|
|
| Bewoners en oud-bewoners van Huize Hubertus in vergadering bijeen. Foto: Arjan Reef |
Qua agenda's moest er heel wat geschoven worden. Maar de oogst mag er wezen: van de ongeveer vijftig alumni die de afgelopen kwart eeuw het befaamde pand in de Enschedese binnenstad bewoonden, zijn er al met al zo'n vijftien van de partij. Ze komen van heinde en verre. Max Pierey, Robbert Bakker, Martijn Julius, Jan-Peter Jongen, Eric van Gend, noem ze allemaal maar op. Keurige huisvaders, niks aan de hand. Ze gaan er een leuke middag van maken. Maar wel met een serieuze ondertoon. Want er wordt stevig geknaagd aan de wortels van Huize Hubertus. Sommigen hebben elkaar jaren niet gezien, anderen wonen in de buurt en zijn nog vaak op de UT te vinden. Meestal voor zaken. Ze zitten in het vastgoed, de consultancy of runnen een eigen bedrijf. Bestuurskunde, chemische technologie, bedrijfskunde, informatica, technische natuurkunde, bij elkaar zijn ze van alle markten thuis. De ruime gezinsauto's staan keurig op het erf van alumnus Burghouts geparkeerd. Er scharrelt hier en daar wat kroost rond de vergadertafel, de vrouwen zijn niet meegekomen. Huize Heilige Hubertus is een mannenzaak, dat is nou eenmaal niet anders. Er is koffie met zelfgemaakt appelgebak, dat wel. Nee, nog even geen bier, eerst zaken.
De huidige bewoners zijn er ook. Ze komen schuchter binnengedruppeld, een uurtje later dan afgesproken, maar een kniesoor die daar op let. Handjes worden geschud. Erg scherpzinnig zien de jonkies er nog niet uit, zo halverwege de zondagmiddag. Er is wat drank genuttigd de avond ervoor, dat zal het zijn. De vochtig-vette matjes krullen in de nek, de stropdasjes liggen er losjes omheen. De oogjes troebelen nog wat na. De jonge garde is er in gradaties: de zeven bewoners die net van de schrik zijn bekomen, plus een paar studenten die aan het afstuderen zijn en het pand nog niet zo lang geleden hebben verlaten. De babbels zijn in de kroeg achtergebleven. Het diepe respect voor de ouwe lullen, zoals de heren oud-bewoners zich noemen, druipt er van af.
|
|
Waar het om gaat: de alarmbellen rinkelen, het alom gekoesterde Hubertuspand trilt op z'n grondvesten. Het cultureel erfgoed wordt in zijn bestaan bedreigd! Het verhaal ging al rond: in augustus zijn de bewoners meerdere keren zwaar aangetast in hun woongenot. Nadat het slot op het hek in de achtertuin is doorgeknipt, dringt een ploeg van vijf zware jongens het pand binnen en bedreigt de bewoners. Er vallen, zoals al eerder geschreven, rake klappen. Kopstoten worden uitgedeeld. Studenten raken gewond. De intimidatiegraad van huisbaas K. en zijn maten is maximaal, de studenten zijn hun leven niet zeker. Twee van K.'s handlangers nemen met luchtbed en slaapzak hun intrek in het pand om van binnenuit het verzet van de bewoners te breken. De politie komt er aan te pas, de daders worden ingerekend, maar lopen alweer vrij rond, uiteraard. De sloten van het pand worden vervangen.
De bewoners spannen na het augustusgeweld een kort geding aan, dat vorige week bij de rechtbank in Almelo diende. Ze eisen een straatverbod voor K., die op zijn beurt het vertrek van de bewoners eist. De rechter noemt de eigenrichting van K. een `doodzonde', dat doet het goed bij de groep. Burghouts, die namens de vereniging Huize Heilige Hubertus een advocaat heeft ingeschakeld, denkt dat het directe gevaar voor uitzetting voorlopig is geweken. Maar daarmee is de zaak nog niet opgelost. Integendeel, de strijd is nog maar net begonnen.
