De Alumnus: Nog één keer iets heel anders

| Redactie

Een last minute carrièreswitch kun je het wel noemen. Tot voor kort werkte Arie Biesheuvel (52) nog als universitair hoofddocent bij de vakgroep technische stromingsleer van de faculteit CTW. Sinds september is hij hoogleraar aan de Franse Université Claude Bernard Lyon 1. `Ik wilde wel eens wat anders.' Met zijn Amerikaanse vrouw Kristin Zimmerman (40), tot voor kort coördinator van de Engelse pagina in UT-Nieuws, begint hij aan een nieuw leven.

Uitzicht op Lyon
Uitzicht op Lyon
(Foto: Sandra Pool)

Waar de Rhône en Saône samenvloeien in het oostelijk deel van centraal Frankrijk, ligt de tweede grote stad van het land: Lyon, met ruim twee miljoen inwoners. Het historische centrum bevindt zich aan de voet van de Fourvièreheuvel met bovenop de basiliek Notre-Dame. In Vieux Lyon, het oude gedeelte van de stad, kun je lopend de nauwe doorgangen verkennen. Het strak georganiseerde openbaar vervoer brengt je naar de rest van de stad. Treinen staan vandaag stil. Ontevreden personeel staakt uit protest tegen de afschaffing van bepaalde pensioenprivileges.

Niet ver van het stadscentrum ligt de Place des Terreaux, waar in vroeger tijden de guillotine zijn beulswerk deed. Een imposante fontein fleurt het plein op. 's Zomers barst het hier van de toeristen. Op deze gure novemberdag is het uitgestorven. Het weelderige stadhuis op de Place heeft voor Arie en Kristin een speciale betekenis. Hier hebben ze elkaar voor het eerst ontmoet. Hij: `Ik was op werkbezoek in Lyon en we kregen een welkomstwoordje in het stadhuis. Kristin deed de vertaling.' Zij: `Ik studeerde Franse taal- en letterkunde en was voor mijn studie een jaartje in Lyon. Ik werd gevraagd voor het tolkwerk. Zo leerde ik Arie kennen.'

La Fresque des Lyonnais …
La Fresque des Lyonnais …
(Foto: Sandra Pool)

De ontmoeting had consequenties. Kristin verhuisde voor haar liefde vanuit Amerika (ze woonde vlak onder New York), naar Nederland. In 2001 gaven ze elkaar het jawoord en nu - zes jaar later - bouwen ze hun nieuwe leven op in Frankrijk, samen met hun twee dochters Liesbeth (5) en Anna (2). Arie: `De kinderen uit mijn vorige huwelijk, Vonne (16) en Hans (14), hebben het er soms wel moeilijk mee. Met de kerst komen ze hier en ik hoop ze dan iets extra's te bieden.'

Hun vertrek kwam niet uit de lucht vallen. Arie had het `wel een beetje gehad' met het koude kikkerlandje. `Nederlanders zijn soms zo lomp, onbeleefd eigenlijk. Lawaaierig ook. Dat frustreerde me al een tijdje. Maar ook zaken als de Betuwelijn: puur geld verkwisten, terwijl aan écht belangrijke zaken zoals onderwijs te weinig geld wordt besteed. Dat soort dingen irriteren me. Bovendien liep het op de UT niet helemaal lekker. Het voelde alsof ik vastzat, ik wilde wel eens wat nieuws. Ik had twee opties: óf ik blijf tot aan mijn pensioen in Enschede óf ik doe nog een keer iets heel anders. Ik solliciteerde op een hoogleraarsfunctie in Lyon.'

... bekende inwoners van de stad.
... bekende inwoners van de stad.
(Foto: Sandra Pool)

Dat was een erg moeizaam proces, vertelt Arie. Veel gereis, gesprekken, veel presentaties. Nee, de Fransen gaan niet over een nacht ijs. Maar op een gegeven moment kwam het verlossende jawoord vanuit Lyon en kon de emigratie - met alle formaliteiten vandien - in gang worden gezet. Arie begon in september met zijn werk aan de universiteit en bivakkeerde in een huurappartement in Lyon, op z'n eentje. Op internet zocht hij samen met Kristin naar een koopwoning. `Iets betaalbaars en kindvriendelijks. Lyon is duur en druk, de omringende dorpen zijn vrij leeg, en zo schoven we steeds verder het Franse platteland in.' Totdat hun oog viel op een karakteristiek pand in het stadje Tarare.`We hebben meteen toegeslagen. Mijn eerste weken bracht ik er alleen door. Kristin en de kinderen waren nog in Nederland. Ik had niets, sliep op een luchtbedje op de koude vloer. Er was geen stoel, bank of tafel. Mijn collegedictaten schreef ik staand aan het aanrecht.'

Drie weken geleden kwam er een einde aan die primitieve ellende. `Mijn vrouw en kinderen kwamen over mét alle spullen. Maar wat heb ik gesjouwd met die verhuisdozen zeg, zo'n tweehonderd stuks! Er staan er nog steeds dertig onuitgepakt in de huiskamer. We wonen in een hoog huis. Zoiets vraagt bijpassend interieur zoals grote lampen en lange, zware gordijnen. Daar moeten we nog naar op zoek.'

