Ingezonden: Maatregel: te snel en te oppervlakkig

| Redactie

Met een schok las ik in dit blad dat de UT Iraanse studenten weert. Alsof de klok veertig jaar had stilgestaan en ik weer in mijn vorige universiteit was, de Universiteit van Kaapstad. Maar daar had de Principal niet het zwaard omgord om de kleurlingen buiten te houden, maar liep hij voorop in de lange, stille processie van hoogleraren en medewerkers die protesteerden tegen het verbod om niet-blanke studenten toe te laten.Het weren van een bepaalde groep van studenten is een zeer kwalijke zaak die, als het echt nodig is, goed gefundeerd en begrepen moet worden.

Het besluit van het college van bestuur om geen nieuwe Iraanse studenten meer toe te laten berust op Resolutie 1696 van de Veiligheidsraad van medio 2006, gevolgd door de besluiten 1737 en 1747, resp. van eind 2006 en maart 2007. Het gaat duidelijk om gevestigde wetenschappers en technologen. In intensieve gesprekken met andere 'proliferation sensitive nuclear' vakgenoten zouden zij ontbrekende stukken kennis kunnen herkennen, oppikken en inpassen. Het voorkomen van de ontwikkeling van kernwapens is in principe een goede zaak. Maar omdat afscherming van de wetenschap haaks staat op één van zijn grondslagen mogen de grenzen van het besluit niet te ruim getrokken worden. En daar hebben we het nu over.

Iran heeft redelijk goed ontwikkelde universiteiten en een werkende kernreactor in Isfahan University of Technology. In de afdeling technische natuurkunde aldaar vinden we associate professor Ahmad Shirani, met een MSc en een PhD graad in nuclear physics, behaald in Londen en een aantal publicaties op zijn vakgebied, hoofdzakelijk in lokale vaktijdschriften. Via internet is de vakliteratuur toegankelijk. Jaarlijks worden daar mensen opgeleid op het betreffende vakgebied, hetgeen niet noodzakelijkerwijs betekent dat zij iets afweten van kernwapens.

Twente daarentegen heeft niets te bieden op dit gebied. Een snelle ronde langs de decanen leerde me dat zij niets konden bedenken dat aantrekkelijk zou kunnen zijn voor deskundigen in kernstudies. Echte vakkennis doe je op in het lab en in kleine groepsgesprekken. En zo'n lab en zulke groepen hebben we hier niet!

Wat we wel hebben is een vrije, open samenleving waaraan onze jonge Iraanse vakbroeders volop blootgesteld worden, net zo goed als wij van hun cultuur en hun overtuigingen kennis zullen nemen. Onze ervaring met Indonesische en Nigeriaanse studenten die geruime tijd in Twente doorbrachten, hebben ons de goede effecten daarvan doen zien. Zou de Iraanse regering wel beseffen hoeveel gevaar zij daarmee loopt?

Met de huidige maatregel verzaken we in elk geval onze plicht bij te dragen tot het weer opnemen van Iran in de wereldgemeenschap.

Ik ben teleurgesteld in de wijze waarop de UT de zaak behandeld heeft: te snel, te oppervlakkig en met te weinig begrip voor de aard en omvang van het probleem. Formeel lijkt het logisch en eenvoudig: de UT-voorzitter kan niet garanderen dat nieuwe Iraanse studenten bij de UT geen kennis zullen opdoen op het door de resolutie genoemde vakgebied. Strikt genomen is dat correct en als de Staat op basis van dat antwoord geen visum verleent, kan de universiteit dat niet helpen. Maar zo makkelijk ligt het niet. Wat kan een voorzitter nou garanderen? Hij kan niet garanderen dat studenten niet illegaal college lopen, dat er geen illegale bedrijfsspionage gepleegd wordt, dat studentes op de campus niet verkracht worden, ga maar door. Hij kan het moeilijk maken, heel moeilijk, maar meer kan hij niet en dat wordt ook niet van hem geëist. Wat hij wèl kan is, onderbouwd door jaarverslagen en uitspraken van de decanen en wetenschappelijke directeuren, uitspreken dat de UT geen activiteiten heeft op het betreffende gebied. En dat de UT geen van de door de resolutie genoemde categorie personen hier uitnodigt of verwelkomt. Meer van de UT eisen is buitenproportioneel tegen het licht van de resolutie. Doet de Staat dat toch dan beklaagt de voorzitter zich bij de minister van onderwijs dat de UT zonder reden ernstig gehinderd wordt in haar activiteiten. Eerlijk gezegd vermoed ik dat hij dat al doet, maar de woede van de UT-gemeenschap achter je te weten is nuttig. Het zal ook voorkomen dat we de risee van universitair Nederland worden.

prof. dr. D. Feil
Emeritus hoogleraar en voormalig voorzitter van de commissie voor internationale samenwerking van de UT.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.