In het rapport van de denktank-Coonen dat dinsdag in een bijzondere senaatszitting van UT-hoogleraren werd gepresenteerd, staan ook kritische opmerkingen over het personeelsbeleid van de UT.
Letterlijk staat er: “We staan niet sterk genoeg in de strijd om talent. De UT heeft nu al moeite met het aantrekken van goede onderzoekers, op alle niveaus. Hoe moet dit als de komende jaren nog veel meer mensen met pensioen gaan en het aanbod van de arbeidsmarkt alleen maar geringer wordt?”
De denktank Coonen-Blank-Hartel-Wouters-Van Swaaij mag dan vaststellen dat de medewerkers van de UT positief zijn over hun werkgever, het leidt er niet toe dat er voldoende nieuwe mensen naar de UT toe komen. Er is momenteel zeer veel vacatureruimte, aldus het rapport. De ene faculteit zoekt meer dan 35 fte aan personeel, bij de andere blijken allerlei hoogleraarposities moeilijk vervulbaar. Ook bij de werving van de 3TU- tophoogleraren, zowel in Twente als in Delft en Eindhoven, blijkt dat het voor sommige posities niet eenvoudig is om kandidaten te vinden.
Een ander zorgpunt is dat de instroom van onderzoekers vanuit het bedrijfsleven afneemt. `Bedrijven doen minder dan voorheen aan (fundamenteel) onderzoek. Waar vroeger geschikte hoogleraren konden worden geworven, is deze bron steeds kleiner aan het worden.'
Verder signaleert de commissie dat de internationale concurrentie om onderzoekers toeneemt. Het vinden en binden van deze categorie personeel zal steeds moeilijker worden. `Investeren in talent en ontwikkelpaden voor (wetenschappelijke) medewerkers die afwijken van de traditionele benaderingen, lijken noodzakelijk. Het gaat niet alleen om het opzetten en invullen van tenure tracks, maar ook om de vraag hoe de weg naar het hoogleraarschap op de UT er uit zou moeten zien. Traditioneel wordt hierbij gekeken naar aantallen publicaties en de impact daarvan. Maar zou iemand ook hoogleraar kunnen worden op basis van enkele aansprekende (onderwijs- of onderzoeks)resultaten, die heel vroeg in zijn/haar carrière zijn verricht?', vraagt de denktank zich af.
Een ander aspect van personeelsbeleid is dat (meer) differentiatie in de beloning van medewerkers noodzakelijk is. `Van hoogleraren wordt verwacht dat zij goed zijn in onderwijs, onderzoek, relatiemanagement, besturen en leidinggeven.' De denktank noemt dat te veel gevraagd. Het betekent dat hoogleraren hun heil zoeken in onderzoek, waar meer eer aan te behalen is. Onderwijs is dan vaak het kind van de rekening en boet aan kwaliteit in. `Het scheppen van duidelijkheid in en het beperken van aandachtsgebieden kan behulpzaam zijn bij het aantrekken van nieuwe mensen. De UT zou flexibeler en gedifferentieerder met aanstellingen om moeten gaan.'