Van het kleine Tarare is het veertig autominuten naar de grote stad. Kenmerkend voor Lyon zijn de meer dan 150 muurschilderingen verspreid over het centrum. We zien La Fresque des Lyonnais: afbeeldingen van bekende inwoners van Lyon. Zoals de gebroeders Lumière, de uitvinders van de film, en Claude Bernard. Naar deze vermaarde fysioloog is Arie's nieuwe werkomgeving vernoemd. Université Claude Bernard Lyon 1 (voor medicijnen en technische wetenschappen) bevindt zich op La Doua, het universiteitsterrein. De aan Claude Bernard gelieerde ingenieursschool ISTIL (Institut des Sciences et Techniques de l'Ingenieur de Lyon) staat er ook. Daar doceert Arie. Er zijn nog twee andere universiteiten elders in de stad: de Université Lumière (Lyon 2 voor sociale wetenschappen en humaniora) en de Université Jean Moulin (Lyon 3 voor rechten en talen). De drie universiteiten opereren steeds meer onder één noemer.

Arie Biesheuvel: `Hier in Frankrijk werken de studenten zich helemaal suf.'
Arie Biesheuvel: `Hier in Frankrijk werken de studenten zich helemaal suf.'
(Foto: Sandra Pool)

In het grauwe, betonnen ISTIL-gebouw ontmoeten we directeur Joseph Lieto. Vrolijk vertelt hij over zijn instituut. Het Franse onderwijssysteem wijkt nogal af van het Nederlandse. De Grandes Ecoles, in heel Frankrijk 225 stuks, staan qua prestige bovenaan, gevolgd door de universiteiten waarbinnen weer speciale écoles d'ingenieur - zoals ISTIL - bestaan. Arie is bij ISTIL aangesteld door het ministerie van onderwijs.

Het onderwijs voor de aanstormende ingenieurs bestaat, sinds de oprichting van het instituut in 1992, voor zeventig procent uit de harde technische vakken en voor dertig procent uit humanities. Engels is er belangrijk. Studenten slagen, mits ze óók Engels op het gewenste niveau spreken. Pas de problème voor Arie, die in het Engels doceert.

Maar hoe zit het met zijn Frans? `Dat bleek nét voldoende tijdens de sollicitatie', bekent Arie. `Nu praat ik maar wat, ik doe mijn best. Het moet toch. En dan krijg je zo'n riedel woorden terug. Soms geen idee waar ze het over hebben.' Nuanceert: `Ik moet wel mijn woordenschat uitbreiden hoor. Dat is echt nodig. En ik ben blij dat Kristin er is. Zij helpt me met die dikke pakken papier. Allemaal bureaucratie. Dat is ook typisch Frans: enorme paperassen voor alles, het huis, de auto, de verzekeringen. Het is een heel gedoe om ze door te worstelen.'

Wie in Frankrijk wil studeren, maakt een strenge selectie door, vertelt Arie. `Een concours bepaalt of middelbare scholieren naar een école preparatoire gaan, een tweejarige vooropleiding waarna de leerlingen wéér een test maken die uitwijst naar welke Grande Ecole ze kunnen. Dat is keihard werken en maakt de Franse student prestatiegericht. Maar het is ook erg elitair. Voor sommige banen kom je alleen in aanmerking als je op een bepaalde Grande Ecole hebt gezeten.'

Bij ISTIL wil men daar wat aan doen. Directeur Lieto: `Ongeveer 35 procent van onze studenten ontvangt een beurs van de overheid. Deze studenten zijn afkomstig uit de lagere sociale milieus. Wij willen ook hen een kans geven op een goede baan.'

Arie en Kristin met hun kinderen Anna (links) en Liesbeth.
Arie en Kristin met hun kinderen Anna (links) en Liesbeth.

Van ISTIL in het noordoosten van Lyon, reist Arie, als zijn colleges er die dag op zitten, naar het laboratorium op het terrein van de Ecole Centrale de Lyon, aan de andere kant van de stad. Hier doen de wetenschappers van Claude Bernard onderzoek. De campus oogt troosteloos grijs en grauw. `Typisch Frankrijk, dat beton. Het interesseert ze volgens mij niet echt hoe het eruit ziet.' Eenmaal in het lab wordt dat nog eens duidelijk. Arie: `Het is een beetje houtje-touwtje hier.' Legt uit: `Als je een complexe proefopstelling hebt gemaakt, wil je die liever niet verplaatsen. Dus wordt er wat boven of naast gebouwd.'

Het lab bestaat uit een onnavolgbare opeenstapeling van hokjes en werkplekken. Ook Arie's kantoor kan wel een opknapbeurtje gebruiken. De donkerbruine meubels en de vloerbedekking aan de wand, het deert Arie allerminst. `Het gaat niet om de buitenkant. Het onderzoek staat goed aangeschreven en daar draait het om.' Zijn onderzoeksgroep heet Complex Flow. `Daaronder valt ook het onderzoek naar tweefasenstromingen, waar ik ook op de UT mee bezig was.'

