| De winnaar van de Student Union Activismeprijs Geert Folkertsma en zijn Eufonium. (Foto: Arjan Reef) |
Speciaal voor de foto in deze krant heeft Folkertsma (19) zijn blaasinstrument meegenomen. Hoewel het zilverkleurige gevaarte niet heel groot is, weegt het ding behoorlijk wat. De tuba is bij het brede publiek ook niet zo bekend als andere blaasinstrumenten. `In bandjes hoor je regelmatig een saxofoon of een trompet. Dat zijn de notoire blazers. Een eufonium wordt veel gebruikt in harmonieorkesten en is minder gangbaar,' legt de student uit, terwijl hij het instrument er bij pakt. `Er zit helaas een deuk in, hier aan het uiteinde van de hoorn.' Folkertsma wijst op het zilver en haalt zijn schouders op. `Tja, hoe die deuk er in is gekomen? Ik weet het niet meer precies. Normaal draag ik hem veilig in een tas op mijn rug. Een keer had ik `em mee in de bus, toen is er iets misgegaan. De klank verandert er wel door, maar gelukkig kan het kromme deel rechtgebogen worden. Daar heb ik alleen nog geen tijd voor gehad.' En een nieuw exemplaar? De student lacht: `Die kost al gauw zo'n zesduizend euro, maar dan doe je er ook wel twintig jaar mee.'
Hij speelt vanaf zijn achtste. `In mijn buurt, het Zwolse Westenholte, liep twee keer per jaar, met Pasen en Kerstmis, een vrolijke fanfare rond. Ik holde altijd met de imposante tubaspeler mee. `Dat wil ik later ook,' dacht ik toen.' Toch kon de jonge Folkertsma pas beginnen nadat hij ál zijn melktanden had gewisseld. `Met een `fietsenrek' lukt het écht niet om geluid te maken. En daarbij, toen ik eindelijk begon was ik te klein voor die logge tuba. Ik speelde dus op een eufonium, het broertje ervan.'
Achteraf een prima actie. `Een tuba komt niet verder dan wat hoempapamuziek, terwijl ik bij dit instrument nog enige techniek en melodie leer. Een eufonium is veel interessanter tijdens orkestpartijen.' Ook het meelopen in een fanfarekorps bleek later niet het ware. `Ik zit liever in een concertzaal. Lopend spelen is lastig. Vaak blaas je niet meer dan een paar simpele marsjes.' Te saai voor Folkertsma, die liever wat meer uitdaging heeft. `Ik heb muziekles op het conservatorium en ik geef zeker één keer per maand een concert met muziekvereniging Excelsior uit Zwolle. Daar ben ik sectieleider: ik zit op de eerste stoel en speel de eerste partij. Daartoe heb ik me opgewerkt vanaf de derde partij.' Soms blaast de student mee bij de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht. `Daar gaat het er helemaal professioneel aan toe. Voor hen is het gewoon een baan. Laatst speelden we nog met de Kapel op Paleis Noordeinde. Alle mensen stonden achter de hekken, wij onder het balkon. Zo kom je nog eens ergens.'
Folkertsma zegt gezegend te zijn met een goed stel hersenen. `Ik fiets makkelijk door mijn studie. De rest van de tijd besteed ik aan andere dingen zoals het commissiewerk voor Astatine en aan muziek. Ik mis wel eens een college. `Ga je al wéér weg?' morren mijn studievrienden dan. Toch kan ik later altijd bij ze terecht voor aantekeningen.'
Volgend jaar wil Folkertsma wel in het bestuur van Astatine en al helemaal met zo'n aanmoedigingsprijs op zak. `Die bestond trouwens uit een oorkonde en een espressoapparaat. Heerlijke koffie maakt-ie, maar de cups zijn zo duur: dertig eurocent per stuk! Als ik elke dag een bakkie drink, kost me dat acht euro per maand. Best wel veel, maar ja, wat is acht euro op een huur van bijna driehonderd euro per maand?'