|
|
De meeting in de veste van Burghouts is belegd om te bezien hoe Huize Heilige Hubertus uit zijn benarde positie kan worden ontzet. Huisbaas K. (65), tevens vastgoedexploitant, wil dat de huidige zeven bewoners het pand aan de Noorderhagen verlaten. Het liefst vandaag nog. Naar het schijnt heeft hij het huis voor de somma van vier ton verkocht aan de Woongroep Twente, of gaat dat binnenkort doen. Dat deze club van vier woningbouwcorporaties de ontvangende partij is, staat vast. Maar of de koop al is gesloten, inclusief de overdracht van het pand, is de vraag. Het kan zijn dat K. en de Woongroep de deal hebben gemaakt dat het transport pas over vijf jaar plaatsvindt. Zonder bezwaar van huur, dat is dan de voorwaarde. Zo maakt K. op z'n oude dag nog een leuke klapper en heeft hij vijf jaar de tijd om zich van de huurders te ontdoen. Maar waarom dan nu al die knokploeg gestuurd?
De oud-Hubertanen willen het naadje van de kous weten. Wat staat er bijvoorbeeld in dat koopcontract, wat zijn de ontbindende voorwaarden, wat is de prijs? Staat er ook iets over de huidige bewoners? `Jongens', vraagt Burghouts, `wie van ons gaat daar achteraan?' Wordt geregeld. Gaat het pand over een paar jaar misschien tegen de vlakte in het kader van de upgrading van het Muziekkwartier? Nee, zegt Burghouts, die met burgemeester Den Oudsten en wethouder Helder heeft gepraat, dat is niet aan de orde.
|
|
En hoe staat het met het woongenot, is dat maximaal? Is er, ondanks fors achterstallig onderhoud, nog een beetje te wonen daar? Gaat. Betalen de Hubertanen de huur op tijd? Ja. Is het pand brandveilig? Nee, absoluut niet. Dreigt er koolmonoxidevergiftiging door lekkende gaskachels? Ja. Kunnen er zaken instorten? Zou kunnen. Is er een huurcontract? Nee, maar de huur wordt elke maand in één keer betaald. Al jaren. Dat geldt ook als contract, toch? Dat klopt. En die ene lege kamer dan? `Die huren we erbij', beamen de bewoners. Zodat ze ook kunnen bepalen wie de volgende huurder zal zijn. Maar de tijd dringt, is het algehele gevoel. `Als het huis verder verloedert, is de gemeente er als de kippen bij om het zaakje onbewoonbaar te verklaren. Dat kunnen we niet hebben'.
`Jongens, hoe staat het met de kwaliteit van de grond?', is een andere vraag. `Eh, ze zijn wel laatst komen prikken in de achtertuin.' `En? Wie waren dat en hebben ze wat gevonden?' De studenten halen hun schouders op. Weten ze niet. `Ga er de volgende keer met je neus bovenop staan, noteer namen, laat niet over je heen lopen,' klinkt het licht bestraffend. Een andere oud-bewoner meldt dat er vroeger een verffabriek en een garage moet hebben gestaan. `Mooi zo', klinkt het uit de groep, `hebben jullie last van hoofdpijn en haaruitval?' Bulderend gelach. `Jongens, dit is oorlog, zijn we het daar over eens?' Men knikt. `Oké', klinkt het, `dan stel ik voor dat we eerst onze positie op alle fronten versterken en K. het leven heel erg zuur gaan maken. Erop en erover.'
En zo rijgen de suggesties zich als een bonte verzameling aaneen, nog zonder dat er harde besluiten worden genomen. Dat komt later. Een van de ouwe lullen polst hoe groot de animo is om met z'n allen wat geld te lappen om het pand over te nemen van K., dan wel de Woongroep. Gemompel. `Dan gaat het wel om een substantiële bijdrage. Stel, we doen een bieding van pakweg vier ton. Met bijkomende kosten en een forse opknapbeurt praat je al gauw over een ton of vijf, vijfenhalf. Zeggen we ja, dan zitten we er wel aan vast. We zijn met een man of vijftig. De bank gaat zeker niet verder dan de helft, het andere deel moeten we zelf ophoesten. Zijn we bereid om geld in iets te steken met nul komma nul rendement? Trekken we dat?' Weer gemompel. Die vraag is nog niet aan de orde, vindt men. En: `Het moet wel leuk blijven, er zijn grenzen'.
Burghouts vindt dat het tijd wordt om een biertje te schenken of een glaasje wijn. Het was een nuttige middag, de meningen zijn getoetst, de messen geslepen. `Jongens, we gaan nu nog even met z'n allen op de foto'.
En de uitspraak van de Almelose rechtbank? Die wordt morgen (vrijdagmiddag) verwacht.