'Ik wil het op niveau afmaken'

| Redactie

Dat er nog geen opvolger voor hem is, stelt professor David Reinhoudt (65) zeer teleur. Toch gaat hij `zonder frustraties' weg. Nou ja, helemaal weg gaat hij niet, want zijn elf promovendi begeleidt hij nog tot het eind. En ook is hij nog tot 2010 voorzitter van NanoNed. Maar ergens in de marge onderzoek blijven doen, nee. `Ik doe mee op topniveau en anders niet.' In gesprek over Mesa+ (`die plus is misschien wel mijn grootste verdienste'), wetenschap als topsport (`als ik mijn sit-ups niet meer kan maken, wordt het niks') en knorrigheid (`naar boven toe kon ik wel narrig zijn, ja').

(Foto: Gijs van Ouwerkerk)

Het interview vindt plaats aan de vooravond van Reinhoudt's reis naar Parma waar hij gelauwerd zal worden. De week daarop vliegt hij naar China. Congresje. Het is eigenlijk nog nooit zo druk geweest, verzuchtte zijn secretaresse toen deze afspraak gemaakt werd. En dat terwijl hij half september zijn officiële afscheidssymposium vierde. De tas waarmee hij zijn kamer in Langezijds binnenkomt, is niet de tas van een gepensioneerde. Loodzwaar, zo te zien, vol met werk. `Ik dacht dat ik in 2007 wel wat meer tijd zou hebben', bromt Reinhoudt. `Maar ik heb nog nooit zo weinig vakantie gehad als dit jaar.' En dat komt ook, zegt hij, doordat er nog geen opvolger is om de vakgroep supramoleculaire chemie en technologie te leiden.

Hoe kan dat?
`Er is niet hard genoeg aan getrokken. Ik ben erg teleurgesteld in het personeelsbeleid van de UT. Dit is een topfunctie bij een hele goede, prestigieuze leerstoel, we hebben een lopend budget, er is genoeg geld. Dan moeten we hier toch iemand naartoe kunnen halen? Mijn leerstoel is in 3TU-verband opgenomen en er is meer dan een jaar geleden een advertentie voor geplaatst. Ja, dat doe je voor de vorm, daar reageert zo'n topper natuurlijk niet op. Als universiteit moet je de boer op. Wat ik erg spijtig vind, is dat we mijn uhd Mercedes Crego-Calama, een toptalent en mijn gedroomde opvolger, niet binnen konden houden. De UT had haar minstens een persoonlijk hoogleraarschap moeten aanbieden. Maar nu is ze weg. En ik was nog wel voorzitter van de commissie meer vrouwen aan de top. Heel spijtig.'

Dus dat zit u dwars?
`Ik ga zonder frustraties weg hoor. Dit is gewoon een gegeven en ik red het nog wel een tijdje. Voor mij telt één ding: dat mijn elf aio's niet in een vacuüm terechtkomen.'

Had u zelf niet iemand kunnen aanwijzen?
`Dat wordt als onbehoorlijk gezien, dan krijg je al gauw de verdachtmaking dat je over je eigen graf heen wilt regeren. Het is aan de decaan van de faculteit om in actie te komen. Als mij niks gevraagd wordt, dan zeg ik ook niks. Dat is een soort erecode. Ze hadden het kunnen vragen, dat wel.'

Misschien kan er niemand aan u tippen?
`Dat is misschien wel waar, ik ben natuurlijk wel lange tijd de meest geciteerde Nederlandse chemicus geweest. Bert Meijer (Eindhoven, red.) is mij nu voorbijgegaan. Nee, onzin, het zou toch raar zijn dat talentvolle mensen op dit gebied ineens zijn uitgestorven.'

U krijgt in Parma uw eerste eredoctoraat, maar hebt zelf drie keer in UT-verband een eredoctoraat uitgereikt. Gaat verlenen u beter af dan ontvangen?
`Er zijn nog altijd veel meer hoogleraren zónder dan mét eredoctoraat. Slechts een paar grootheden hebben er een heleboel. Iemand als Jean Marie Lehn (Nobelprijswinnaar, red.) heeft er misschien wel vijftig. Toen de UT hem er in 1991 eentje wilde verlenen, werd mij zelfs gevraagd of hij er wel “ja” tegen zou zeggen. Maar dat deed hij wel, hij vond het een eer. Ik had mijn eredoctoraat uit Parma trouwens al eerder kunnen krijgen. Een aantal jaren geleden werd het me al gevraagd. Maar in Italië beslist de onderwijsminister over de toekenning en aangezien er achter elkaar een paar kabinetten vielen, moest die steeds opnieuw worden aangevraagd.' Lacht: `Uiteindelijk is de aanvraag van Parma getekend op de avond dat de regering viel.'

