Eredoctoraat

| Redactie

De Grote Dame van de wetenschap der membranen, de Israëlische professor Ora Kedem, krijgt morgen tijdens de viering van de dies natalis van deze universiteit een eredoctoraat. Kedem (82) verrichtte in haar ruim vijftig jaar durende carrière baanbrekend onderzoek naar de zuivering van drinkwater en de ontzouting van zee- en grondwater door middel van membranen. Ze studeerde en promoveerde aan het Weizmann-instituut, een universiteit in Rehovoth vlak onder Tel Aviv. Daar bracht ze een deel van haar loopbaan door en had er allerlei functies. Later kreeg ze ook een professoraat aan de Ben Goerion Universiteit in Beersheva, waar ze op haar vijfenzestigste met pensioen ging om daarna nog een tijdje `leuk' onderzoek te gaan doen. Afbouwen was er echter niet bij: de baas van BGU vroeg haar om het waterresearchinstituut - 45 kilometer zuidelijker in de Negev-woestijn - nieuw leven in te blazen. Zo knoopte Kedem er nog twaalf jaren van hard werken aan vast.

Membraangrootheid
De Israëlische hoogleraar Ora Kedem krijgt morgen tijdens de dies een eredoctoraat van de UT. Kedem is een grootheid op het gebied van membraantechnologie. Ze is 82, maar nog steeds actief op haar terrein. `Ik besef nu wel dat ik het wat rustiger aan moet doen.' Een reportage.

Ora Kedem tegen de achtergrond van de canyons in de Negev-woestijn
Ora Kedem tegen de achtergrond van de canyons in de Negev-woestijn

Een veiligheidsfunctionaris aan de ingang van het centraal station van Tel Aviv vraagt de bezoeker om zijn werktas te openen. Of er een wapen in zit. Net als bij andere grote openbare gebouwen en warenhuizen is de controle op wapentuig en bommen strikt en routineus. Minder intimiderend dan in Amerika, maar vooral: geen grapjes. Gewoon een kwestie van veiligheid, vinden de mensen. Ze zijn er aan gewend. De laatste zelfmoordaanslag dateert al weer van april 2006. Reizen met een bus kan riskant zijn, dat wel. Zegt men. Ondanks (of dankzij) de permanente staat van oorlog waarin Israël verkeert met zijn buurlanden Libanon en Syrië is de economie bezig met een stevige inhaalslag. De kwaliteit van leven stijgt, al is dat met name het geval in de regio rond Tel Aviv waar bijna de helft van de zeven miljoen Israëliërs is samengepakt. Gevolg: veel files, hoge huren. Hijskranen bepalen er het straatbeeld. De rest van het land is minder welvarend. Vanuit de Gazastrook bestookt de Hamas Israël met raketten, iedere dag een stuk of vijf. Maar voor de media is dat al geen nieuws meer. Een ander feit is dat de muur die Israël bouwt langs de grens met de westelijke Jordaanoever nu al leidt tot een aanzienlijke daling van de criminaliteit in het land.

De begroeting vindt plaats in het gangpad van de intercity van Tel Aviv naar Beersheva, een rit van ruim anderhalf uur. Ora Kedem (82), die zelf in het noordelijk gelegen Haifa woont, heeft er dan al meer dan een uur opzitten. De bejaarde professor vermoedt dat de verslaggever van dit blad met wie ze een afspraak heeft, in dezelfde trein naar het zuiden zit. Dus loopt ze de lange, dieselgestookte trein door op zoek naar waarschijnlijk een van de weinige Nederlanders temidden van vooral militairen in de coupés.

Gestoken in gevechtstenue - kaki of twee tinten groen - bepalen de jongens en meisjes de sfeer in de trein. Oordopjes, mobieltjes, mitrailleur binnen handbereik. Sommigen zijn bleek van het slaaptekort, andere jolig en uitgelaten. Ze zijn op weg naar hun onderdeel of naar huis, het is donderdag- de dag voor het weekend. Nee, Ora Kedem hoefde in 1948 na de stichting van de staat Israël niet in militaire dienst. Als veelbelovende student mocht ze zich aan de wetenschap wijden, als een soort vervangende dienstplicht.

