| (Foto: Bas van der Schot) |
De vici-subsidie is, sinds 2002, onderdeel van de NWO Vernieuwingsimpuls. Het geld is bedoeld om succesvolle, vernieuwende onderzoekers in staat te stellen hun eigen onderzoeksgroep op te bouwen. Hoewel dat lijkt te impliceren dat de gesubsidieerde nog geen eigen onderzoeksgroep heeft, waren vier van de zeven UT-ers die hun aanvraag sinds 2002 gehonoreerd zagen, al hoogleraar op het moment van toekenning. De anderen werden het korte tijd nadat zij de vici-beurs kregen. Is er een direct verband?
`De vici is natuurlijk bedoeld voor professorabele onderzoekers, maar binnen de UT is het geen garantie voor een hoogleraarschap. Ik denk wel dat het bij mijn sollicitatie een pre was,' zegt Philip Brey die sinds 1 oktober leiding geeft aan de afdeling Algemene Wijsbegeerte. Hij solliciteerde naar een vacature op een bestaande leerstoel. Gijs Krijnen (MEMS-Design focussing on bioinspired transducers) en Han Gardeniers (Mesoscale Chemical Systems) daarentegen, werden persoonlijk hoogleraar. Voor hen werd een leerstoel gecreëerd, waarna ze vijf jaar de kans krijgen om die benoeming waar te maken. `Die procedure was al in gang gezet voor ik de vici kreeg,' zegt Krijnen. `Maar het heeft zeker meegespeeld.'
Eén ding is duidelijk, aldus hoogleraar Inorganic Materials Science en MESA+ directeur Dave Blank: `Het is geen bewijs van onvermogen.' Blank was in 2002 de eerste UT-er die een Vici-subsidie ontving. Dat gebeurde vrijwel gelijktijdig met zijn benoeming als hoogleraar, waardoor hij een vliegende start kon maken. Of de vici-subsidie voor hem deuren heeft geopend die anders gesloten waren gebleven, weet hij niet. `Ik zie wel dat mijn groep erg is gegroeid en dat mijn onderzoek in de belangstelling staat. Dat kan komen door het prestige van zo'n vici, maar ook omdat we gewoon heel gaaf onderzoek doen.'
`Vici is een erkenning voor jou als onderzoeker, maar minstens zo belangrijk is de erkenning voor het feit dat je aansprekend onderzoek doet,' denkt ook Krijnen. `Ik ben sindsdien veel gevraagd voor lezingen, maar ik denk dat het onderzoek hetgeen is dat de deuren opent.'
Suzanne Hulscher, hoogleraar Waterbeheer, merkt dat de subsidie wetenschappelijk veel aanzien heeft, maar in het bedrijfsleven nauwelijks bekend is. `Ze zijn wel onder de indruk van de hoogte van het bedrag,' zegt ze. Ook Hulscher is sinds ze de vici-subsidie kreeg, veel gevraagd voor deelname aan publicitaire activiteiten. `Het werkt als een sneeuwbal. De vici heeft ongetwijfeld geholpen bij mijn benoeming in De Jonge Akademie van de KNAW en dat leidde weer tot deelname aan de Wetenschapsquiz junior en het Innovatieplatform, wat veel publiciteit met zich mee bracht.'
Minstens zo belangrijk als de wetenschappelijke erkenning, vinden de onderzoekers het feit dat ze door de subsidie de kans kregen om echt diep in een onderzoeksonderwerp te duiken. `Ik had ook voor mijn toekenning al redelijk naam gemaakt,' denkt hoogleraar Photonic Media, Willem Vos. `Het mooie van de vici vind ik dat je een aantal jaar flink moeite kunt doen op één thema.' Hij roemt de mogelijkheid om een nieuwe onderzoekslijn goed neer te zetten. `Ik kon direct met drie aio's aan de slag. Dat geeft het onderzoek meteen focus, het raakt niet zo versnipperd door allerlei losse subsidieaanvragen.'
`De vici geeft je veel vrijheid,' vindt Hulscher. `Vaak ligt de richting van het onderzoek wel al behoorlijk vast. Nu heb ik meer de vrije hand om van richting te veranderen als dat me beter lijkt. Die vrijheid zal ik wel missen als het project is afgelopen.'
De procedure van een vici-aanvraag dwingt onderzoekers om al tijdens het aanvragen erg goed na te denken over de op te zetten onderzoekslijn, iets wat ze veelal als prettig ervoeren. Gardeniers: `Het aanvragen is een mooie manier om een visie te ontwikkelen over welke richting je in wilt slaan met je onderzoek. De gefaseerde procedure maakt dat mogelijk. Als je eerste, korte onderzoeksvoorstel is geaccepteerd, krijg je de tijd om het project goed uit te denken en uit te werken. Als ook dat de volgende ronde haalt, moet je het nog mondeling verdedigen.'
