| In een bijzondere zitting van de senaat (van hoogleraren) lichtte CvB-voorzitter Flierman dinsdag de omgevingsverkenning toe. (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Deze en andere harde constateringen staan te lezen in het eindrapport van de denktank van vijf UT-hoogleraren (voorzitter Coonen, Blank, Hartel, van Swaaij en Wouters), die begin dit jaar door het CvB werd ingesteld en deze week met zijn bevindingen naar buiten trad. Dat gebeurde in een senaatszitting in de Horst, waarvoor alle UT-hoogleraren waren uitgenodigd.
De opdracht aan de denktank-Coonen luidde om aan de hand van gesprekken met deskundigen van binnen en buiten de UT (stakeholders genaamd) een omgevingsverkenning op te stellen. De commissie maakt uitdrukkelijk zelf geen keuzes. Het gaat veeleer om een weergave van wat `men' vindt van de UT.
De rapportage is opgebouwd uit zeven probleemgebieden, thema's genoemd, waarin wordt beschreven voor welke keuzes de UT staat ten aanzien van haar profiel en welke maatregelen nodig zijn om de UT weer op te stoten in de vaart der volkeren. Dat is nodig, wil ze in de naaste toekomst niet afglijden naar de middelmaat. Niet dat het nu opeens allemaal kommer en kwel is, integendeel. Maar een onomkeerbaar feit is wel dat de buitenwereld een ander, minder positief beeld heeft van deze universiteit dan de mensen die er werken. De rode draad die door het rapport heenloopt is: hoe blijft de UT een universitaire gemeenschap waar talentvolle en gedreven mensen graag willen komen studeren en werken.
Het vast te stellen voor iedereen duidelijke profiel zal leidend moeten zijn voor de verdere activiteiten van de UT. Eerst moet antwoord komen op vragen als: moet de UT een ondernemende researchuniversiteit worden of een regionale onderwijsinstelling? Een technische of een meerkernen universiteit? Met een, twee, of drie centrale thema's?
De denktank constateert ook dat de kwaliteit van het onderwijs daalt. In de rankings moet de UT haar topklasseringen op een enkele uitzondering na prijsgeven. De studentenaantallen zijn slechts op peil te houden met aanwas vanuit Duitsland. Welke maatregelen zijn nodig?
Met onderzoek lijkt voor wetenschappers meer eer te behalen, maar de vraag is of dat met zes instituten - dus over de volle breedte - wel realistisch is. En om het nog complexer te maken: de combinatie van `techniek' en `maatschappij' is zowel een sterkte als een zwakte, constateert de denktank. De vraag is dus: waar staat de UT voor, op hoeveel en welke thema's moet ze excellentie nastreven?
Ook moet de UT op zoek naar sterkere partners (dan nu) om de concurrentie met het buitenland het hoofd te bieden. Het gewenste profiel van de UT geeft ook hier de richting aan. De 3-TU federatie wordt in dit verband een goede ontwikkeling genoemd waarmee ook is te scoren in het op te richten Europese technologisch topinstituut (EIT). Al moet de rol die de federatie speelt in het krachtenveld nog wel nader worden omschreven.