Het park rond het onderzoeksinstituut in Sde Boker
Het park rond het onderzoeksinstituut in Sde Boker

Kedem gaat gekleed in een zomerse, blauwe outfit. Onder de pantalon draagt ze casual schoeisel. De winter nadert, maar het kwik stijgt gemakkelijk naar dertig graden. Ze is niet meer zo heel vlot ter been, vertelt ze. Met haar nikes doet ze denken aan die andere markante verschijning die in 1986 van de UT een eredoctoraat kreeg: de uitvinder van de kunstnier Willem Kolff. Die kent ze trouwens wel van naam. Kunstnieren en membranen hebben veel met elkaar gemeen, zegt ze.

De lange treinzit van het noorden van het land naar het onderzoeksinstituut in de Negev woestijn in het zuiden is niet bepaald haar favoriete bezigheid. Ze onderneemt de reis een paar keer per maand om zich te laten bijpraten door haar collega's van haar groep over lopend membraanonderzoek en de experimenten waar ze actief in participeert. Als het even kan spreken de onderzoekers vaak ook ergens halverwege af voor een meeting. Bijvoorbeeld in een stationsrestauratie. Membranen zijn er in talloze soorten, maten en verfijningen. Biologische en van kunststof. Ze worden onder andere gebruikt om water en andere verbindingen te zuiveren.

David Ben Goerion was de eerste premier van Israël. `Ik heb hem ooit de hand mogen schudden', herinnert Kedem zich. Naar Ben Goerion zijn veel instituten en openbare gebouwen in het land genoemd. De universiteit in de stad Beersheva draagt zijn naam, net als het station, waar een taxibusje klaar staat om het gezelschap nog eens bijna vijftig kilometer zuidelijker te brengen, naar een nederzetting genaamd Sde Boker, oftewel cowboyveld. Middenin de woestijn. Vlak bij de graftombes van Ben Goerion en zijn vrouw Paula en aan de rand van de canyons ligt het Desert Research Center, ook wel Negev instituut genoemd. Tot vijf jaar geleden was Kedem er de baas van, nu heeft ze er nog een paar projecten lopen. De ongeveer zeventig wetenschappers die er werken, zijn in dienst van de Ben Goerion Universiteit in Beersheva. Bij de wetenschappelijke staf horen ook de promovendi die al dan niet met hun gezinnen de zanderige campus bewonen. Doorgaans zijn het `zeer gemotiveerde en slimme' buitenlanders, waaronder ook tientallen bedoeïenen, die na afronding van hun studie terugkeren naar hun geboorteland. Kedem en haar opvolger bij het instituut, Jack Gilron, vinden dat geen punt. `Al die oud-studenten blijven wel contact houden met het instituut'. Toch mogen er wel wat meer Israëlische jongeren geworven worden voor een promotie aan het instituut, vinden ze. Maar dat valt niet mee omdat die na hun verplichte diensttijd van twee (meisjes) of drie jaar (jongens) eerst een tijdje gaan reizen om te genieten van hun herwonnen vrijheid en daarna kiezen voor een kortere studie. Dit om snel en toegepast een boterham kunnen verdienen.

De gedenksteen bij de hoofdingang van Sde Boker
De gedenksteen bij de hoofdingang van Sde Boker

De weg naar Sde Boker is recht en schier eindeloos. Het straatbeeld wordt bepaald door snelverkeer, tractors, militaire transporten en pick-ups. Grote borden waarschuwen voor overstekende kamelen. Nederzettingen zijn verder de enige tekenen van menselijk leven. In de woestijn is dat droog, warm en hard. Gilron vertelt dat het vooral geitenboeren zijn die hier trachten te overleven. `Ze onderscheiden zich met de verkoop van lekkere, exclusieve kazen'.

Kedem zegt blij verrast te zijn met het eredoctoraat dat de UT haar verleende. `Als ik ergens deze toekenning had willen krijgen, dan is het wel in Twente,' erkent ze. Aan deze onderscheiding zegt ze meer waarde te hechten dan aan haar eerste eredoctoraat. Die kreeg ze in eigen land van haar eigen Ben Goerion Universiteit, die ze meehielp opbouwen en waar ze tot op de dag van vandaag na een wetenschappelijke loopbaan van meer dan vijftig jaar nog steeds hoogleraar is. `Kennelijk heeft men waardering voor mijn werk', zegt ze. `Dat heb ik liever dan dat ze een standbeeld voor me oprichten, haha.' Dat de Nederlandse zakenvrouw Nina Brink er in 2003 een eredoctoraat ontving, kan ze wel verklaren. `Het is gebruikelijk dat de BGU bekende personen die de universiteit met geld ondersteunen zo'n eretitel verleent. Dat mag van mij, maar weet wel dat ik niet onder die categorie val. '

