Plasterk haalt teugels aan

| Redactie

De studie-uitval in het hoger onderwijs moet omlaag, het opleidingsniveau van docenten moet omhoog en instellingen die niet goed presteren, leveren straks budget in. Alleen toponderzoekers krijgen meer vrijheid. Het kabinet maakte afgelopen vrijdag niet alleen bekend hoe het de bestrijding van het lerarentekort gaat betalen (zie pagina 4 van deze krant), maar ook wat het de komende jaren van plan

De studie-uitval in het hoger onderwijs moet omlaag, het opleidingsniveau van docenten moet omhoog en instellingen die niet goed presteren, leveren straks budget in. Alleen toponderzoekers krijgen meer vrijheid.

Het kabinet maakte afgelopen vrijdag niet alleen bekend hoe het de bestrijding van het lerarentekort gaat betalen (zie pagina 4 van deze krant), maar ook wat het de komende jaren van plan is met het hoger onderwijs en onderzoek. In zijn `strategische agenda' kondigt minister Plasterk aan dat hij de hoge studie-uitval in de bachelorfase - nu 35 procent - in 2014 wil hebben gehalveerd. Volgend jaar maakt hij elf miljoen euro vrij voor intensiever bacheloronderwijs, oplopend tot 75 miljoen euro in 2011.

De strategische agenda bevat ook de hoofdlijnen van het langverwachte nieuwe bekostigingssysteem voor het hoger onderwijs. Plasterk wil dat grofweg zestig procent van het budget van universiteiten en hogescholen afhankelijk wordt van het aantal ingeschreven studenten. Twintig procent komt binnen als diplomabonus en nog eens twintig procent als basisfinanciering. Daarvan wil Plasterk een deel afhankelijk stellen van geleverde onderwijsprestaties, af te meten aan de kwaliteit van eindscripties en het opleidingsniveau van de docenten.

Het bekostigingsvoorstel dat de universiteiten, hogescholen en studentenorganisaties vorige maand samen indienden, klinkt helder door in de strategische agenda. Het ministerie wil nog maar één bachelor- en één masteropleiding financieren en studenten die daarna nog een studie willen volgen, moeten voortaan een kostendekkend collegegeld betalen. Alleen voor een vervolgopleiding in de zorg of het onderwijs geldt nog het standaardtarief. Plasterk denkt bovendien na over een uitzonderingspositie voor topstudenten.

Het onderzoeksdeel van de agenda bevat weinig verrassingen. De minister houdt vast aan zijn eerder ingezette koers: besteed het geld zoveel mogelijk aan toppers, stel een beperkt aantal nationale prioriteiten vast en Nederland kan zich met de besten meten.

Het kabinet zet in op een versterking van de zogeheten vernieuwingsimpuls via de tweede onderzoeksgeldstroom. Niet het toepassingsgerichte, maar het zuiver wetenschappelijke onderzoek biedt volgens de bewindsman de meeste kans op baanbrekende innovatie. Toponderzoekers moeten binnen hun vakgebied zo veel mogelijk de vrije hand krijgen. Er ontstaan dan `vanzelf' kernen van excellent en grensverleggend onderzoek, die op hun beurt nieuw jong talent aantrekken.

Ook promovendi zouden meer vrijheid moeten krijgen om hun eigen onderzoekslijn te bepalen en hun eigen promotor te kiezen. De minister wijst in dit verband op het systeem van de graduate schools in de Verenigde Staten, waarvan hij de invoering in Nederland met minstens een miljoen euro per jaar wil ondersteunen. De beste graduate schools wil hij via NWO bovendien `training grants' toekennen voor de opleiding van extra promovendi.

De `zelfsturing' van toponderzoekers kent echter grenzen. Het kabinet bepaalt uiteindelijk welke wetenschapsgebieden landelijke prioriteit moeten krijgen. De komende jaren investeert het extra in genomics, ICT en nanotechnologie.

VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda laat weten de plannen van Plasterk `helemaal niet verkeerd' te vinden, al blijft hij het jammer vinden dat er honderd miljoen euro uit het onderzoeksbudget van de universiteiten is gehaald. `Maar dat hopen we bij de volgende begroting recht te trekken.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.