| Om een beetje in de stemming te komen, bestormen Tycho Wesselius (voor) en Eric Schat alvast deze zandbult. Het parcours van vanmiddag (8 november) leidt de deelnemers gewoon over asfalt, op de paadjes bij het Carillonveld. Aanvang: 15.00 uur. Foto:Gijs van Ouwerkerk |
Afgelopen zaterdag was de landelijke kick-off van de motorafvalrace. `Dat was in Utrecht bij Nyenrode Business Universiteit,'zegt Ronda. `Ook Tilburg, Groningen, Delft, Leiden, Maastricht Amsterdam en Rotterdam staan nog op het programma.' Vandaag is Enschede aan de beurt, in totaal 32 studenten van UT en Saxion zullen in de afvalrace om de eerste plaats strijden. Ronda: `Met brommertjes als Puchjes en Tomosjes, aangeleverd door Red Bull, leggen ze een listig hindernisparcours af en geldt het concept van last man standing. De snelste, en daarmee meestal sluwste of heldhaftigste deelnemer wint. We beginnen met acht heats waarvan de beste vier doorgaan naar de volgende ronde. Door het knock-outsysteem komen de snelste rijders in de finale. De winnaar daarvan krijgt een dag lang een crossmotor clinic op het Scheveningse strand, samen met de winnaars van de andere universiteiten. Oud-motorcrosser Gerard Rond zal de clinic verzorgen.'
Deelnemer Eric Schat (20) gaat voor die eerste plek. `Ik heb net afgelopen zomer mijn motorrijbewijs gehaald,' grijnst hij. `Ik heb het rijden en de sport altijd mooi gevonden. Op mijn zestiende wilde ik al een brommer, maar mijn ouders zagen dat niet zo zitten. Toen ik op het punt stond er één te kopen, zei mijn moeder dat ze dan mijn autorijlessen niet zouden betalen.' Schat koos eieren voor zijn geld. Maar, ook met het roze papiertje op zak, bleef toch die motor lonken. `Ik ben inderdaad gaan lessen. En mijn ouders? Die vonden dat ik inmiddels oud genoeg was om zelf te beslissen.' Schat legt voor zijn motorpassie heel wat geld opzij. `Ik heb twee bijbaantjes. Eén voor het gewone levensonderhoud en één voor de hobby's. Ik ben namelijk ook gek op kitesurfen, eveneens een heel dure sport.'
De snelheid en de stoere uitstraling van motoren vindt de student `echt wel gaaf.' Schat: `Dat extreme, daar hou ik wel van, maar het is niet zo dat ik dagelijks onder een motor lig te sleutelen. Sterker nog, ik heb er niet eens één!'
Welke zou hij willen, als hij mocht kiezen? Schat: `Een off the road motor. Die kan namelijk alles.' Legt uit: `Je hebt de crossmotor met noppenbanden voor het scheuren door weilanden, je hebt de echte racers - ook wel buikschuivers genoemd - en je hebt de toermotor, de chopper, zeg maar. Een off the road motor kan álles. Je kunt er slicks, gladde banden, onder zetten om op het asfalt te rijden of noppen voor de cross.'
Het Puchjes-evenement op de campus is natuurlijk van een heel andere niveau en nauwelijks te vergelijken met het echte, stoere motorwerk. Schat: `Op het platteland worden die brommertjes trouwens wel flink opgevoerd en omgebouwd tot lekkere racers. Maar ze zijn vooral geschikt om in de stad van a naar b te komen.' Het voordeel van een race op brommertjes is dat de deelnemers geen ervaring nodig hebben. `Amateuristisch racen op een echte motor zou veel te gevaarlijk zijn. Op zo'n tweewieler heb je direct contact met het voertuig. Elke beweging die je maakt is cruciaal. Dat maakt het rijden risicovoller dan bijvoorbeeld in een auto. Ook ben je veel kwetsbaarder in het verkeer dan in een auto. Ik ben zelf geen wilde rijder, maar af en toe plat door de bocht is kicken. Als ik de motorsport kon betalen, dan zou ik zeker aan wedstrijden meedoen. Maar ja, het is niet alleen een motor die je moet hebben, want dat lukt nog wel. Je hebt ook onderhoudskosten.'
Waar Eric Schat aast op een eerste plaats, is zijn studiegenoot Tycho Wesselius stukken minder fanatiek. Hij heeft helemaal niks met de motorsport. Toch verschijnt ook hij met een Puch aan de start. `Een beetje racen is altijd lachen en het spelelement is leuk. Lekker hard door de bocht.' Grijnst: `Oh ja, niet geheel onbelangrijk: de mooie Red Bull-promovrouwen komen ook!'