De UT is voor professor Ora Kedem geen onbekend terrein, ze kent de campus goed. In de loop der jaren kwam ze er voor werkbezoeken en conferenties en dat begon al in de tijd dat professor Kees Smolders van de (toen nog) faculteit chemische technologie er de scepter zwaaide op het gebied van membraantechnologie. `Dat zal ergens in het begin van de jaren tachtig zijn geweest. Ik bewonderde de gedrevenheid en het geduld waarmee de UT studenten en promovendi hielp bij het starten van hun eigen bedrijf en langzaam maar zeker contacten opbouwde met het bedrijfsleven. Dat was in die tijd een moeizaam proces, want het mocht - terecht - de academische status van de universiteit niet schaden. Ik heb in mijn leven veel bedrijfjes helpen opzetten, maar voor mij staat de UT model voor ondernemendheid en spin-offs. En voor vriendschap.'

In 1989 ging Kedem wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd met emeritaat bij de BGU. Ze had allerlei plannen, maar het liep anders. `Ik zou met een collega waar ik al veel contacten mee had, onderzoek gaan doen naar the origin of life. Ik wilde weten hoe de dingen ontstonden, welke rol moleculen daarin spelen vanuit het gezichtspunt van de thermodynamica. Er liggen daar een hoop interessante vragen. Ik zat in een leuke groep met een bepaalde visie en ik was blij dat ik als hoogleraar niet meer voortdurend achter geld hoefde aan te rennen. Niet meer hard werken, lekker onderzoek doen, heerlijk.'

Kedem vraagt bescheiden of haar relaas nog wel past in de opzet van het interview. Dan vertelt ze dat alles ineens een andere wending kreeg. De grote baas van de universiteit belde haar. `Hij vertelde me dat het Negev-instituut in Sde Boker wel een impuls kon gebruiken en vroeg of ik bereid was het waterresearchcentrum nieuw leven in te blazen. Nou, dat was hele andere koek.'

Een geweldige uitdaging op uw leeftijd.
`Nou en of. Maar ik was er niet zeker van of ik dat wel kon. Het ging om een part-time job en ik zei nog tegen `em: als ik faal, dan faal ik liever helemaal dan in deeltijd. Het kwam ook niet bij me op om voorwaarden te stellen of wat dan ook, zo overdonderd was ik. Dus ik deed het gewoon. Ik zette nieuwe projecten op, maakte mensen bewust van hun talenten. Ja, het was weer hetzelfde oude liedje: projecten binnenslepen, geld verdienen. Ik werkte harder dan ik ooit gedaan had.' Tot haar zevenenzeventigste was Kedem hoofd van het laboratorium voor ontzouting en watertechnologie in Sde Boker. `Ze lieten me in alle vrijheid werken. Daarom kon ik iets tot stand brengen.' Wereldtop is haar instituut nog niet, erkent ze, `maar we willen wel die kant op. Het leuke bij dit alles was dat mijn leeftijd in deze zware functie voor mijn collega's geen enkele rol speelde. Ik besef nu wel dat ik het wat rustiger aan moet doen.'

Er schuiven wat collega's aan tijdens de mensamaaltijd, een Rus, een Amerikaan. Engels blijft de voertaal maar af en toe klink er wat Hebreeuws tussendoor. Met enige zorg beziet Kedem vrouwelijke wetenschappers die hun rol als moeder moeten combineren met een wetenschappelijke loopbaan. `De druk om te presteren is de laatste jaren enorm toegenomen. De competitie is, ook in Israël, keihard. Het is niet gemakkelijk de top te halen, laat staan er te blijven. Zeker niet wanneer je als vrouw parttime werkt. Natuurlijk, de mannen zijn tegenwoordig meer betrokken bij de opvoeding en het huishouden dan vroeger, maar de situatie is nog lang niet structureel geregeld. Er is best wel wat veranderd, maar niet genoeg. Als vrouw blijf je zitten in die dubbelrol.'