Rocco Ungaro, de erepromotor namens Parma, is een vriend van u. Zijn eredoctoraten vriendendiensten?
`Mijn groep en de groep van Ungaro werken al jaren samen. Hij heeft de moeite genomen om het te regelen. Wij zijn vrienden, maar geen vriendjes. Kijk, in de internationale top heb je vrienden. Maar je komt niet in de top door vrienden te maken, je komt erin door te publiceren.'

Is de rivaliteit om in topbladen te publiceren niet enorm op dat niveau?
`Rivaliteit, nee eigenlijk niet. Natuurlijk wil je de beste zijn en in de hoogste tijdschriften komen, maar niet ten koste van anderen. Je speelt voor jezelf. Een artikel wordt gerefereerd door anonieme referenten. Als ik in zo'n toptijdschrift sta, wil dat niet zeggen dat iemand anders er niet in kan. Natuurlijk probeer je het slim te spelen en kies je zorgvuldig naar welke tijdschriften je iets stuurt om de kans op plaatsing te vergroten. Naar toptijdschriften als Science en Nature stuurde ik alleen iets als het echt nieuw en top was. Overigens selecteren die tegenwoordig vooral op sensationele resultaten. Daardoor staan er ook nog wel eens frauduleuze artikelen in, met fouten dus. Dat is een bewust risico, het moet snel, ze zeilen heel scherp aan de wind, willen de primeur.'

U zei in interviews dat uw hart ligt bij de wetenschap. Toch bent u bestuurlijke functies gaan vervullen, zoals het directeurschap van Mesa+ vanaf 1999.
`Dat werd mij opgedrongen. Mesa en CMO (materiaalonderzoek, red.) gingen fuseren om meer focus en massa te bereiken, nadat in 1997 de UT dramatisch slecht had gescoord in de dieptestrategie. Ik dacht dat een van de twee directeuren de nieuwe directeur van het instituut zou worden. Dat ging niet door. Frans van Vught (de toenmalige rector, red.) vroeg mij. Maar ik had geen zin, ik was net benoemd tot Simon Stevin Meester, in die tijd waren we echt top. Het college bleef vragen onder welke voorwaarden ik het wel zou doen. Ik zei: alleen als jullie er 32,5 miljoen instoppen. Het eerste bod was vervolgens zes miljoen en dat liep steeds op. Mijn vrouw vroeg me zo ongeveer iedere avond: en, wat hebben ze vandaag geboden? Uiteindelijk kwam het college toch met die 32,5 miljoen om het zaakje op te zetten en toen kon ik niet meer terug. Maar, ik heb Mesa+ nooit als een bestuurlijke functie gezien. Ik was wetenschappelijk directeur en het instituut was een wetenschappelijke uitdaging. En ja, er waren natuurlijk wel wat minder plezierige consequenties zoals het UMT, het universitair managementteam. Over die plus achter Mesa hebben we trouwens een hele zomer nagedacht, dat is misschien wel mijn grootste overwinning! We wilden de brand Mesa niet kwijt, maar CMO voelde zich gepasseerd. Zo ontstond de plus.'

U had dus twee banen. Hoogleraar van een grote groep en WD van Mesa+.
`Ja, twee banen en zeven dagen per week werken. Maar daar ben ik niet veel minder van geworden. Ik wist hoe ik Mesa wilde opbouwen. De `m' stond wat mij betreft voor molecular en niet voor micro zoals anderen betoogden. En Mesa+ was dus geen micro maar nano. Ik ben goeie mensen om me heen gaan verzamelen, zoals Dave Blank, Kobus Kuipers en Albert van den Berg. Ik zag in hen mensen met een groot potentieel. Ik herken kwaliteit vrij snel. Hoe, dat kan ik niet zeggen. Het directeurschap ging helaas wel ten koste van mijn eigen onderzoek, al is mijn groep nog steeds met afstand de best publicerende van de UT.'

Zeven dagen per week werken, en dat jarenlang. Dat is topsport.
`Dat klopt. Om dit werktempo vol te kunnen houden is het heel belangrijk om fysiek in conditie te blijven. Ik doe elke dag wel wat. 's Ochtends in ieder geval twintig minuten m'n fitness. Als ik geen vijftig sit-ups meer kan doen, dan is het niet goed. En ik ben gaan golfen, al heb ik er weinig tijd voor.'

U komt weleens wat knorrig, wat narrig misschien, over. Herkent u dat?
`O, dat zal best. Maar dan vooral naar boven toe. Je speelt een spel, je hebt een rol. Ik vecht voor mijn clubje met alle middelen die ik heb, en naar mijn idee ben ik daarbij nooit over de schreef gegaan. Maar mag ik het een discrepantie vinden als Mesa+ dertien procent van de middelen krijgt, terwijl ze voor zeventig procent van de patenten zorgt en voor veertig procent van de publicaties? Dat klopt toch niet? Daar heb ik met menig college een robbertje over gevochten. Maar we konden wel altijd opdraven om de een of andere hotemetoot in de cleanroom rond te leiden.'

