijn keiharde antwoord. Toch zullen studenten worstelen met levensvragen en met de keuzes die ze maken. Daarom is het belangrijk dat je er bent. Ik hoop dat het studentenpastoraat een plek is waar studenten terecht kunnen met hun vragen. Wij moeten ze die ruimte bieden. Hoe? Dat wordt mijn grote uitdaging.'