Nee, zelf hoefde ze niet te vechten voor haar loopbaan, vertelt ze. Daarvoor moeten we even terug naar de jaren vijftig, waarin ze de basis legde voor haar latere hoogleraarschap, zonder dat ze daar bewust naar streefde. `We waren de eerste promovendi van het Weizmann Instituut (de universiteit bij Tel Aviv waar Kedem het eerste deel van haar loopbaan doorbracht, red.), niemand stelde vragen, je deed gewoon je werk. Het ging in mijn geval steeds om de goede combinatie van de dingen die je deed. De keuzes in je onderzoek, de weg die je in sloeg. Kennelijk had ik daar een gelukkige hand in. Ik had daarbij een baas die het werk verdeelde en ons allemaal voorhield hoe belangrijk het was nieuwe deuren te openen en grenzen te verleggen. Vernieuwen dus. Toen al. Mijn huiswerk was `Staverman' (de Leidse geleerde die in de jaren tachtig ook een eredoctoraat van de UT ontving, red.). Ik was jong, had fysische scheikunde gestudeerd, maar ik verdiepte me ook in de biologie, dat gaf veel inzichten. Ik besefte dat ik met wat ik hier leerde elders problemen kon oplossen.'

Haar eerste wetenschappelijke artikel publiceerde ze met anderen in 1957, precies tussen de Suezcrisis van 1956 en de Hongaarse opstand van 1958 in. Ze zegt: `Die Suezcrisis was een regelrechte oorlog. Ik weet nog dat ik met mijn pasgeboren zoon de schuilkelder in vluchtte.' De impact van haar eerste artikel was enorm, het bevestigde dat ze goed bezig was. Er zouden daarna nog dik honderd artikelen volgen.

Het is meer dan vijftig jaar geleden, maar wanneer wat in welk jaar gebeurde zegt haar niet meer zoveel. Dat verklaart ook dat in haar CV geen jaartallen staan vermeld. Het gaat om de grote lijnen.

Ze pauzeert en vraagt of het allemaal nog wel interessant is. Dan zegt ze: `Op een dag zei m'n baas: je hebt het vermogen om professor te worden. Je kunt het. Nou, dat was leuk om te horen, maar het overtuigde me niet echt. Ik had het druk genoeg met het opvoeden van zoonlief, ik ging stipt om vier `s middags naar huis en draaide de knop om. Gelukkig werd dat op mijn werk volledig geaccepteerd, het was modern voor die tijd.' Kedem werd op haar achtenveertigste full-professor, precies volgens het tijdspad dat daar destijds -begin jaren zeventig- voor stond. `Succesvolle mensen hoorden destijds voor hun vijftigste hoogleraar te worden. De regel was: acht jaar na je promotie kon je door als associate-professor, of je moest vertrekken. Up or out.'

Ora Kedem stelt voor na de maaltijd haar vaste wandeling van drie kwartier door het aangrenzende natuurpark te maken. We lopen over de campus naar het begin van de canyons die dat deel van de woestijn markeren. Moeflons en herten huppelen er frank en vrij rond. Het is een toeristische trekpleister, al is het nu rustig. Collega Jack Gilron vertelt dat hij de woestijn intrekt als het heeft geregend. Dat komt een paar keer per jaar voor: kort maar hevig. `Dan lopen de bekkens kortstondig vol. Dat water gebruiken we voor ons onderzoek'.

Het gesprek met Ora Kedem vindt plaats aan de vooravond van de topconferentie over de Palestijnse kwestie in het Amerikaanse Annapolis. Kedem lijkt te berusten in de huidige situatie in haar land: `Natuurlijk, de oplossing van het probleem is vrede met de Palestijnen. Alleen, niemand lijkt op dit moment in staat om ons met z'n allen die kant op te loodsen. Intussen werken wij als wetenschappers samen met Jordanese en Palestijnse wetenschappers en ingenieurs. Onze universiteiten hebben veel projecten lopen met Europese en Amerikaanse instellingen. Dat levert geen vrede op, maar het geeft alle deelnemers op dit terrein wel het gevoel dat ze een belangrijke maatschappelijke bijdrage leveren.'

Het taxibusje rijdt voor. Kedem: `Ik hoop me de komende tijd te kunnen blijven toeleggen op twee projecten. We hopen een bedrijfje te kunnen opzetten dat membranen gaat leveren aan bedrijven in Zwitserland. Ik geniet van de voortgang van het project, zeker nu we het commerciële stadium naderen. Het principe is steeds: vanuit de basic research de toepassingen ontdekken zodat je een spin-off kan worden. Verder tel ik mijn zegeningen, meer kan ik niet doen.'