De maximale hoogte van de vici-subsidie is 1,25 miljoen euro. Minder aanvragen kan ook, maar in de praktijk doet niemand dat. Van dat bedrag moet echter wel een derde door de instelling worden opgebracht in de vorm van matching. `Dus in werkelijkheid krijg je maar acht-en-halve ton,' zegt Willem Vos kritisch. In de meeste gevallen wordt aan de matchingseis voldaan door het salaris van de aanvrager mee te nemen in de begroting. `Dat beperkt je wel,' vindt Gijs Krijnen. `Door de matchingsverplichting moet ik zelf vijftig procent van mijn tijd in het project steken, waardoor er minder tijd overblijft voor andere projecten. Want die vragen óók om matching.'
Suzanne Hulscher financierde zichzelf voor veertig procent en stelde zoveel mogelijk promovendi en een postdoc aan. Dat kon ze doen doordat haar onderzoek weinig extra materiaalkosten vergt. Die kosten werden veelal gedragen door externe partijen of projecten. Ook in het maatschappijwetenschappelijke onderzoeksproject van Philip Brey is het geld vrijwel volledig bestemd voor salariskosten.
Dat zou hoogleraar Integrated Optical Micro Systems, Markus Pollnau, ook wel willen, maar door de hoge kosten van nieuwe apparatuur en cleanroomgebruik, kan hij slechts één aio en één postdoc aanstellen. `Dat is lang niet genoeg om alle ideeën in mijn onderzoeksvoorstel te realiseren,' vertelt hij. `Voor een onderzoekslijn in mijn vakgebied heb je al gauw het dubbele nodig. Desondanks heeft het Vici-geld erg geholpen bij het opstarten, doordat ik cruciale apparatuur kon kopen, waarmee we de eerste voorlopige resultaten hebben geboekt. Dat opent de weg naar nieuwe subsidies.'
Han Gardeniers noemt het seed money: `Het is een mooi startbedrag. En door de prestigieuze uitstraling helpt het bij andere subsidieaanvragen.' Voor Dave Blank, de eerste UT-vici, zit het project er bijna op. De drie aio-projecten die hij met zijn subsidie financierde zijn ware kiemprojecten gebleken. `Eigenlijk is uit elk project weer een complete onderzoekslijn ontsproten,' vertelt hij. `Mijn vici was de basis voor een heleboel nieuwe subsidies en projecten. Zo bezien is de impact dus veel groter dan die 1,25 miljoen.'
Drie soorten subsidies
Binnen de Vernieuwingsimpuls van NWO worden drie soorten persoonsgebonden subsidies verleend. De eerste periode voor dit subsidie-instrument liep van 2002 tot 2007. De veni-subsidie is bestemd voor talentvolle, pas gepromoveerde onderzoekers. Van de 567 beurzen die tussen 2002 en 2006 werden verstrekt, gingen er dertien naar UT-onderzoekers. In 2007 kwam er daar nog een bij (van de 91 veni-toekenningen dit jaar).
De vidi-subsidie is bedoeld om de meer ervaren onderzoeker in staat te stellen zijn of haar eigen, vernieuwende onderzoekslijn op te zetten. Tussen 2002 en 2006 werden 396 aanvragen gehonoreerd, waarvan veertien van UT-ers. In 2007 vielen maar liefst vijf UT onderzoekers in de prijzen (in totaal werden 83 subsidies verleend).
Senior-onderzoekers die zich bewezen hebben in hun vakgebied worden met een vici-subsidie in staat gesteld om hun eigen onderzoeksgroep op te bouwen. Vaak, maar niet noodzakelijk, leidt dit tot een positie als hoogleraar. Vanaf 2002 zijn er 139 van deze subsidies uitgedeeld. De zeven vici's die de UT tot 2006 voortbracht zijn (de laureaten voor 2007 worden in december bekend gemaakt):
-
Dave Blank
-
Suzanne Hulscher
-
Han Gardeniers
Willem Vos -
Philip Brey
Gijs Krijnen
Markus Pollnau -
-
Allen zijn momenteel gewoon of persoonlijk hoogleraar. Vier van hen waren al hoogleraar toen zij de vici-subsidie kregen, De andere drie werden binnen zo'n twee jaar na de toekenning benoemd. Willem Vos werkt als enige laureaat niet meer fulltime op de UT. Hij is ook verbonden aan het FOM instituut voor Atoom- en Molecuulfysica, waar een deel van zijn onderzoek nu plaats vindt.
De zeven geportretteerde wetenschappers dienden hun voorstel voor een vici-subsidie in vanuit de UT. Dat gold niet voor bijvoorbeeld Kobus Kuipers, deeltijdhoogleraar nano-fotonische structuren bij de vakgroep Optische Technieken van de faculteit TNW. Hij toucheerde in 2004 óók 1,25 miljoen euro, maar diende zijn voorstel in vanuit AMOLF, het FOM-Instituut voor Atoom en Molecuulfysica.