Wat menigeen al vermoedde, staat nu op papier: de UT beschikt over de kennis en technologie om een onderscheidend profiel op te bouwen in de gezondheidszorg. Er liggen grote kansen die met relatief eenvoudige middelen verzilverd kunnen worden.
| Maarten IJzerman Foto: Gijs van Ouwerkerk |
Een eerste stap, die al in gang is gezet, is de fusie van het onderzoek van het biomedisch instituut BMTI met dat van Technische Geneeskunde tot een groot researchinstituut. Daarin zouden ook onderzoekinstituten Mesa+, Impact en CTIT kunnen participeren. Die kunnen zich dan, behalve als zelfstandig instituut, ook op deze manier nog eens extra profileren.
Dit staat in een eerste concept van het rapport Health@UT, een systematische interne verkenning naar wat de UT aan onderwijs en onderzoek in huis heeft op het gebied van gezondheidszorg. Het rapport spreekt van `een indrukwekkende hoeveelheid gezondheidsgerelateerd onderwijs en onderzoek'. Er bestaan veel relaties met gezondheidsinstellingen en er is (erg) veel deskundigheid op dit gebied. Zo blijkt dat een kwart van alle 150 UT-hoogleraren werkt in het domein van de gezondheid. Dit percentage, zo is de verwachting, zal de komende jaren verder groeien naar ongeveer 30 procent. De helft van deze hoogleraren is zelfs alleen met gezondheid bezig. Driekwart van het gezondheidsonderzoek wordt verricht in het onderzoeksinstituut BMTI (samen met TG). Op onderwijsgebied is er een `heel interessant' spectrum aan opleidingen voor professionals in de zorg te onderscheiden: technische geneeskunde, gezondheidswetenschappen, biomedische technologie (samen 600 bachelors) en psychologie (500).
Het beleidsstuk, dat is opgesteld door UT-hoogleraar Maarten IJzerman en beleidsadviseur Maurice Essers is al besproken in het strategisch beraad van het UMT en het CvB en borduurt verder op een eerdere, globale notitie. IJzerman is per 1 maart 2007 aangesteld als coördinator van het domein Health en Technology, naast zijn functies van opleidingsdirecteur gezondheidswetenschappen en zijn eigen leerstoel.
In het informatieve en gedetailleerde rapport dat nu op tafel ligt, wordt een aantal aanbevelingen gedaan om het thema gezondheid en de universitaire profilering aanzienlijk te verbeteren. Een duidelijk profiel is nodig vanwege de toenemende onduidelijkheid in de markt van het onderwijs en onderzoek, aldus het rapport.
Zo moet de UT allereerst - binnen zes maanden - een missie op dit gebied formuleren, met als kernthema dat zij de technologie in huis heeft om mensen te ondersteunen in het bereiken van een betere gezondheid (`supporting people's health by using technology'). Ter stroomlijning van alle activiteiten is het verder nodig een virtuele organisatie te ontwikkelen, die met name bij de buitenwereld tot een helder beeld leidt van de gezondheidspoot van de UT. De wetenschappelijke staf zal zijn identiteit aan deze virtuele organisatie kunnen ontlenen.
Een andere aanbeveling is om, ook op korte termijn, de nationale en internationale omgeving te verkennen teneinde een beter beeld te krijgen van de marktkansen, studenteninstroom en onderzoeksfinanciering.
De instituten IGS (governance studies) en IBR (gedragswetenschappen) worden ook bij het nieuwe researchinstituut betrokken. Medio volgend jaar zal bekeken worden of er een sterk samenhangend onderzoeksprogramma is te ontwikkelen. Met het onderwijsveld zijn afspraken nodig over bijvoorbeeld de samenhang tussen masters en tracks. Ook wordt voorgesteld om de bestuurlijke functies in de zorg van UT-medewerkers te inventariseren en een krachtige, politieke lobby te starten om de UT verder op de kaart te zetten. Hiertoe wordt onder meer een gezondheidsraad ingesteld die de belangrijkste kernen van de UT op het terrein van de zorg dekt.