Intellectuele scherpte
Matthias Wessling, hoogleraar bij de vakgroep membraantechnologie van de faculteit TNW, zal professor Ora Kedem morgen - vrijdag 30 november - het eredoctoraat uitreiken tijdens de viering van de dies. Wessling roemt haar lange, wetenschappelijke oeuvre en grote bijdrage aan de technologie van de ontzilting van zout water ten behoeve van drinkwater. `Ik bewonder haar intellectuele scherpte, haar wetenschappelijke discours, haar leiderschap aan generaties van entrepreneurs en wetenschappers in de membraantechnologie.' Wessling noemt haar daarnaast een warme, beminnelijke persoonlijkheid en een bindende factor in haar werkomgeving.

Kedem zelf legt uit dat de bestaande, natuurlijke waterbronnen in Israël niet voldoende zijn om de groeiende bevolking van water te voorzien. Aanvullende bronnen zijn hard nodig. De ontzilting van zee- en grondwater kan daartoe bijdragen. Wetenschappers van het Weizmann Institute, waar ze een deel van haar loopbaan doorbracht, hebben het grondwater van Israël nauwkeurig in kaart gebracht. Het wateronderzoekinstituut in Sde Boker, waar ze tot vijf jaar geleden de scepter zwaaide, heeft vervolgens tot in detail onderzocht hoe de Negev woestijn van het noodzakelijke water kan worden voorzien. Het instituut werkt ook samen met Mekorot, de nationale watervoorziening, om de kwaliteit van gerecycled water te verbeteren. Met het oog daarop worden nieuwe membranen ontwikkeld. Verder wordt een nieuw membraansysteem beproefd ten behoeve van de binnenlandse ontzouting.

In 2004 maakte het vaktijdschrift Journal of Membrane Science een speciale uitgave ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Ora Kedem. Daarin wordt opgemerkt dat Kedem in niet minder dan een eeuw een leidende rol vervulde in de sleutelgebieden van de membraantechnologie. Ze droeg bij aan het definiëren van het vakgebied van biologische en polymeermembranen, de technologie ervan en voegde er voortdurend nieuwe inzichten aan toe. Vooraanstaande membraanwetenschappers beschrijven in de speciale uitgave haar ontwikkeling van fysisch scheikundige tot macromoleculaire wetenschapper en later tot een van de pioniers op het gebied van membraantechnologie voor de ontzouting van water. De bekende Kedem-Katchalsky vergelijking is een van de meest geciteerde wetenschappelijke verhandelingen in de membraantheorie.

Functies en prijzen
In haar lange carrière bekleedde Ora Kedem talloze functies en ontving ze vele prijzen. Zo is ze lid van de kleine club mensen die de Ben Goerion universiteit oprichtte, ze was oprichter en hoofd van het membraaninstituut van de Weizmann-universiteit, hoofd van het Harry Levine Centrum voor industriële research en gaf gastcolleges op de Harvard Medical School en het Biocentrum van de ETH Zürich. Ze is nog steeds verbonden aan het eerder genoemde Weizmann-instituut in Rehovoth (vlak onder Tel Aviv) en de Ben Goerion Universiteit in Beersheva.

Een paar onderscheidingen: de prestigieuze Israëlprijs, de Bourke Medal van de Faraday Society, de Dudley Wright Research Prize, het erelidmaatschap van de Europese Membraan Society en het Bundesverdienstkreuz voor haar bijdrage aan de Israëlisch-Duitse wetenschappelijke samenwerking. Kedem, die zelf in Oostenrijk opgroeide tot ze met haar ouders naar het Beloofde Land verhuisde, zegt over deze onderscheiding (die ze kreeg in 1976): `Ik organiseerde seminars voor Duitse en Israëlische wetenschappers. Ik vond die toenadering belangrijk. Ik ontmoette jongere Duitsers die de oorlog niet hadden meegemaakt en de oudere garde. Ik probeerde het onbegrijpelijke (de Endlösung, red.) te begrijpen. Dat lukte natuurlijk niet en dat zal me ook nooit lukken. Maar die seminars, dat was een zeer waardevolle activiteit.' Verder is Kedem associate foreign member van de Amerikaanse Academy of Engineering.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.