Naam: Marcel de Vries
Studie: Werktuigbouwkunde afgestudeerd
Leeftijd: 26 jaar
Sport: IJshockey
Club: The Slapping Studs
| Aanvaller Marcel de Vries - in het midden - in actie bij de face off. |
Je woont in Utrecht, werkt in Amsterdam en speelt voor ijshockeyvereniging The Slapping Studs in Enschede. Dat klinkt niet helemaal logisch?
`Het is een samenloop van omstandigheden. Ik ben onlangs afgestudeerd en kon een baan krijgen in Amsterdam en een woning in Utrecht.'
Maar van de Studs kun je geen afscheid nemen?
`Moeilijk, maar mijn commitment met de club wordt minder en dat heeft dus een puur praktische reden, geen emotionele. Door de afstanden kan ik alleen de uitwedstrijden spelen. Want als ik een thuiswedstrijd voor de Studs in Nordhorn zou spelen kom ik met het openbaar vervoer niet meer thuis. IJshockeywedstrijden beginnen vaak later op de avond. Volgend seizoen speel ik in Utrecht.'
Toch prijkt je naam op de site van de Studs bij de drie beste spelers met de meeste assists en treffers.
`Dat zal snel veranderen. Omdat ik dit seizoen geen thuiswedstrijden speel, is het een kwestie van tijd voordat ik buiten de top drie val.'
Maar je moet wel iets in je mars hebben om zover te komen?
`Ik heb veel te danken aan onze Canadese aanvaller Peter van Berkel. Hij promoveert aan de UT en speelt bij ons ijshockey en ik kan je verzekeren dat dit een zegen is. We hebben enorm veel baat bij zijn ervaring. Want die jongen speelt werkelijk verschrikkelijk goed.'
Van Berkel is toch topscoorder van de club?
`Klopt en los daarvan laat hij ook de nieuwkomers beter tot hun recht komen. Bovendien draagt hij de club een warm hart toe en dat is mooi om te zien. Desondanks koketteert hij niet met zijn kwaliteiten. Hij is op dezelfde leeftijd in Canada begonnen met ijshockeyen waarop wij hier leerden fietsen. Jong dus. De sport wordt de jongens daar met de paplepel ingegoten. Het verschil in kwaliteit tussen hem en ons is enorm.'
Waarom wordt hier in Nederland nauwelijks gespeeld?
`Er is ijs en er zijn schaatsbanen, daar kan het dus niet aan liggen. De ijshockeysport zit gewoon niet in onze cultuur. Wij zijn langebaanschaatsers. In Zweden en Tsjechië zit de sport wel in de genen van de mensen. In de zomer trekken we met een aantal oud-leden van de Studs naar Tsjechië. Het is echt een verademing om daar te spelen. Geweldige ambiance, daar doe je het voor.'
Maar die ambiance ontbreekt hier.
`Dat heeft misschien ook me het imago van de sport te maken. Vaders doen hun zoontjes nu eenmaal niet zo snel op ijshockey.'
Maar dat imago klopt toch ook een beetje. Want jullie staan te boek als jongens die het fysieke gevecht niet schuwen?
`Je moet niet kleinzerig of bang zijn, want dan kun je beter iets anders gaan doen. Er worden wel eens klappen uitgedeeld, maar dan is het wel een man tegen man gevecht. Altijd eerlijk. Anders dan bij waterpolo zie je bij het ijshockey precies wat er gebeurt. Die vliegende tackles van achteren bij het voetbal zijn een stuk geniepiger. Dat soort dingen zie je hier niet.'
Jullie hebben vier dames in de selectie, kunnen zij het niveau aan?
`Jazeker, we hebben voor aanvang van het seizoen een betrekkelijk grote groep debutanten kunnen verwelkomen. Onder hen twee meiden. Het is in Nederland onmogelijk een damescompetitie te beginnen, daar is simpelweg te weinig animo voor. Net als de mannen worden onze meiden ook elke wedstrijd beter. Twee andere speelsters zijn hier al langer actief. Zij draaien moeiteloos mee.'
Jullie beschikken dus over een brede selectie.
`We beschikken nu over vijftien spelers en dat zijn er in het verleden wel eens minder geweest. Ik denk dat de ploeg volgend jaar voor de titel gaat.'
Waarom dit jaar niet? Want halverwege de competitie staan jullie knap derde in de tweede klasse van de studentencompetitie.
`Wie weet. We zitten in ieder geval ruim in de manschappen. Ik kan me ook nog wel een seizoen herinneren dat we het met z'n zessen moesten doen. Dan snak je halverwege de wedstrijd al naar adem. Nu zijn we echt een groot team en dat is wel lekker.'
Ben jij iemand die klappen uitdeelt of incasseert?
`Ik ben meer iemand die er snel van tussen gaat als er heibel ontstaat, ha ha. Ik ben vrij klein en moet het van mijn snelheid hebben. Mijn snelheid is mijn handelsmerk. Maar ik sta nu wel een stuk steviger op de schaats dan toen ik zeven jaar geleden met deze sport begon. Bij een opstootje ga ik niet zo snel meer onderuit.'
Wat is er zo mooi aan ijshockey?
`Het is een snelle en technische teamsport, geen frustratiesport. In deze sport kan je je frustraties uitstekend kwijt. Dat is ook wel lekker.'