....bekende inwoners van de stad.
....bekende inwoners van de stad.

Arie kwam in 1972, op zijn zeventiende, vanuit Huizen naar Enschede. `De nieuwe universiteit en haar campusgedachte spraken me aan.' Na acht jaar studeerde hij af bij werktuigbouwkunde, nu onderdeel van de faculteit CTW. `Ambitieus ten koste van alles ben ik niet, nooit geweest ook. Serieus ben ik wél.' Lacht: `Maar ik was niet altijd even gedisciplineerd.'

Als promovendus kwam hij bij de vakgroep warmte- en stromingsleer onder leiding van Leen van Wijngaarden terecht. `Hij was echt goed. Die man bewonder ik enorm.' Na zijn promotie volgde een jaartje Cambridge, maar Arie werd al snel teruggehaald naar de UT. `Soms wordt wel eens aan je gevraagd: wat is de zin van het leven? Voor mij is het doel van het leven, dat je er kennis van hebt genomen, bijvoorbeeld door boeken te lezen of naar muziek te luisteren. Ik kan me ook prima vermaken door er gewoon te zijn, zonder iets te doen. Stromingsleer fascineerde me. Dat wilde ik graag leren. Van wie kon dat beter dan van de briljante Van Wijngaarden?'

Dus kwam de jonge onderzoeker in 1985 terug naar de UT. En hij bleef, tot afgelopen september. `Ik heb nog steeds profijt van die begintijd. Ik leerde praktische problemen in goede vraagstukken te vertalen en dat bepaalde de kwaliteit van mijn colleges.' Die moeten volgens Arie van een zo hoog mogelijk niveau zijn. `Dán bied je de allerslimsten het onderwijs waar ze recht op hebben. De andere studenten, nét daaronder, sleep je er wel doorheen met wat extra aandacht. Hier in Frankrijk werken de studenten zich helemaal suf. Van acht tot zes zitten ze in de collegebanken. Dat lijkt mij wat veel. Ik heb de indruk dat ze veel stof voorgeschoteld krijgen waar ze uiteindelijk niets mee doen. Ik zie ze liever wat meer zelf nadenken.' Ideeën heeft hij daar wel voor. `Ik word geacht elk jaar 192 uur college te geven, véél meer dan op de UT. Ik wil proberen om de werkcolleges deels te vervangen door huiswerk, zodat ze zelf moeten nadenken over de stof.' Momenteel zijn er geen colleges vanwege examens. In februari begint Arie weer. `Ik geef zes à zeven vakken en ik kan nu lekker mijn gang gaan met de invulling ervan. Daar ben ik helemaal vrij in. Een groot verschil met Twente. Wél moet ik aan de bak met het schrijven van collegedictaten want aan boeken doen ze hier niet.'

Arie voelt zich thuis in Lyon. Hij geniet van de prachtige gevels, de gerestaureerde gebouwen en de sfeervolle verlichting. Voor hem is de stad mooi, heerlijk en veilig. `Zo slenter je natuurlijk niet járen door de stad. Straks speelt het leven zich gewoon rondom huis af.'

En dat is in Tarare. Met elfduizend inwoners volgens Arie `echt een gat', maar voor de kinderen Liesbeth en Anna ideaal. `Het bos achter ons huis is prachtig voor ze om te spelen.'

Ze wonen op de benedenverdieping van een statig pand, bijna 150 jaar oud. Alle karakteristieke ornamenten - houten vloer, hoge plafonds en sierlijk omlijste spiegels - zijn nog intact. Op de hoek is de school waar de oudste dochter sinds vorige week maandag naar toe gaat. Kristin haalt en brengt. `It's my work-out,' lacht ze. Liesbeth vermaakt zich prima tussen haar nieuwe Franse schoolvriendinnetjes, al snapt ze niet waarom al die kinderen zo'n moeite doen om Frans te praten. `Ze is net te jong om het helemaal te begrijpen,' legt Kristin uit. Later ratelt Liesbeth netjes één tot en met tien in het Frans op.

Terwijl Arie 's avonds de kinderen in bed stopt, wijdt Kristin zich aan het diner. Uiteraard ontbreken stokbrood en kaas niet, net als een flesje van de nieuwe Beaujolais. `Tarare grenst aan die wijnstreek,' vertelt Kristin. Zij zorgt voorlopig fulltime voor het huishouden en de kinderen. `Dat vind ik geen probleem. We willen ons eerst goed settelen. Én meubels kopen, haha.'

Ook Arie wil op den duur meer tijd voor zijn gezin en het goede Franse leven vrijmaken. `Weet je, de lente begint hier al heel vroeg en de zomer loopt door tot eind oktober. Dat is toch heerlijk? Ik zie ons hier echt oud worden. Nu is het allemaal nog een gedoe, maar het gekke is dat we er zo relaxed onder zijn, zo ontspannen. Het komt allemaal wel goed.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.