Anne Flierman wil behoedzaam zijn in zijn eerste reactie op het rapport van de commissie Coonen. `Ik wil de discussie niet op voorhand om zeep helpen.' Maar van een CvB-voorzitter mag natuurlijk wel klare taal verwacht worden. Ook nu.
| Ongeveer vijftig hoogleraren woonden dinsdag de speciale zitting van de senaat bij in de TXChange Cell in de Horst. Ze lieten zich onder meer bijpraten |
`Eerlijk gezegd ben ik niet verrast, integendeel. Ik had dit gevoel al langer. Zie mijn eerdere opmerkingen over een afglijden naar het niveau van Oost-Groningen. De situatie wordt in het rapport stevig neergezet. Dat is terecht. Want: dit waait niet over. We kunnen met z'n allen wel denken dat we het goed doen, maar de buitenwacht ziet dat anders. We lopen niet vooraan, vallen niet op, zijn aan de saaie kant. In de buitenwereld zijn UT-onderdelen als Mesa+ en Cheps bekender dan de UT als geheel. We zijn slechts één van de vierduizend universiteiten in Europa. Waarom zouden studenten voor ons kiezen? We doen het nu nog redelijk tot goed, al scoren we bij de onderwijsvisitaties steeds vaker zesjes. Bij ongewijzigd beleid zakken we weg, dat is de boodschap en dat herken ik.' Waarbij hij direct wenst aan te tekenen dat er zeker diverse excellente onderzoekplekken binnen de UT zijn aan te wijzen.
Flierman beschouwt het rapport als een wake-up call, die allerwegen moet leiden tot een sense of urgency. `Er is op vele terreinen een inhaalslag nodig, er moeten keuzes worden gemaakt. Dat is duidelijk'. Hij bevestigt dat de maatregelen die nodig zijn om de UT weer op te stoten in de vaart der volkeren stuk voor stuk samenhangen met het gewenste profiel van de UT. `Daar draait alles om. Het profiel is altijd een punt van zorg geweest. Vanaf het allereerste begin had deze universiteit met de kernen techniek en maatschappijwetenschappen een meervoudig karakter. Je ziet nu ook dat zich een derde - medische - component ontwikkelt. Dat maakt het beeld complex, ook voor de wereld om ons heen. Wat wil de UT nu eigenlijk zijn, waar staat ze voor?'
`We kunnen onszelf ook de vraag stellen: waar zouden we op willen lijken? Willen we afslanken tot een klein maar fijn technisch topinstituut? Is een optie, maar dan ben je wel heel kwetsbaar. Want stel dat je de top niet haalt? En bovendien: dan hoeft zo'n instituut ook niet zijn verankering in Twente te hebben. Willen we dat?'
Ook denkbaar, aldus Flierman, is een verdere groei naar tien- tot twaalfduizend studenten, met een sterke regionale verankering en met een breed scala aan opleidingen, wellicht samen met Saxion. `Dat is dan het andere uiterste. En binnen die twee uitersten zijn er allerlei slimme combinaties mogelijk.'
Ander punt van zorg: de UT heeft haar onderzoeksprogramma's ondergebracht in zes instituten. Zijn dat er niet teveel? Het antwoord geeft Flierman niet, maar hij vraagt zich wel af of al die programma's de gewenste top wel kunnen of moeten halen. `Je kunt niet overal goed in zijn. Ik sluit niet uit dat we voor keuzes komen te staan, met alle teleurstellingen van dien.'
Het rapport Coonen beschouwt de CvB-voorzitter als de aftrap voor een diepgaande discussie over de toekomst van deze universiteit. `De financiën en de bestuursorganisatie zijn op orde. We zijn klaar voor het grote debat.' Wat het CvB betreft praten alle geledingen binnen deze universiteit mee over de toekomst. `Niet in een of ander suf zaaltje, maar op gezellige, onorthodoxe plekken. Een café bijvoorbeeld.'
Binnen een jaar vanaf nu zal het debat moeten leiden tot beleidskeuzes en een helder profiel, `waarmee we weer een jaar of tien, vijftien vooruit kunnen.' Het zal leiden tot een nieuw Instellingsplan dat de bestaande versie van 2005, dat een looptijd heeft van vijf jaar, gaat vervangen. `Wat er nu ligt is te vlak, dat moge duidelijk zijn.'