Ingezonden: Investeer in het onderwijs!

| Redactie

Recent heeft de rector zijn zorg uitgesproken over de dalende kwaliteit van een aantal opleidingen aan de UT. Waar in het verleden altijd zeer goede resultaten bij visitaties werden behaald, is dat nu bij sommige opleidingen afgezakt naar (middel)matig. De zorg van de rector lijkt me zeer terecht, maar ik mis een nadere analyse van mogelijke oorzaken alsmede een aanzet tot een oplossing.

Als één van de oorzaken moet mijns inziens worden gewezen op de drastische bezuining op het onderwijs. Een voorbeeld: in het verleden werd voor de beleiding van een afstudeeropdracht bij de opleiding (T)BK 80 uur vergoed, namelijk 40 uur voor de eerste begeleider en 20 uur voor de tweede en derde begeleider. Later is dat teruggebracht naar resp. 30, 15, 15. Daarna is de derde begeleider geschrapt en de begeleidingstijd geleidelijk verder teruggebracht naar nu in totaal 25 uur voor eerste begeleider en `meelezer' samen. In totaal is de vergoeding dus tot minder dan éénderde teruggebracht. Om aan dezelfde begeleidingstijd te komen moet een docent nu gemiddeld jaarlijks 15 masteropdrachten begeleiden tegen vroeger 5.

Tegen deze achtergrond hoeft het niet te verbazen als er klachten van visitatiecommissies komen over de kwaliteit van het afstudeerwerk. Veel docenten worstelen met dit dilemma en proberen door extra inzet deze situatie nog zoveel mogelijk te compenseren. Maar die mogelijkheden zijn beperkt vanwege de eveneens toegenomen eisen op het punt van onderzoeksprestaties, het binnenhalen van projecten, etc. Ook het zoeken naar creatieve oplossingen via `afstudeerklasjes' of het laten werken via voorgeschreven formats heeft zijn beperkingen en draagt zeker ook niet altijd bij aan verhoging van de kwaliteit. Uiteindelijk zullen studenten ook individueel herkenbare resultaten moeten presenteren.

Minister Plasterk heeft de bal bij de scholen en universiteiten gelegd als het gaat om de verhoging van de kwaliteit van het onderwijs. Gezien het overheidsbeleid van de afgelopen decennia op het gebied van het hoger onderwijs kunnen daar natuurlijk de nodige kanttekeningen bij worden gezet. Anderzijds zijn de bezuinigingen op het WO niet van een zodanige omvang geweest dat ze noodzakelijkerwijs hebben geleid tot de bovengeschetste reductie van de afstudeerbegeleidingstijd. Er moet dus (veel) geld aan andere zaken dan onderwijs zijn besteed. Een ieder die om zich heenkijkt kan dat ook waarnemen.

Gelukkig hebben we echter ook kunnen vernemen dat het met de financiën van de UT dit jaar weer de positieve kant opgaat. Dat biedt een goed uitgangspunt voor het door de rector gesignaleerde probleem: investeer vanaf nu weer meer in het onderwijs!

Jan Kees Looise, hoogleraar M&B


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.