U bent sinds 1975 aan de UT verbonden, na een carrière bij Shell. Nooit overwogen om weg te gaan?
`O jawel, in de eerste tien jaar wel. Toen was ik ook wel in vergevorderde onderhandelingen met een bedrijf. Nee, ik zeg niet waar. Maar toen kwam STW, dat was mijn redding. Toen gingen we groeien. Ik ben begonnen met niks en het was moeilijk om wat op te bouwen. Wij hadden nog geen veni, vidi, vici, zoals nu. Er is tegenwoordig veel meer geld voor jonge mensen.'

U heeft 92 aio's begeleid en nog elf te gaan. Dat worden er meer dan honderd. Wie blijft u bij?
`Ik heb thuis alle proefschriften staan en ze zijn me allemaal bijgebleven. Met een promovendus werk je vier jaar samen, dat is intensief. Ik kom straks over de honderd promovendi, tenminste, als zij het halen en als ik het haal. Wij leiden aio's op tot zelfstandige, multidisciplinaire onderzoekers en bedrijven als DSM en Philips mogen daar dolblij mee zijn.'

Legde u de lat hoog voor ze?
`Dat denk ik wel. Door harder te werken dan de rest. Ik heb een standaard neergezet en verwacht dat men zich daaraan conformeert. Ik kan mij ook niet permitteren om met een lagere kwaliteit genoegen te nemen, dan graaf ik het graf van de groep.'

In uw afscheidscollege pleitte u voor een model van undergraduate en graduate. Hoezo?
`Dat zou een helder systeem opleveren waarin onderwijs en onderzoek apart zijn gefinancierd. Het financiële model van de UT laat zien dat eerstegeldstroom-middelen voor onderzoek naar onderwijs worden verschoven. De UT wil hard groeien, qua studentenaantallen, maar als elke student iets van het onderzoeksbudget afsnoept, dan kun je je afvragen of dat een goede keuze is. De beste technische universiteit ter wereld is wat mij betreft Caltech, met tweeduizend studenten en tweeduizend promovendi. Kleinschalig, maar met een enorm hoge kwaliteit.'

Veel onderzoekers pakken na hun pensioen nog een researchlijntje op.
`Ik niet. Ik beschouw mezelf als iemand die bij de top heeft gehoord en ik wil in volle vaart eindigen. De zaak op niveau afmaken. Niet nog met een enkele aio wat in de marge rommelen. Zodra ik merk dat ik op conferenties niet meer iets echt nieuws te vertellen heb, wil ik er ook niet meer heen. Dan vragen ze me trouwens ook niet meer. Ik ben nog drie jaar voorzitter van Nanoned, dat is mijn voornaamste taak. Nanoned loopt trouwens als een trein.'

Uw collega en leeftijdsgenoot Fraser Stoddart, die vorig jaar aan de UT een eredoctoraat ontving, gaat nog even door.
`Fraser heeft zelfs een fantastische nieuwe baan, aan de andere kant van Amerika. Het nieuwe nanolab van UCLA, waarvan hij directeur was, voldeed niet aan zijn verwachtingen. Ik doe het anders. Als ik niet tien jaar vooruit kan kijken, is voor mij de lol eraf. Voor mij is wetenschap het opzoeken van grenzen. Als ik al weet wat ik over twee jaar doe, dan is het een invuloefening.'

Wordt het geen tijd voor een camper en lange vakanties?
`Ik kan me eigenlijk niet zo goed voorstellen hoe dat zal zijn, straks. Ik ben honderd procent wetenschapper, ik heb nooit tijd voor iets anders gehad.'

Tophoogleraar

David Reinhoudt studeert in 1966 in Delft af als chemisch technoloog. In 1969 promoveert hij en de volgende negen jaar werkt hij als onderzoeker bij Shell. In 1975 komt hij als deeltijdhoogleraar en in 1978 als voltijds hoogleraar van de leerstoel supramoleculaire chemie en technologie naar de UT. Hij weet met zijn groep een internationale toppositie te verwerven en geldt lange tijd als meest geciteerde Nederlandse chemicus. Reinhoudt begeleidt gedurende zijn loopbaan meer dan negentig promovendi en heeft er ten tijde van zijn afscheid nog elf onder zijn hoede.

In 1999 wordt hij wetenschappelijk directeur van het nieuwe instituut Mesa+, een functie die hij op 1 januari 2007 overdraagt aan Dave Blank.

Tot 2010 is Reinhoudt nog voorzitter van NanoNed, het nationale onderzoeksprogramma voor nanotechnologie. Ook zit hij sinds kort in de Plasterk-commissie Nationale Roadmap Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten.

Reinhoudt wordt in zijn loopbaan diverse malen onderscheiden, maar het Simon Stevin Meesterschap (1998) beschouwt hij nog altijd als zijn mooiste prijs. Bij zijn afscheid in september, waarbij de internationale Nano-top aanwezig is, ontvangt hij de Erepenning van de UT.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.